Het kabinet wil vanaf 2028 stoppen met het elke zomer vullen van de gasopslagen. Minister Stientje van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei pleit vandaag in een Kamerbrief voor ‘strategische voorraden’. Maar hoe groot moeten die zijn?
is economieredacteur. Hij schrijft over de energietransitie.
Wat maakt de huidige aanpak zo duur?
Sinds het uitbreken van de gascrisis, na de Russische inval in Oekraïne, moet Nederland de gasopslagen in de zomer vullen. De EU bepaalt tot hoeveel procent. Als de ‘markt’ dat niet uit zichzelf doet, regelt staatsbedrijf EBN dat er gevuld wordt.
EBN doet dat door in de zomer gas te kopen en het direct via een termijncontract voor de winter door te verkopen. Dat betekent dat een tegenpartij betaalt om het gas in de winter van EBN af te nemen. In de tussentijd wordt het gas opgeslagen in een leeg gasveld.
De kosten voor dit opslaan kunnen behoorlijk oplopen. Sowieso kost het geld om gas onder de grond te pompen, maar de rekening wordt nog hoger als de gasprijs in de zomer hoger ligt dan de prijs van het wintercontract, wat momenteel het geval is.
EBN heeft dit jaar een mandaat gekregen om maximaal 1 miljard euro ‘verlies’ te lijden. Of dat ook gerealiseerd wordt, is niet duidelijk. Dat het vullen de schatkist dit jaar honderden miljoenen kost, staat wel vast.
Een probleem is ook dat alle Europese landen dit nu aan het doen zijn. Zij vergroten zo de vraag naar gas in de zomer, waardoor de kosten oplopen.
Nederland heeft relatief grote gasopslagen. Maakt dat het extra duur?
Zeker. De gasopslagen bedienen voor een groot deel afnemers in met name Duitsland en België. De miljoenen van EBN gaan dus deels naar gas dat uiteindelijk in andere EU-landen wordt verstookt.
In Brussel werkt de Europese Commissie op dit moment aan een nieuwe gasverordening. Nederland probeert voor elkaar te krijgen dat de rekening voor het vullen van gasopslagen eerlijker wordt verdeeld. Daarvoor is weinig steun van andere lidstaten. Nederland zet nu in op nieuwe richtlijnen. Die gaan niet meer uit van de maximale capaciteit, maar om hoeveel gas er echt nodig is in de opslagen op basis van het gebruik.
Dat opslaan is duur, maar dat geld biedt toch de zekerheid van voldoende gas in de Europese winter?
Dat klopt, maar het belang van volle winteropslagen is de afgelopen jaren afgenomen. Voor de inval in Oekraïne was Europa grotendeels afhankelijk van gas uit Rusland en Groningen. Dat werd in een constante stroom via pijpleidingen het hele jaar door aangevoerd. Het is dan economisch efficiënt om ’s zomers voorraden te vullen voor de winter. Voorraden zijn nodig, want als een van de belangrijke pijpleidingen in de winter uitvalt, dreigt zonder buffer een groot tekort aan gas.
Inmiddels is het gas uit Rusland en Groningen (bijna) geheel vervangen door vloeibaar aardgas (lng) dat met schepen wordt aangevoerd. Ook de lng-toevoer kan verstoord worden, zoals nu is gebeurd door de blokkade van de Straat van Hormuz. Maar omdat de lng-markt een heel flexibele wereldmarkt is, waarin schepen naar de hoogste bieder varen, leiden zulke verstoringen vooral tot hogere prijzen in de Europese winter, en niet tot tekorten.
Wat zijn dan ‘strategische voorraden’?
Strategische voorraden legt de overheid eenmalig aan. Ze blijven tijdens de winter in principe gewoon onder de grond. De overheid blijft eigenaar van dat gas en brengt het alleen op de markt als de levering van gas aan ‘kwetsbare afnemers’, zoals huishoudens en ziekenhuizen, in gevaar komt.
Het kabinet wil die voorraden op twee manieren aanleggen. Ten eerste moeten energiebedrijven met kwetsbare afnemers een wettelijke verplichting krijgen om een eigen buffer achter de hand te houden. Ten tweede wil het kabinet dat de overheid voorraden aanlegt.
Hoe groot moeten die strategische voorraden worden?
Dat is een vraag die de komende tijd in Brussel en de Tweede Kamer beantwoord moet worden. Minister Van Veldhoven noemt in haar brief nog geen concrete cijfers. Al heeft het kabinet onlangs wel besloten voor komend jaar een voorraad aan te leggen van 5 terawattuur. Dat komt neer op het nationale verbruik van vijf tot tien dagen.
Zo’n voorraad geeft het ministerie de tijd om bij een grote gascrisis bepaalde bedrijven gecontroleerd stil te laten leggen ten gunste van burgers en cruciale sectoren. Bij de huidige gasprijs kost het zo’n 350 miljoen euro om zo’n voorraad aan te schaffen.
In de Kamerbrief werkt Van Veldhoven verschillende andere scenario’s uit, oplopend tot een voorraad voor negentig dagen (evenveel als de strategische oliereserve). Het aanleggen van zulke voorraden is niet gratis. De overheid moet eenmalig investeren in het gas zelf (dat gaat al snel over miljarden euro’s), en het kost ook geld om gas onder de grond te bewaren.
Wanneer energiebedrijven wettelijk verplicht worden een buffer aan te houden, moeten ze daarvoor ook kosten maken. Die zullen uiteindelijk doorberekend worden aan klanten.
Hoe hoog de kosten van strategische voorraden zullen zijn, is dus afhankelijk van politieke keuzes. Maar op het ministerie zijn ze ervan overtuigd dat leveringszekerheid veel minder zal gaan kosten dan Nederland er nu voor betaalt.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant