werkt sinds 2012 voor de Volkskrant als journalist en columnist.
Politieke leugens zijn vrijwel nooit plompe beweringen waar een zichtbare, dampende wasem uit opstijgt. Nee, vaak zijn ze vernuftiger, taliger. Ze bevinden zich vrijwel altijd in een zin die weloverwogen wordt uitgesproken, het liefst door een politicus met gevoileerde stem, en waarin een of twee woorden op een bepaalde manier worden gemasseerd, zodat ze extra soepel naar buiten floepen. Daardoor valt het minder op dat de overige woorden juist worden weggemoffeld.
Zo zei justitieminister David van Weel afgelopen juni eerst iets over hoe ‘complex’ het allemaal was, en ‘omvangrijk’. Daarna hield hij even stil, zodat de woorden ‘schaarse capaciteit’ extra indruk maakten, om vervolgens bijna terloops zijn leugen te poneren: ‘meer dan de helft’, zei hij.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Voor wie het gemist heeft: van de ruim tienduizend ernstige misdrijven die in 2024 door de politie onbehandeld bleven, probeerde Van Weel er in juni tegenover de Kamer vijfduizend weg te moffelen door te stellen dat het in ‘meer dan de helft’ van de gevallen ging om een melding. Geen aangifte van verkrachting dus, of van diefstal of brandstichting of ernstig geweld, maar slechts een luttele melding.
Persoonlijk lijkt een melding van verkrachting mij al vrij serieuze materie – niet iets wat een politiekorps vijfduizend keer per jaar zou moeten negeren – maar volgens de Rekenkamer had Van Weel ook nog eens glashard gelogen. In werkelijkheid was er in 90 procent van de gevallen wel degelijk aangifte gedaan door de slachtoffers.
Nu bestaan politieke leugenaars natuurlijk in alle soorten en maten. Sommige politici liegen om te verbloemen dat ze eigenlijk enorme lulletjes rozenwater zijn (de Halbe Zijlstra-achtigen die continu opscheppen over hun eigen belangrijkheid). Andere politici hebben de leugen juist nodig om hun versie van de waarheid te verkondigen (denk aan de Mona Keijzers van deze wereld die na te zijn betrapt op een leugen altijd ‘het had waar kunnen zijn’ roepen). En tot slot zijn er natuurlijk de politici die daadwerkelijk geloven dat hun leugens de waarheid vormen, namelijk zij die op vrijdag naar de moskee of op zondag naar de kerk gaan.
Overigens is het belangrijk hier op te merken dat er geen mens zonder productiefouten bestaat en dat liegen bovendien iets diep humaans is: een sociaal smeermiddel dat de harde, vaak lelijke werkelijkheid kan verfraaien en hem zo wat draaglijker maakt. In uitzonderlijke gevallen is liegen daarom toegestaan, want geen zorgen meneer Van Weel, er bestaan heus mensen die u wel waarderen.
Het grote probleem is alleen dat liegen anno 2026 geen uitzondering meer vormt in de politiek, maar juist de regel. Zo blijkt uit mijn eigen telling dat inmiddels meer dan de helft van alle VVD’ers die deze eeuw actief waren, flagrante leugenaars zijn, getuige de inmiddels schier eindeloze brij aan bizarreriën over bonnetjes, sms’jes, functies elders, cv’s, gratis borstvergrotingen, migratierapporten, actieve herinneringen en nareis op nareis.
De enige VVD-leugen die mij dierbaar is, is die van Halbe Zijlstra, en wel vanwege de afloop. Toen ik nog in Italië woonde, vertelde ik op een avond aan vrienden dat er bij ons een minister was afgetreden vanwege een leugentje over een datsja. ‘Hij beweerde dat hij in dezelfde kamer was als Poetin’, zei ik, ‘maar feitelijk zat hij iets verderop, en daarom werd hij ontslagen.’
Mijn Italiaanse vrienden keken elkaar vol ongeloof aan, begonnen vervolgens hard te lachen en noemden Nederland een onschuldig poppenland. Ik denk met veel weemoed terug aan die tijd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant