Home

Een Amerikaanse wiskundige laat met databestanden zien hoe onrechtvaardig het rechtssysteem kan zijn

Discriminatie De activistische wiskundige Chad Topaz gebruikt dataonderzoek „om ongelijkheid aan te pakken”. Hij hoopt dat juristen meer kennis opdoen over kansberekening en statistiek.

Tijdens een protestactie in oktober 2015 houden mensen portretten omhoog van Kalief Browder (links) en Christopher Robinson. De dood van beide mannen is gerelateerd aan hun detentie in Rikers Island, New York.

In het politiebureau van een Amerikaans plaatsje dat zijn bijnaam Village Beautiful ontleent aan het overweldigende natuurschoon in de omgeving, hing twintig jaar lang een foto van Hitler. Nadat de foto uiteindelijk was ontdekt, kwamen nog meer misdragingen van de politieagenten aan het licht. Er ontstond ophef en debat, waarna enkele agenten (mild) werden bestraft. Het rumoer verstomde toen een nieuwe politiebaas werd benoemd.

Voor in elk geval één inwoner van Williamstown (Massachusetts) was hiermee de kous niet af. Bij Chad Topaz, werkzaam als hoogleraar toegepaste wiskunde en datawetenschap aan het plaatselijke Williams College, was twijfel ontstaan over de lokale politie. Diende de politie, die dus niet vrij bleek te zijn geweest van nazistische sympathieën, alle burgers in zijn woonplaats wel goed en eerlijk? Topaz, wiskundige tenslotte, besloot het antwoord op deze vraag te zoeken in de data.

Gegevens over politieoptredens bleken er niet te zijn. Wel kreeg Topaz met een beroep op openbaarheidswetten overzichten van de telefoontjes die bij de politie waren binnengekomen. Er stonden geen namen bij, maar wel locaties. Zo kon hij zien hoeveel telefoontjes waren gepleegd in bepaalde delen van zijn woonplaats. Over die gebieden (zogeheten census block groups) waren tal van data beschikbaar, zoals gegevens over de omvang van de verschillende bevolkingsgroepen.

Topaz veronderstelde dat witte inwoners vaker met de politie belden dan inwoners uit minderheidsgroepen, omdat de eersten vaak meer vertrouwen hebben in de sterke arm. Dat kon hij alleen niet zien: bij de bellers stond geen ‘race’ of etniciteit vermeld. Uiteindelijk maakte hij met behulp van een statistische techniek een betrouwbare inschatting, die liet zien dat een witte inwoner gemiddeld vier keer zo vaak belt met de politie als een inwoner uit een andere bevolkingsgroep. Een rijkere inwoner van zijn woonplaats belt drie keer zo vaak als een arme.

De gevonden verschillen kunnen een aanwijzing zijn dat gemarginaliseerde, vaak zwarte, inwoners minder vertrouwen hebben in de politie dan hun bevoorrechte, doorgaans witte plaatsgenoten. Door de politie niet in te schakelen, schrijft Topaz in zijn onlangs verschenen boek Unlocking Justice, lopen deze burgers meer kans om slachtoffer te worden van een misdrijf en zullen ze eerder het gevoel krijgen „te moeten zwijgen als hun welzijn wordt bedreigd”.

Een eerlijker rechtssysteem

De rekenexercitie met de telefoontjes is voor Topaz dus niet vrijblijvend, zoals de (vertaalde) ondertitel van zijn boek al doet vermoeden: „De macht van data om ongelijkheid aan te pakken en veranderingen te scheppen.” Met dataonderzoek en statistiek wil de wiskundige niets minder dan het Amerikaanse strafrechtssysteem eerlijker maken. Dat is zijn ogen namelijk zo onrechtvaardig, dat hij weigert hiervoor de gangbare benaming justice system te gebruiken (hij houdt het bij criminal legal system).

De missie van Topaz past in een inmiddels rijke traditie, waarin onderzoekers met data het racisme in het Amerikaanse rechtssysteem blootleggen. Zo heeft het Stanford Open Policing project meermalen vastgesteld dat de politie veel vaker Afro-Amerikanen controleert dan witte Amerikanen. Topaz is geïnspireerd door de zogeheten critical race theory, die inzicht biedt in hoe racisme zit ingebakken in maatschappelijke systemen. Hij noemt zich – naast wetenschapper en auteur – onomwonden een activist, die zijn lezers een handje wil helpen bij hun streven naar een rechtvaardiger samenleving.

Zulk activisme schuurt met het traditionele beeld van de objectieve wetenschapper, die waardenvrij onderzoek doet. Dat beeld is een mythe, zegt Topaz in navolging van veel menswetenschappers. Hoe je in de wereld staat bepaalt mede hoe je onderzoek doet, is de redenering, dus daar kan je je maar beter bewust van zijn. Als gay man is Topaz zelf meermalen buitengesloten door de overheid en de wiskundegemeenschap, maar zijn activisme wordt vooral gedreven door wat hij ziet als zijn bevoorrechte positie: man, wit, uit een welgestelde familie, opgeleid aan voortreffelijke onderwijsinstellingen.

Zo’n positiebepaling, vaste prik in bijvoorbeeld culturele antropologie, is uitzonderlijk in de bètastudies. Dat komt mogelijk doordat bètawetenschappers werken met getallen, die een odium van in marmer gehouwen waarheid hebben. In werkelijkheid zijn cijfers vruchten van de menselijke geest, zo laat Topaz overtuigend zien, en daarmee gevoelig voor keuzes, context, interpretaties, vooroordelen en belangen.

Zo doen wetenschappers vrijwel al hun cijfermatige onderzoek aan misdaad met gegevens uit de (heel) grote steden, terwijl 60 procent van de Amerikanen woont in plaatsen met minder dan 50.000 inwoners. Of neem de techniek waarmee Topaz de raciale ongelijkheid tussen de bellers in zijn woonplaats kon tonen, de zogeheten regressieanalyse. Deze statische standaardmethode is (ruim) een eeuw geleden juist ontwikkeld (en misbruikt) door wiskundigen om ‘superieure’ van ‘inferieure’ bevolkingsgroepen cijfermatig te onderscheiden.

„Met een hamer kun je een schuilplaats bouwen of een schedel verbrijzelen”, stelt Topaz vast. Wie mag die hamer vasthouden? Hoe moet je dat doen? Wie bepaalt dat? Deze vragen, die in essentie gaan over de vraag wie de macht heeft, werden op luide toon gesteld na een onderzoek naar borgsommen in New York.

Lange tijd in de isoleercel

Kalief Browder was nog maar 16 jaar oud toen hij in New York werd gearresteerd op verdenking van diefstal van een rugzak. De zwarte jongen ontkende de beschuldiging in alle toonaarden, maar werd toch opgesloten in afwachting van een proces dat er nooit zou komen. Omdat zijn familie de borgsom van 3.000 euro niet kon betalen, moest Browder naar de gevangenis waar hij het grootste deel van de tijd in een isoleercel zat. Toen hij na drie jaar werd vrijgelaten – zonder aanklacht – was hij zo getraumatiseerd dat hij zich uiteindelijk op 22-jarige leeftijd het leven benam.

Het lot van Browder werd onderwerp van een tv-serie (2017) en leidde in New York tot een hervorming die de speelruimte van rechters bij het opleggen van borgsommen drastisch inperkte. Onder druk van oplopende misdaadcijfers werd die hervorming snel grotendeels teruggedraaid, maar één element bleef overeind: de verplichting om over alle arrestanten gedetailleerde gegevens te verzamelen en te openbaren. Dat leverde een dataset op met ruim een half miljoen rechtszaken, waarmee Topaz en zijn team (een collega-wiskundige en een voormalige aanklager) onderzoek konden doen naar borgsommen.

Amerikaanse rechters kunnen verdachten het proces laten afwachten in de cel of in vrijheid of hun een borgsom opleggen. Na het betalen van de borgsom hoeft de verdachte niet in de cel te wachten op de rechtszaak. Van de 245 betrokken rechters bleken er 14 bovengemiddeld vaak een borgsom op te leggen, waar collega’s kozen voor vrijlating. Dat leidde in 2,5 jaar tijd 154 jaren extra aan voorarrest op voor 580 personen, omdat die de borgsom niet konden betalen.

In New York hebben mensen bloemen gelegd op foto’s van Kalief Browder, na diens overlijden in 2015.

Na publicatie van het onderzoek kozen de rechters in het district New York voor de tegenaanval, waarbij ze hun pijlen richtten op het dataonderzoek. Door minder dan vijftigduizend zaken mee te nemen in hun analyse (nog geen 10 procent van de dataset) deden de onderzoekers aan cherry picking, was een van de verwijten.

Topaz en zijn mensen sloegen terug in een publiekelijk weerwoord. De dataset was inderdaad opgeschoond, om vonnissen eerlijk te kunnen vergelijken. Verwijderd waren daarom alle zaken van buiten de stád New York, zaken waarin borg sowieso geen rol speelt en zaken onder bijzondere omstandigheden zoals de coronapandemie.

Weinig kennis in de rechtszaal

De aanval van de rechters laat volgens Topaz zien dat „invloedrijke mensen ons bescheiden statistische model bedreigend vonden”, maar ook dat de meeste juristen weinig kaas hebben gegeten van ‘kwantitatief redeneren’. Kennis over en inzicht in onder meer kansberekening, statistisch bewijs en de werking van wiskundige modellen is schaars onder Amerikaanse rechters, aanklagers en advocaten. Daardoor kan het ernstig misgaan met de veroordeling van (onschuldige) verdachten, leert de oude (1968), maar instructieve People v. Collins-zaak.

Na een overal in een Californische plaats hadden getuigen een gele auto zien wegrijden van de plek van de misdaad. De inzittenden waren een zwarte man met gezichtshaar en een blonde vrouw met een paardenstaart. Een aangehouden koppel voldeed aan deze beschrijving en volgens de aanklager was er maar een kans van 1 op 12 miljoen dat zij níét de overvallers waren.

Voor deze rekensom had het OM alle losse kansen met elkaar vermenigvuldigd, waarbij onder meer de kans op een gele auto 1 op 10 was en de kans op witte vrouw met blond haar 1 op 3. Dat kan je alleen zo doen met volledig onafhankelijke kansen, bijvoorbeeld de kans dat je koffie drinkt en de kans dat er regen valt. In dit geval waren veel kansen juist (deels) onderling afhankelijk; paardenstaarten bijvoorbeeld vind je veel vaker bij witte vrouwen dan bij zwarte, bij mannen gaan baard en snor vaak samen.

Met een correctie voor dit soort verbanden komt Topaz op een kans van 1 op 2.500, een bijna 5.000 keer grotere kans dan die van de aanklager. „Vertrouw ik mijn eigen waarschijnlijkheids­inschattingen helemaal? Natuurlijk niet”, schrijft Topaz: „Maar dat is precies het punt.” Met waarschijnlijkheid moet je heel voorzichtig zijn. De Collins-verdachten werden na een aanvankelijke veroordeling in hoger beroep vrijgesproken.

Missers met waarschijnlijkheden zijn niet uniek voor de VS. Zo hebben statistici grote twijfels bij de veroordeling van de Britse verpleegkundige Lucy Letby, die zo vaak aanwezig was bij het onverklaarbare overlijden van baby’s dat dit volgens de rechter geen toeval kon zijn. In Nederland werd Lucia de Berk in een vergelijkbare zaak ten onrechte veroordeeld, onder meer omdat er maar een kans van 1 op 342 miljoen zou zijn dat een verpleegkundige door toeval bij zoveel sterfgevallen aanwezig was. Statistici haalden deze kansberekening onderuit en uiteindelijk werd de veroordeling van De Berk teruggedraaid.

Om zulke juridische dwalingen te voorkomen hebben Nederlandse rechtbanken sinds 2020 een forensisch adviseur voor de weging van statistische kansen. Toch blijft regelmatige bijscholing van juristen belangrijk, zegt een methodologisch expert in het tijdschrift Skepter, dat onlangs enkele denkfouten in recente rechtszaken op een rij heeft gezet. Breng rechters, aanklagers en advocaten al in de opleiding veel meer bij over kwantitatief redeneren, zegt Topaz, alleen al omdat statistisch bewijs zo’n belangrijke rol speelt bij de beoordeling van dna-onderzoek.

Een geboeide Paul Manafort in een gerechtsgebouw in New York in 2019.

Iederéén zou eigenlijk meer moeten weten over toegepaste wiskunde, vindt Topaz, alleen al om te snappen hoe bijvoorbeeld algoritmes en computers werken. Dataonderzoek en sociale rechtvaardigheid moeten volgens hem onderdeel zijn van het wiskundeonderwijs in het voortgezet onderwijs. Op de vraag welke casus uit zijn boek dan het meest geschikt is om daarbij het behandelen, zegt Topaz in een videocall: „De Manafort-zaak!”

Paul Manafort, die in 2016 kort de presidentiële campagne van Donald Trump leidde, werd schuldig verklaard aan onder meer samenzwering en witwassen. Hij had volgens de richtlijnen 19 tot 24 jaar de gevangenis in moeten gaan, maar kreeg een celstraf van nog geen vier jaar – en zat daar minder dan twee jaar van uit. De straf voor Manafort – een witte, welgestelde man – was vooral mild in vergelijking met de straffen die mannen van kleur doorgaans krijgen. Uit een overheidsrapportage was eerder al gebleken dat de celstraf voor zwarte mannen gemiddeld 13 procent langer is dan voor witte.

Welke rechters zijn met hun vonnissen het meest verantwoordelijk voor zulke verschillen, vroeg Topaz zich af. Door vonnissen te combineren met namen van rechters, vond hij enkele tientallen rechters die zwarte personen veel langere celstraffen oplegden dan witte. Van een strenge rechter kregen witte personen straffen die 12 procent langer waren dan de richtlijnen, terwijl dit bij personen van kleur 21 procent langer was. Topaz: „Dat was het resultaat van mijn onderzoek dat begon met mijn gevoel over het Manafort-vonnis: hoe is dit mogelijk?”

Chad M. Topaz: Unlocking Justice, The Power of Data to Confront Inequity and Create Change; Princeton University Press; 232 blz.; $27,95

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Discriminatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next