Home

‘De liefde kan veel, maar ook weer niet alles’

Taiwanese literatuur Zijn oprechte menselijke verhoudingen mogelijk onder koloniale omstandigheden? Dat onderzoekt Yáng Shuāng-zi in haar veelvuldig bekroonde roman Reisdagboek Taiwan. ,,Als mensen in dit boek vooral willen lezen over eten en reizen, prima, maar misschien krijgen ze nog wat meer mee.”

Yáng Shuāng-zǐ

Toen de roman Reisdagboek Taiwan in 2020 uitkwam in Taiwan, stond op de kaft de naam van Yáng Shuāng-zǐ niet vermeld als auteur van het werk, maar als de vertaler. Yáng zou een reisverslag uit de jaren dertig van de Japanse schrijver Chizuko Aoyama, het hoofdpersonage van het boek, hebben teruggevonden en naar het Chinees hebben vertaald. De presentatie van het boek als een vertaling, inclusief voetnoten met uitleg over de historische context door de tekst heen, was zo overtuigend dat een deel van de vroege lezers zich opgelicht voelde toen het bleek te gaan om historische fictie.

Yáng Shuāng-zǐ : Reisdagboek Taiwan. Vertaald uit het Chinees door Annelous Stiggelbout en Silvia Marijnissen. J.M. Meulenhoff, 352 blz. € 22,99

Yáng (42) kwam met een verklaring, waarin ze uitlegde dat het ging om een literair experiment. Ze wilde met haar roman „geesten oproepen” en de relatie tussen fictie en historische werkelijkheid onderzoeken. Kan fictie dichter bij ‘de waarheid’ komen dan historische verslagen, bijvoorbeeld als het gaat over de ervaringen van vrouwen van wie de verhalen in het verleden zelden zijn vastgelegd, of om de omstreden identiteit van Taiwan als meermaals gekoloniseerd eiland?

Het verhaal van de Japanse Aoyama, die als gevierd auteur uit het keizerrijk Japan in 1938 een rondreis maakt in Taiwan, dat op dat moment door Japan wordt bezet, gaat over die vraag. Reisdagboek Taiwan schetst een rijk beeld van het vooroorlogse Taiwan door de ogen van Aoyama, die gefascineerd is door de lokale cultuur en het op zich neemt om die cultuur vast te leggen „voor het verandert”.

Centraal staat de bijzondere relatie tussen Aoyama en haar Taiwanese tolk Ông Tshian-ho̍k. De twee vrouwen vinden elkaar in hun passie voor eten – een onderwerp dat de koloniale ongelijkheid tussen verschillende groepen op het eiland blootlegt. De meeste Japanners houden het liever bij sashimi dan bij lóo-bah, een Taiwanees gerecht van varkensspek. Maar Aoyama schat de Taiwanese cuisine op waarde, en Ông weet daar alles van. Per trein – symbool van de moderniteit die het keizerrijk bracht – reizen de vrouwen het eiland af en ontwikkelen zo een band waarvan voortdurend de vraag is hoe diep die kan gaan.

Geleidelijk wordt duidelijk dat de Japanse Aoyama blinde vlekken heeft als het gaat om haar rol als representant van de bezettende macht, die Ông steeds meer in de weg zitten. Een ander personage concludeert: „Er is in deze wereld weinig moeilijker af te wijzen dan zelfingenomen goede bedoelingen.”

Daarin ligt ook een politieke boodschap voor vandaag, aldus Yáng, bijvoorbeeld in de richting van grote landen die Taiwan als geopolitieke speelbal willen behandelen. Na een belangrijke literaire prijs in Taiwan in 2021, won de Engelse vertaling van Reisdagboek Taiwan in 2024 de Amerikaanse National Book Award for Translated Literature en in mei van dit jaar de Britse International Booker Prize. Beide internationale prijzen werden niet eerder door een Chineestalig boek in vertaling gewonnen. Deze week komt een Nederlandse versie uit, vertaald uit het Chinees door vertalers Annelous Stiggelbout en Silvia Marijnissen.

In haar speech bij de ontvangst van de National Book Award stelde Yáng dat Taiwanezen vandaag, net als een eeuw geleden, nog altijd moeten bevechten dat Taiwan van de Taiwanezen is. „Honderd jaar geleden zeiden we dat tegen de Japanners, en vandaag, honderd jaar later, zeggen we het tegen de Chinezen.”

Ook in een online gesprek met NRC, voorafgaand aan een bezoek van Yáng aan Nederland deze week, spreekt Yáng veel over de relatie tussen politiek en literatuur, die ze eerder een ’technologie’ noemde om lezers op een diep niveau mee te bereiken en te laten nadenken over machtsongelijkheid.

Waarom kiest u in Reisdagboek Taiwan, net als in eerder werk, voor een verhaal dat zich afspeelt in de periode van de Japanse bezetting (1895-1945) van Taiwan?

,,Ik schrijf over de jaren dertig van de vorige eeuw, maar ik schrijf voor hedendaagse lezers. In Taiwan zijn we pas in de afgelopen decennia, sinds de geleidelijke democratisering vanaf de jaren negentig, onze eigen geschiedenis gaan vertellen. Tussen 1949 en 1987 hadden we te maken met het militaire bewind van de Kuomintang, die nadat ze in China door de communisten werden verslagen in Taiwan met harde hand de zogeheten Republiek China bestuurden. Zij zagen zichzelf als Chinees, en in de geschiedenisles ging het vooral over China.

,,De Japanse bezetting noemen we een koloniaal bewind. Maar was die zo anders dan onze eigen recente geschiedenis? Inmiddels zijn we een democratie, maar de officiële naam van Taiwan is nog altijd de Republiek China. Ik schreef dit boek in het Chinees, terwijl ik de taal van mijn voorouders – het Taiwanees [een Zuid-Chinese taal meegenomen door eerdere migranten] – nauwelijks spreek. Is dat ook kolonialisme? Dat zijn confronterende thema’s voor veel Taiwanezen, die waarschijnlijk geen boek zouden willen oppakken dat hierover gaat. Dus schrijf ik over wat er daarvoor gebeurde.” 

Ook de relatie tussen Taiwan en China typeert u als koloniaal. Wat bedoelt u daarmee?

,,Naast de militaire dreiging vanuit China hebben we ook te maken met een bedreiging van onze cultuur. China is in opkomst, en ook veel Taiwanezen zijn actief geworden in China. Maar als we hun taal gaan overnemen, en bijvoorbeeld het woord ‘vasteland’ gaan gebruiken voor ‘China’, dan worden we onderdeel van hun narratief. Dat is gevaarlijk. 

Ik schrijf veel over Taiwans eetcultuur om te laten zien hoe eigen die is. Er wordt vaak gedaan alsof Taiwanees eten simpelweg onderdeel is van de Chinese keuken. Maar ik laat zien hoe er tijdens de Japanse bezetting ook allerlei innovatie was op culinair gebied, en hoe lokale cuisine zich mengde met Westerse invloeden die via Japan naar ons toe kwamen. Het punt is dat we ons eigen pad hadden, dat los stond van dat van China, en dat ons heeft gemaakt wie we nu zijn.”

U lijkt tot een pessimistische conclusie te komen als het gaat over de mogelijkheid van gelijkwaardige persoonlijke relaties, of liefde, in zo’n koloniale setting.

,,De machtsverschillen die het gevolg zijn van kolonialisme zijn erg groot. Ik geloof dat liefde bestaat en dat liefde mensen kan motiveren om allerlei beperkingen te overstijgen, maar dat lukt niet altijd. Misschien zou het de twee hoofdpersonages uit Reisdagboek Taiwan wel gelukt zijn als ze samen iets heel heftigs zouden meemaken, zoals een natuurramp. Zo’n scenario onderzoek ik in het nieuwe boek waar ik nu mee bezig ben.” 

Gevraagd naar een schrijver waar ze zich verwant mee voelt, noemt Yáng de Zuid-Koreaanse Nobelprijswinnaar Han Kang. Ook Han schrijft ook over historische trauma’s en staatsgeweld, met een nadruk op de ervaringen van vrouwen. Maar de manier waarop Yáng deze thema’s bespreekt kan nauwelijks meer van Hans sombere, poëtische werk verschillen. In Reisdagboek Taiwan is de toon juist verrassend licht. De Japanse Aoyama is dominant en lomp maar ook warm en oprecht. Ông en zij plagen en ondervragen elkaar op een manier die geregeld doet denken aan scenes uit een soap of romantische komedie.

Deze combinatie van ernst en lichtheid is geworteld in Yángs eigen verhaal. Ze groeide op in een familie die zo arm was dat het leven draaide om genoeg werken om te eten. Als tiener werkte ze een aantal jaar in een bakkerij, later werkte ze voltijds in kantoorbanen terwijl ze ’s avonds naar de universiteit ging om literatuur te studeren. Yáng Shuāng-zǐ (letterlijk ‘tweeling’) is een schrijversnaam die eigenlijk naar twee mensen verwijst, Yáng zelf en haar tweelingzus Jo-hui, die in 2015 aan borstkanker overleed.

Oostkust van Taiwan in 1933.

Tijdens hun jeugd vonden beide zussen, die op het Taiwanese platteland door hun grootouders werden opgevoed, een uitlaatklep in de wereld van populaire cultuur uit Japan. Ze schreven samen manga’s en romantische fictie, vooral in het uit Japan afkomstige yuri-genre. Daarin staan relaties tussen vrouwen centraal. De zussen besloten het populaire genre te mengen met hun interesse in Taiwans Japanse periode. Reisdagboek Taiwan werd opgedragen aan Yang Jo-hui, die met haar historische onderzoek naar die periode bijdroeg aan de roman.

Wat moeten Nederlandse lezers weten over de yuri literatuur, die groot is in Azië maar hier niet bekend?

,,Algemeen gezegd gaat het om fictie waarin er sprake is van vrouwelijke personages die veel voor elkaar voelen. Dat kan gaan om allerlei gevoelens: vriendschap, familiale banden, liefde, seksuele aantrekkingskracht – het valt allemaal onder yuri. Het genre komt uit Japan maar is in veel Aziatische landen doorontwikkeld. In Thailand zijn bijvoorbeeld yuri televisieseries heel populair.”

Hoe verschilt yuri van traditionele lesbische literatuur?

,,In Taiwan gaan lesbische romans vaak over personages die op zoek zijn naar hun plek in de maatschappij. Hoe ga je om met je genderidentiteit en welke uitdagingen kom je daarbij tegen in deze wereld? Zulke boeken gaan vooral over zelfacceptatie. Yuri doet iets anders. Het gaat meer over de vraag of we als vrouwen, lesbisch of straight, ook gelukkig kunnen zijn en mooie relaties kunnen aangaan. Het kan daarbij gaan om romantische liefde, maar ook om andere banden tussen vrouwen die in een bepaalde periode van iemands leven heel hecht zijn. Bijvoorbeeld met een leraar of een familielid. Dat zijn het soort verhalen die in de literatuur tot nu toe weinig zijn verteld. Ook niet-romantische relaties tussen mannen en vrouwen krijgen weinig literaire aandacht trouwens. Maar al die relaties bestaan wel.”

Zou dit ook een reden kunnen zijn voor het grote internationale succes van Reisdagboek Taiwan?

,,Misschien dat mensen er iets in herkennen uit hun eigen leven, en herinnert het boek ze aan iemand die belangrijk voor hen was, bijvoorbeeld uit hun jeugd. Als het gaat om de personages mogen lezers helemaal zelf invullen of er sprake is van romantische liefde.”

Ondanks alle historische voetnoten en informatie leest het boek ook gewoon lekker weg. Volgens sommigen is het daardoor zelfs te ‘licht’ om als echte literatuur te gelden.

,,De keuze om de roman ook entertaining te maken komt voort uit mijn politieke identiteit als iemand die actief is in maatschappelijke bewegingen, zoals de beweging voor het homohuwelijk [dat Taiwan in 2019 legaliseerde, red.] of protesten tegen kernenergie. Ik weet uit ervaring dat je met directe confrontatie niemand overtuigt. In mijn boeken wil ik gastvrij en open zijn. Iedereen mag binnenkomen. Als mensen komen voor al het eten en reizen in het boek, of voor de relatie tussen twee vrouwen, prima. En misschien krijgen ze nog wat meer mee.”

De rechten van het boek zijn al voor dertig talen verkocht. Hoe voelt het dat een boek, dat zich presenteert als een fictieve vertaling, nu zoveel vertaald wordt?

,,Dat had ik helemaal niet verwacht. Ik hoopte alleen op een vertaling naar het Japans, omdat het boek ook over Japanse geschiedenis gaat. Maar het past wel heel goed. Ik zag mezelf al als vertaler van het toenmalige Taiwan naar nu. En nu voegen echte literaire vertalers, die het boek naar het Engels of het Nederlands vertalen, ook weer hun eigen voetnoten en commentaar toe aan de tekst. Mijn tekst biedt alle ruimte voor de volgende vertaler.”

Yáng Shuāng-zǐ spreekt op zaterdag 26 september tijdens het literatuurfestival ILFU in TivoliVredenburg in Utrecht. Info: ilfu.com

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Literatuur

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next