Home

Na halve spijtbetuigingen buigt minister Van Weel uiteindelijk diep genoeg voor de Tweede Kamer: ‘Het was echt op het randje’

Vertrouwenskwestie Tijdens een lang spoeddebat over onbehandelde aangiften ergerde de oppositie zich donderdagavond aan de „proces-excuses” van minister van Justitie David van Weel (VVD). Toch steunde de Kamer een PVV-motie van wantrouwen uiteindelijk niet.

Minister van Justitie David van Weel tijdens het spoeddebat donderdagavond.

Na ruim zes uur debat buigt minister David van Weel (Justitie, VVD) iets na middernacht nog dieper voor een geïrriteerde Tweede Kamer. „Ik herken dat u het idee heeft dat mijn excuses niet oprecht waren of slechts gericht waren op het proces”, zegt Van Weel. „Het is klip-en-klaar dat u zich misleid heeft gevoeld en dat u het gevoel heeft dat u op het verkeerde been bent gezet.”

Het spoeddebat van donderdagavond gaat over de vraag of Van Weel de Tweede Kamer verkeerd heeft geïnformeerd over het aantal aangiftes dat bij de politie op de plank blijft liggen, naar aanleiding van een rapport van de Algemene Rekenkamer. 

Met zijn laatste excuses van de avond weet Van Weel de twijfel bij de meeste oppositiepartijen weg te nemen. De motie van wantrouwen van de PVV wordt verder alleen gesteund door de FVD.

Maar het is de eerste keer sinds het aantreden van het kabinet-Jetten dat de positie van een minister op het spel staat – tegen de achtergrond van de toch al moeizame pogingen van het minderheidskabinet om met de oppositie samen te werken.

‘Op het verkeerde been’

In het rapport, dat afgelopen juni verscheen, concludeerde de Rekenkamer dat de politie in 2024 ruim tienduizend aangiften van ernstige misdrijven niet behandelde, onder meer gewelds- en zedenmisdrijven. Drieduizend zaken bleven liggen vanwege een gebrek aan capaciteit bij het Openbaar Ministerie (OM) en de politie. Zevenduizend zaken zouden bij voorbaat zijn afgewezen.

Minister Van Weel nuanceerde de conclusie van de Algemene Rekenkamer eind juni in de Tweede Kamer en suggereerde dat het om meer dan de helft van de gevallen om meldingen ging, „zonder aanknopingspunt” voor de opsporing. „Daar gaat de politie natuurlijk haar recherchecapaciteit niet op inzetten”, zei Van Weel. 

De Algemene Rekenkamer liet het daar niet bij zitten. Van Weel zou een „onjuist beeld” geven over de niet-behandelde zaken, schreef de Rekenkamer in een analyse over de begroting van komend jaar. Slechts 10 procent van de tienduizend zaken zijn meldingen, niet meer dan de helft. De rest betrof daadwerkelijke aangiftes. Van Weel zou daarom de Tweede Kamer „op het verkeerde been” hebben gezet. 

‘Verschil van inzicht’

Van Weel zegt eerder donderdagavond spijt te hebben dat hij met zijn uitspraken „de indruk wekte” dat hij „de ernst van het rapport van de Algemene Rekenkamer bagatelliseerde”. Maar, „dat maakt het nog geen foute informatie” die hij deelde met de Tweede Kamer, in zijn ogen. Het ministerie en de Rekenkamer hebben volgens hem „een verschil van inzicht over interpretaties van de cijfers.”

De excuses worden met scepsis ontvangen door de oppositie. „Het voelt als een net-niet-show”, zegt 50Plus-fractieleider Jan Struijs. „Je kunt toch gewoon zeggen: dit had niet moeten gebeuren, schouders eronder? Maar ik proef dat niet”, zegt hij. „Dit zijn alleen proces-excuses.”

De oppositie hoopt voor het debat dat Van Weel voldoende zelfreflectie zal tonen. De Kamer onjuist informeren is een politieke doodzonde: als dat gebeurt, kan het parlement het kabinet niet goed controleren. „Naar mijn mening kwamen de excuses tegen heug en meug uit de tenen van de minister”, zegt Pro-Kamerlid Songül Mutluer tijdens het debat. Ook BBB-Kamerlid Caroline van der Plas verzucht dat de Kamer de minister „meerdere openingen heeft gegeven”.

Verschillende methoden

De minister komt donderdagochtend in een Kamerbrief al met een eerste verklaring. Hierin legt hij uit hoe de Rekenkamer een andere methode gebruikt dan de politie om de ernst van meldingen en aangiftes te categoriseren.

Bij de politie wordt bij iedere melding of aangifte een ‘incidentcode’ aangemaakt. Vervolgens kijkt de politie of er voldoende aanknopingspunten zijn om opsporing op te starten, zoals camerabeelden, verdachten, sporen of getuigen. Als die er niet of onvoldoende zijn, wijst de politie de zaak af. Andersom kan de politie bepaalde misdrijven juist prioriteit geven. In de praktijk gebeurt dit vooral bij de aanpak van lichtere strafbare feiten, zoals winkeldiefstal en cybercrime, volgens de Rekenkamer.

De Rekenkamer gebruikt een andere methode om aangiftes en meldingen bij te houden, de zogenoemde ‘Crime Harm Index’. Die bepaalt de ernst van een misdrijf op basis van het gemiddeld aantal dagen in de gevangenis dat voor dat type misdrijf geldt. Hoe langer de opsluiting, des te zwaarder het misdrijf meetelt. 

‘Betwist rapport niet’

Volgens Van Weel kan de politie niet één op één uit de systemen vergelijken. Daarom kan hij achteraf als minister niet met zekerheid zeggen dat het aantal meldingen inderdaad maar 10 procent was van de tienduizend zaken. „Ik betwist deze uitspraak niet, maar kan deze ook niet verifiëren op basis van de mij beschikbare gegevens”, zegt Van Weel donderdagavond.

Zijn Kamerbrief zorgt voor verwarring bij oppositiepartijen. BBB-Kamerlid Van der Plas noemt het zes pagina’s „vol ambtelijke tekst”, en mist „behoorlijke zelfreflectie”. De VVD, de partij van Van Weel, vindt het „lelijk” hoe de discussie tussen de minister en de Rekenkamer nu in het openbaar plaatsvindt.

Partijen als BBB, JA21 en Denk zien in het gedrag van Van Weel een patroon. Kamerlid Ingrid Coenradie (JA21) noemt het voorbeeld van hoe Van Weel de 1.700 politiemedewerkers die in het dossier van de vermoorde tiener Lisa keken, als gluurders neerzette. Daar was de politie niet blij mee. „Het roept de fundamentele vraag op: waarom moet de minister continu uitleggen of corrigeren wat hij heeft gezegd?”, aldus Coenradie.

Black box

Coalitiepartijen CDA en VVD betogen dat het debat niet had hoeven plaatsvinden als de minister beter zicht had op de manier waarop de politie de meldingen en aangiftes afhandelt en categoriseert als ‘ernstig’. Dan had Van Weel de Tweede Kamer beter kunnen informeren. „Het is een grote black box”, zegt CDA-Kamerlid Jeltje Straatman. Volgens de twee partijen zou het debat daarom moeten gaan over het oplossen van de informatiehuishouding van de politie. 

Oppositiepartijen zien dat als een truc van de coalitie om de vertrouwenskwestie van tafel te schuiven. Het CDA „probeert recht te praten wat krom is”, zegt SP-Kamerlid Sarah Dobbe.  

Voor JA21 was het „echt op het randje” of ze de motie van wantrouwen gingen steunen, zegt Coenradie tot slot. Maar, „we zagen op het laatste moment een andere houding. Dat hadden we het liefst op het begin willen hebben.” Ook SP-Kamerlid Dobbe benadrukt dat het „wel heel lang” heeft geduurd voor de oprechte excuses kwamen. „En dat we als Kamer er heel lang om moesten vragen.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next