Home

Pro-referendum wakkert de bloedgroepenstrijd aan: hoe gaat de partij verder in Europa?

Ruim honderdduizend leden van Progressief Nederland (Pro) bepalen deze week bij welke Europese partij zij zich gaan aansluiten: de sociaaldemocraten of de Groenen. Vrijdagmiddag komt de uitslag. Wat gaat hun keuze bepalen?

is EU-correspondent van de Volkskrant. Hij woont en werkt in Brussel.

Waarom moeten de Pro-leden kiezen bij welke Europese politieke partij ze willen horen?

In juni besloten de PvdA- en GroenLinks-leden met overweldigende meerderheden (97 respectievelijk 96 procent) te fuseren tot Progressief Nederland. Wat dat precies voor de samenwerking in Europa betekende, werd in deze feestroes even geparkeerd.

Bij de Europese verkiezingen in 2024 stonden GroenLinksers en PvdA’ers weliswaar op één lijst, maar in het Europees Parlement zitten de acht Europarlementariërs in twee verschillende fracties (vier bij de Groenen, vier bij de sociaaldemocraten) en zijn ze aangesloten bij twee verschillende Europese moederpartijen: de Europese Groene Partij (EGP) en de Partij van de Europese Socialisten (PES).

Nu moet ook in Brussel de keuze worden gemaakt: hoe gaat Pro verder? Waar staat Pro voor in de EU? Ondanks veel overeenkomsten zijn er ook de nodige verschillen tussen de twee partijen en fracties. Niet alleen wordt er geregeld anders gestemd, de politieke cultuur is anders, net als de invloed van individuele parlementariërs.

Het referendum beperkt zich tot de vraag bij welke Europese partij Pro zich gaat aansluiten (PES of EGP). De huidige Europarlementariërs blijven in hun fracties zitten tot de volgende verkiezingen. De uitslag van het referendum bepaalt wel mede hoe Pro de Europese verkiezingen van 2029 ingaat.

Het partijbestuur koos voor een ledenreferendum. Is dat een goed idee?

Dat leek het bij aanvang wel, maar ondertussen krijgen steeds meer betrokkenen er koppijn van. ‘Dit levert vooral ontstellend veel gezeik op’, aldus een van hen. De discussie over de identiteit van Pro steekt volop de kop op, net als ouderwetse partijreflexen om elkaar pootje te lichten.

Dat bleek al in de speciale adviescommissie die de partij instelde om zich te buigen over ‘de toekomst van Pro in Europa’. Die werd dit voorjaar keurig conform de oude partijlijnen paritair samengesteld: twee PvdA’ers (oud-minister Bert Koenders en kandidaat-Eerste Kamer-lijsttrekker Mariëtte Hamer) en twee GroenLinksers (oud-Kamerlid Kees Vendrik en oud-Europarlementariër Nel van Dijk).

Koenders wilde vaart maken en stuurde aan op een snel besluit, desnoods alleen door het partijbestuur. Vendrik wilde een weloverwogen besluit, waarin de voor- en nadelen helder zouden zijn voor de leden. De spanningen liepen op, Koenders verliet de adviescommissie. Vanwege het partijpolitieke evenwicht moest ook Vendrik opstappen.

Hamer en Van Dijk rondden het advies medio augustus af. Omdat de Europese regels een volledig lidmaatschap bij beide partijen niet toestaan, legden de overgebleven commissieleden een referendumvraag op tafel met drie opties. Eén: aansluiten bij de PES met een geassocieerd lidmaatschap (weinig rechten) bij de EGP. Twee: aansluiten bij de EGP met een geassocieerd lidmaatschap voor de PES. Drie: een ‘losse vorm van samenwerking’ met beide partijen.

Hamer en Van Dijk riepen de leden op voor de eerste optie te kiezen (de PES), het partijbestuur schaarde zich erachter. De derde optie (losse samenwerking) is in de definitieve referendumvraag geschrapt, omdat die het slechtst mogelijke van alles omvat.

Wat maakt het uit, PES of EGP?

Pro wil een machtsfactor zijn, ook in Brussel. Volgens de adviescommissie en het partijbestuur biedt de PES daartoe de beste mogelijkheden: er zitten sociaaldemocratische premiers aan tafel in Brussel, geen groene; er zitten socialisten in de Europese Commissie; en de sociaaldemocratische fractie in het parlement (135 zetels) is veel groter dan de groene fractie (53 zetels).

Dit getalsmatige overwicht klopt, al valt er het een en ander op af te dingen. Te beginnen met die premiers: van de 27 leiders bij de EU-toppen zijn er maar vier van sociaaldemocratische huize, inclusief de toekomstige Zweedse premier. En die vier zitten zeker niet op één lijn: de politieke kloof tussen de Deense Mette Frederiksen en de Spanjaard Pedro Sánchez is groter dan de fysieke afstand tussen hun landen. Het aantal sociaaldemocratische commissarissen is op één hand te tellen.

In het parlement weegt het aantal sociaaldemocratische stemmen een stuk zwaarder dan het groene aandeel. Maar de groene fractie opereert effectief in het overleg met de Commissie. Het CO2-reductiedoel voor 2040 en het vergroenen van de meerjarenbegroting kwamen mede onder druk van de Groenen tot stand.

Voor de partijen maakt het wel uit bij wie de acht Pro’ers zich uiteindelijk aansluiten. De partijen krijgen geld van het Europees Parlement, gebaseerd op het aantal parlementariërs. Volgens interne becijferingen van Pro ontvangen de EGP en de PES ieder bijna 1 miljoen euro voor de vier parlementariërs de komende drie jaar. Voor een partij is dat veel geld, vandaar de strijd om de keuze.

Wat wordt de uitslag van het referendum?

Een recente peiling van EenVandaag laat zien dat 50 procent een voorkeur heeft voor de PES en 28 procent voor de EGP. Afgelopen weekend koos Protest, de jongerenbeweging van Pro, voor aansluiting bij de Europese Groenen.

Een keuze voor de EGP is ongemakkelijk voor Tweede Kamerfractievoorzitter Jesse Klaver en het partijbestuur, die hebben immers hun voorkeur voor de PES duidelijk gemaakt. Een hoog aantal blanco stemmen is ook niet aantrekkelijk, dat zou erop kunnen duiden dat de leden het te vroeg vinden voor een keuze. Het doemscenario is veel blanco stemmen én een uitslag van 51-49 procent tussen de twee opties: dan verdiept het referendum de bloedgroepenstrijd tussen GroenLinks en de PvdA.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next