Justitieminister David van Weel zag zich donderdag genoodzaakt om in een spoeddebat excuses te maken voor zijn onjuiste opmerkingen over de hoeveelheid onbehandelde aangiften door de politie. De positie van ministers in dit minderheidskabinet is fragiel.
is politiek verslaggever van de Volkskrant.
Achteraf gezien had hij het anders willen aanpakken. De bevindingen van de Algemene Rekenkamer over aangiften die op de plank blijven liggen, hadden voor minister David van Weel aanleiding moeten zijn om met de rekenmeesters in gesprek te gaan.
Van Weel had niet, zoals hij volgens de Tweede Kamer heeft gedaan, de suggestie moeten wekken dat het voor een groot deel om meldingen ging, en het probleem dus wel meeviel. ‘We hadden meer moeite moeten stoppen in het beter begrijpen van elkaars standpunten en te komen tot een geharmoniseerd beeld’, zei de VVD-minister in een speciaal ingelast spoeddebat. ‘Dat is niet gelukt en dat spijt me.’
Van Weel moest zich donderdagavond verantwoorden voor de onduidelijkheid over de onbehandelde aangiften. Voor de zomer bleek uit onderzoek van de Algemene Rekenkamer dat de politie in 2024 niets heeft gedaan met tienduizend aangiften van ernstige misdrijven.
In reactie op het onderzoek stelde Van Weel dat de cijfers van de rekenmeesters een vertekend beeld gaven. Het zou in ‘meer dan de helft’ van de gevallen om meldingen gaan. Afgelopen dinsdag sprak de Rekenkamer zich publiekelijk uit tegen de minister, wat ongebruikelijk is. Het zou in slechts 10 procent van de gevallen gaan om meldingen. Volgens de Rekenkamer heeft de minister de Kamer ‘op het verkeerde been’ gezet.
Uit deze zeldzame berisping trokken oppositiepartijen de conclusie dat Van Weel de Kamer verkeerd had geïnformeerd. Ze eisten opheldering. ‘Waarom zei de minister dat het voor een heel groot deel om meldingen ging?’, wilde Ingrid Coenradie (JA21) weten, die de vertrouwensvraag nadrukkelijk op tafel legde. ‘De Kamer moet erop kunnen vertrouwen dat de minister het volledige en juiste beeld geeft. Een slachtoffer moet erop kunnen vertrouwen dat een aangifte ertoe doet. Als beide vormen van vertrouwen beginnen te wankelen, hebben we niet alleen een maatschappelijk, maar mogelijk ook een politiek probleem.’
Ook Pro en de SGP waren niet te spreken over het handelen van Van Weel. ‘Waarom zei de minister zo stellig dat het bij die tienduizend zaken voor de helft om meldingen ging? Waar baseerde hij dat op?’, wilde Songül Mutluer (Pro) weten. ‘En als dat niet klopt, moet hij dan vandaag niet gewoon toegeven dat hij de Kamer op het verkeerde been heeft gezet zoals de Algemene Rekenkamer zegt.’
Aanvankelijk leek Van Weel alleen excuses te willen maken voor de onduidelijkheid waarvoor hij zichzelf verantwoordelijkheid achtte. ‘Dat trek ik mezelf aan, omdat ik daar zelf aan heb bijgedragen.’ Maar erkennen dat hij fouten had gemaakt? Dat niet. ‘Nee, ik heb de Kamer niet misleid.’
Met deze houding had Van Weel in een meerderheidskabinet kunnen wegkomen, maar de justitieminister maakt deel uit van een politiek experiment. Donderdagavond bleek dat de positie van ministers in een minderheidskabinet aanzienlijk kwetsbaarder is dan wanneer de coalitie meer dan 75 zetels heeft.
Zo volstond de spijtbetuiging van de minister in de ogen van de oppositie niet. Fractie na fractie eiste van de minister een knieval. Van Weel moest dieper door het stof. ‘Ik had gehoopt op een begin van een excuus’, zei Coenradie. ‘Ik wil echt expliciete excuses. Ik wil ook dat wordt toegegeven dat de Kamer verkeerd is geïnformeerd.’ Pro was iets milder, maar allerminst tevreden. ‘De minister moet heel goed begrijpen dat dit gewoon niet oké is’, aldus Mutluer.
Met een motie van wantrouwen, ingediend door de PVV, boven zijn hoofd en partijen als JA21, SGP, ChristenUnie, 50Plus en BBB, voor wie de vertrouwensvraag nog boven de markt hing, zat er voor Van Weel niets anders op dan dieper door het stof te gaan.
‘Het idee dat u heeft dat mijn excuses niet oprecht waren, raakt me’, zei Van Weel. In de hoop voldoende oppositiepartijen te overtuigen, deed hij er in het slot van het debat een schep bovenop. ‘Ik realiseer me nu ook dat ik u, bedoeld of onbedoeld, op het verkeerde been heb gezet, of dat u zich misleid hebt gevoeld. Dat kan anders en dat wil ik u heel graag bewijzen en daar bied ik mijn excuses voor aan.’
Dat bleek voor de Kamer voldoende om Van Weel het voordeel van de twijfel te gunnen. ‘Wij zaten echt op het randje van steun voor de motie van wantrouwen’, zei Coenradie. Voor Van Weel betekent het dat hij zijn baan behoudt. Tegelijkertijd zal de rest van het kabinet gezien hebben hoe de machtsverhoudingen in de Tweede Kamer verschoven zijn. Als het erop aankomt, maken de coalitiepartijen daar niet de dienst uit.
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant