Noorse klassieker In zijn boek Lasso om de maan, dat in 1954 voor het eerst verscheen, vertelt de Noorse schrijver Agnar Mykle in bezield en oprecht proza over het moeizame leven van een jonge componist.
Vossevangen, Hardangerfjord, Noorwegen.
Agnar Mykle: Lasso om de maan. (Lasso rundt fra luna) Vert. Geri de Boer. Oevers, 683 blz. €37,50
Zo ongeveer alle seinen springen op rood als je je als uitgever anno 2026 af zou vragen of het misschien een aardig idee is om Lasso om de maan in een Nederlandse vertaling uit te brengen. Eens even kijken: het werd geschreven in Noorwegen (niet meteen het best marcherende literaire gebied in de Nederlandse markt), het boek is al ruim driekwart eeuw oud, de schrijver ervan zal voor de meeste Nederlanders een volstrekte onbekende zijn (er zijn geen andere Mykles in een Nederlandse vertaling verkrijgbaar) en het boek is van een flinke omvang. Dat laatste concludeer je nu, in een tijd waarin de gemiddelde aandachtspanne vele malen lager ligt dan in 1954, maar dat vonden ze, in het slome, beeldschermloze Noorwegen van toen óók al: uitgeverijredacteuren en recensenten deden destijds al hun beklag over de wijdlopigheid van de roman en er werd op verschillende momenten in geknipt om het allemaal wat bondiger en to the point te maken.
Tel daarbij op dat er in Lasso om de maan ook nog eens geen sprake is van een grensverleggende vorm of moraal (het is een Bildungsroman met een lyrisch-romantisch randje, die je eerder met Balzac in verband brengt dan met de destijds veel hippere literatuur van bijvoorbeeld de existentialisten) en je vraagt je af wat een kleine uitgever toch heeft bewogen om deze turf voor een kleine veertig euro op de markt te brengen.
Het antwoord is: goede smaak. Want Mykle (1915) schreef dan misschien niet volgens de laatste literaire mode, schrijven kon hij. Zijn stijl doet denken aan een bekend citaat over het schrijven dat in de loop van de geschiedenis aan verschillende, al dan niet bekende schrijvers is toegeschreven: writing is easy, just open a vein and bleed.
Heel af en toe resulteert dat procedé bij Mykle in een grofheid die in ons tijdsgewricht misschien wat moeilijker te verteren is (ook vertaalster Geri de Boer wijst in een nawoord op Mykles loyaliteit aan het masculiene perspectief), maar meestal – en dat is natuurlijk veel belangrijker – in bezield, oprecht proza met een indrukwekkende psychologische kwaliteit. Schelden doet Mykle niet vaak, maar hij heeft soms iets van Céline: all-in, met het mes tussen de tanden, laverend tussen agressie en tederheid. De volledige mens zit erin, zeg maar, in plaats van iemand die een paar lessen literatuurtheorie in zijn oren heeft geknoopt en een steriele tekst aflevert waarmee toch vooral het brein van de lezer geprikkeld dient te worden. Er is, en dat kan voor de lezer soms best als een opluchting voelen, zoiets als een individuele beleving van een mens.
Mykle ging voor dit onmiskenbaar autobiografische werk terug naar de jaren dertig, de jaren waarin hij opgroeide in een ingedut plaatsje in het zuiden van Noorwegen. Daar stond de wieg van hoofdpersoon Ask, maar we maken kennis met hem als hij er in een nachttrein weer naartoe reist na er ruim tien jaar geleden definitief te zijn vertrokken. Nu is hij componist: dat is er dus van hem geworden sinds zijn vertrek, waardoor je al snel gaat denken dat dit een soort Amerikaans getint verhaal wordt over een eenvoudige jongen die het in een grote stad heeft gemaakt en die nu zijn nog steeds zo eenvoudig gebleven achterban onder ogen gaat komen.
Maar het steekt anders in elkaar, want een succesverhaal wordt Lasso om de maan nergens, eerder een tragedie met, zeker op het eind, ontluisterende taferelen. Wanneer zal hij, vraag je je steeds meer af als je leest over de jeugd van Ask, nou die stap gaan maken richting de kunsten? Wanneer wórdt hij dan die maker van muziekstukken? Want het komt er niet van, Ask gaat op twee terreinen grandioos de mist in: hij laat zich als redelijk getalenteerde scholier een baan als directeur op een handelsschool in het noorden van het land aanpraten en hij verwekt daar, intussen ondermaats presterend op zijn werk, twee kinderen bij twee vrouwen van bedenkelijk allooi. Wat het begin van een gloedvolle loopbaan had moeten worden, is krap een jaar verder uitgemond in een afgang – en met hangende pootjes en een aantal ruw doorgeknipte amoureuze banden verder meldt hij zich weer bij zijn ouders. De jaren waarin Ask daarna dan naar Oslo vertrekt en componist wordt, behandelt Mykle in dit boek helemaal niet.
De roman is dus zwaar autobiografisch, maar niet zuiver anekdotisch. Mykle is geen Jan Cremer, hij is geen auteur die het allemaal maar wild op het papier wierp en opvallend vaak zit er een meerduidige, metaforische diepte in scènes, uitspraken en personages, waardoor ze veel meer voor je zijn dan voorvallen en passanten. Zoals de figuur Droogstoppel van Multatuli stond voor ‘de’ Hollandse geest, zo zit ook Lasso om de maan vol met dimensionale zeggingskracht en is Mykle daarmee eerder een denkend schrijver dan een noterend avonturier. Wie bekend is met de theorie van Heidegger over de technische cultuur zal smullen van Mykles omgang met de boekhoudende mens, die lijkt te meten om te meten en te tellen om te kunnen blijven tellen.
Je leest in Lasso om de maan over hoogmoed die resulteert in verraad. Maar het is eerder een rechtvaardiging van die hoogmoed dan een afrekening ermee. Sommige mensen kúnnen niet anders, ga je naar verloop van tijd denken, die worden nu eenmaal gelokt door wat ze genadeloos op zal breken. Mykle weet vrouwen , muziek, maar ook mannenvriendschap op zo’n manier te vatten dat je denkt: wie zijn toch die zonderlingen die zo nodig met een potloodje in de hand de zakken meel willen gaan tellen?
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie