Rini Wagtmans bezwoer ‘bij God en allemachtig’ dat hij zonder hartproblemen de Tour de France zou hebben gewonnen. Na zijn wielercarrière groeide hij uit tot een succesvol zakenman. Wagtmans was al langer ziek. Hij overleed vrijdag op 79-jarige leeftijd.
is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
‘Zijn leven is één lange onmogelijkheid,’ schreef biograaf Peter Ouwerkerk in de inleiding van Ongekend, het levensverhaal van de voormalig wielerprof Rini Wagtmans uit 2006. ‘Het is even onwaarschijnlijk als onvoorstelbaar.’
Aan dat leven kwam vrijdag een eind. Marinus Cornelis ‘Rini’ Wagtmans, geboren op 26 december 1946, overleed in zijn geboortedorp Sint Willebrord op 79-jarige leeftijd. Hij leed aan kanker.
De onwaarschijnlijkheid van Wagtmans’ leven zat hem vooral in de bijna oneindige hoeveelheid activiteiten die hij in de loop der jaren ontplooide en in de miraculeuze manier waarop hij ontsnapte aan een armoedige, kansarme jeugd in wat tegenwoordig een disfunctioneel gezin zou heten: zijn vader was alcoholist en zijn moeder verdween op zeker moment uit zijn leven. Van zijn vier broers en zusjes hadden er twee een andere vader dan hij.
Toen hij een jaar of 14 was, ontdekte Wagtmans hoe hij daaraan kon ontsnappen: door te gaan wielrennen. Wielrennen was, zeker in de arme Brabantse zuidwesthoek, geen sport, maar een manier om vooruit te komen in het leven: je kon er in elk geval meer geld mee verdienen dan als boerenknecht of arbeider in de Rotterdamse of Antwerpse haven.
De wielersport speelde al voor de Tweede Wereldoorlog een grote rol in het kerkdorp in de gemeente Rucphen. Na de oorlog populariseerden renners als Wim van Est en Wout Wagtmans, beiden afkomstig uit Sint Willebrord, de sport in Nederland met hun prestaties in de Tour de France. Wim van Est was de buurman van Rini Wagtmans, Wout Wagtmans de broer van zijn vader Kees Wagtmans, de vaste masseur van Van Est. Kees’ bijnaam luidde ‘Smokkeltje’, vanwege die andere ontsnappingsroute uit de armoe, de smokkelarij.
Rini Wagtmans had het talent van zijn oom Wout, die de Tour de France in 1956 had kunnen winnen. Bovendien beschikte hij over de mentaliteit en het doorzettingsvermogen die ongetwijfeld voortkwamen uit de ervaringen uit zijn jeugd. De drang zichzelf te bewijzen zou ook lang na zijn wielerloopbaan de motivatie vormen voor zijn verbijsterende dadendrang. Maar het begon op de fiets. ‘Ik had gezworen dat ik wraak zou nemen’, zei hij in 2006 tegen de Volkskrant. ‘Op wat ze me hadden aangedaan. (…) Ik wilde wraak op de vernederingen. (…) De fiets was het enige middel. Want daar kon ik geld mee verdienen als slik.’
In 1968 werd Wagtmans professional en in datzelfde jaar bewees hij zijn eigenzinnigheid door in het profcriterium van Chaam Tourwinnaar Jan Janssen te verslaan, iets wat absoluut not done was. Janssen droeg hem de vernedering lang na en koesterde nog jarenlang revanchegevoelens.
In zijn tweede profjaar beleefde Wagtmans zijn doorbraak door in de Tour de France van 1969 als zesde en beste Nederlander te eindigen, vier plekken voor Janssen. Een jaar later deed hij het nog beter, met een etappezege en de vijfde plek in het eindklassement. De dreiging die er van de getalenteerde Brabander uitging was voor Eddy Merckx aanleiding hem een plek in zijn ploeg aan te bieden, een contract dat Wagtmans 25 duizend gulden per seizoen opleverde, exclusief premies.
In dienst van de legendarische Molteni-formatie veroverde ‘de witte bles’ – vanwege de kenmerkende grijze lok in zijn haar – de gele trui, als derde inwoner van Sint Willebrord na buurman Van Est en oom Wout. Maar die Tour werd Wagtmans vooral bekend vanwege de door hem georkestreerde coup in de etappe van Orcières-Merlette naar Marseille. Vanuit de start stortte Wagtmans, op dat moment de beste daler van het peloton, zich met ware doodsverachting van de berg, met Merckx in het wiel. Pas 251 kilometer verderop, in Marseille, zag het peloton de vluchters terug.
In 1972, Wagtmans was nog maar 25, reed hij zijn laatste Tour de France. In 1973 dwongen hartritmestoornissen hem te stoppen. ‘Ik zweer bij God en allemachtig dat ik een keer de Tour de France had gewonnen.’ Het mocht niet zo zijn. Maar wat wel zo was: zijn jaren in het wielerpeloton vormden het fundament voor wat hij daarna allemaal tot stand bracht. Wagtmans maakte zijn naamsbekendheid te gelde zoals weinig anderen voor hem, al moest ook hij daar wel onbehoorlijk hard voor werken.
In 1980 begon hij zijn bedrijf Gowa, in sportkleding. Dat was het begin van het imperium-Wagtmans, dat op het hoogtepunt, halverwege de jaren negentig, bestond uit 32 bedrijven en bedrijfjes – onder meer drie wielerspeciaalzaken, vier kledingfabrieken en twee timmerfabrieken. Hij importeerde tuinhekken uit Siberië en exporteerde gokkasten naar Rusland. Het arme jongetje uit de Sint Willebrordse Rozenkransstraat bezat lappen grond in het dorp en twintig huizen. Het was een man in bonis geworden: de wraak op het leven was voltooid toen hij in 1998 andermaal hartproblemen kreeg en alles liquideerde of overdroeg aan zijn zonen.
Behalve zakenman was Wagtmans ook nog ploegleider en een tijdje bondscoach. Hij was jarenlang honorair consul van Kazachstan. Daarnaast was hij ook ambassadeur van de Stichting Exodus, die gevangenen hielp een nieuw leven op te bouwen en waarvoor hij jarenlang het hele land afreisde.
Het gevulde, overvolle leven van Rini Wagtmans: een man met een slecht maar groot hart. Het enige dat hij bij leven niet gerealiseerd zag was zijn plan voor een Museum van de Nederlandse Wielersport in Hoogerheide. Misschien moet dat gewoon het Rini Wagtmans Museum gaan heten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant