Home

‘Mag Jetten met een hitlersnorretje worden afgebeeld? Zo’n vraag laat je toch niet door een bigtechbedrijf beantwoorden’

Op dit moment zijn er zeventien AI-systemen, zegt Marleen Stikker van Waag Futurelab. Allemaal in handen van private partijen. Maar moet je dat als samenleving wel willen? ‘Als jij een vraag intypt, krijg je het antwoord terug via mensen als Elon Musk.’

schrijft voor de Volkskrant over zingeving.

‘Ik krijg nogal eens het commentaar: ‘Mooie boel geworden, dat internet, jij was toch zo’n idealist, wat is er nu nog over van al je idealen?’ Terwijl ik nooit bij degenen heb behoord die riepen dat internet tot een prachtige, rechtvaardiger wereld zou leiden. Ik heb juist gewaarschuwd voor de route die we nu volgen, voor het gevaar van een staat die mensen in de gaten houdt en voor de risico’s van te grote, private macht. Ga mij dus niet vertellen dat ik onkritisch heb gestaan tegenover de richting die het internet op zou kunnen gaan.’

Als oprichter van De Digitale Stad in 1994 kleeft aan haar naam voor altijd de kwalificatie ‘internetpionier’. Ruim dertig jaar later is Marleen Stikker (64) nog altijd een spin in het web van de Nederlandse internetwereld. Als directeur van de denktank Waag Futurelab deelt ze haar ideeën met onder meer mediabedrijven en ministeries.

Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

Die moeten zich staande zien te houden in een wereld met AI en sociale media, terwijl de macht van Amerikaanse bigtechbedrijven almaar groeit en de Verenigde Staten als bondgenoot politiek niet langer betrouwbaar zijn. Daardoor is ‘strategische autonomie’ ten opzichte van de VS het gespreksonderwerp. Een groeiende interesse voor de ideeën van Stikker is het gevolg. Want zij pleit sinds jaar en dag voor een afwijkende benadering, met ‘publieke verankering’ van de digitale wereld als uitgangspunt. In haar ogen behoren niet commerciële partijen de lakens uit te delen, maar moet de zeggenschap berusten bij ‘structuren die burgers in staat stellen tot zelfbeschikking’.

Met dat idee maakt ze onderdeel uit van de commons-beweging, die gemeenschappelijk gebruik van fysieke en niet-fysieke (digitale of intellectuele) grondstoffen als voornaamste kenmerk heeft. In haar ogen is die op tal van terreinen aan een opmars bezig. ‘Je ziet het niet alleen op internet, met al zijn opensource-initiatieven, maar ook op terreinen als energievoorziening, wonen en voedsel. Daar tref je steeds meer coöperaties, stichtingen en andere non-profitentiteiten aan die voor publieke belangen opkomen.’

De theoretische fundering van de commons-gedachte werd vooral gelegd door de eerste vrouwelijke winnaar van de Nobelprijs voor de Economie, de Amerikaanse politiek econoom Elinor Ostrom (1933-2012). ‘Zij is absoluut een inspiratiebron. Ze heeft laten zien hoe goed het concept van het gezamenlijk delen van hulpbronnen, als alternatief voor privé-eigendom, historisch bezien heeft gewerkt.’

Stikker is afkomstig uit een literair-artistiek milieu – haar moeder was de gerenommeerde vertaler van Duitse literatuur en publicist Gerda Meijerink; haar vader, Uipko Stikker, was zowel scheikundige als dichter. ‘Van beiden heb ik meegekregen dat je mensen niet in hokjes moet willen duwen. Ook met denken in categorieën heb ik grote moeite, alsof bijvoorbeeld media, wetenschap en kunst gescheiden werelden zijn. Ik wil me niet in zo’n hokje verschansen om van daaruit de wereld tegemoet te treden.’

Had u die afkeer ook al toen u op uw middelbare school in Doorn het Revolutionair Leerlingenfonds oprichtte?

‘Haha, wat een naam, hoe verzin je het? Maar inderdaad, ik paste niet in het schoolsysteem, haalde vooral enen, dus dat lag in mijn ogen natuurlijk aan de kwaliteit van het onderwijs. Ik had er toen al moeite mee dat de verbindingen tussen de verschillende vakken en onderwerpen niet werden benoemd. Je krijgt daardoor geen enkel zicht op de wereld als geheel. Toen ik van school kwam, dacht ik: nu weet ik nog steeds niks. Niemand had de vraag gesteld: hoe werkt de wereld en hoe moeten we ons tot haar verhouden? Vandaar dat ik vervolgens koos voor de studie filosofie. Die stelde me ook teleur, dus ben ik die met anderen gaan veranderen.’

Als 15-jarige dacht u aan drie beroepen: schrijver, premier en kweker. Hoe kwam dat bij u op?

‘Het schrijverschap zag ik om me heen, de literaire wereld kwam bij ons thuis. Ik was daar niet erg van onder de indruk en heb het schrijverschap dus nooit geprobeerd. Van het premierschap is het ook niet gekomen, maar kweker ben ik in zekere zin wel geworden. Ik vind het prachtig iets te beginnen waarbij anderen zich aansluiten, om het daarna op te zien groeien. In mijn leven heb ik dat veel gedaan, iets creëren met anderen. Ik ben niet geïnteresseerd in eigendom, zoals ondernemers dat zijn. Eigendom zie ik als een artefact, een door mensen gecreëerde manier om met de wereld om te gaan. Voor mij is het niet een vanzelfsprekend construct, zeker wanneer je uitzoomt: de planeet is van niemand. Bovendien ben je hier slechts tijdelijk aanwezig. Dat maakt het je iets toe-eigenen merkwaardig. Daarom spreekt de commons-gedachte me ook zo aan, omdat de eigendom dan wordt gedeeld. Dat past bij mijn mens- en wereldbeeld.’

Hoe zou u dat omschrijven?

‘Mensen zijn in mijn ogen vooral sociale wezens, die bestaan bij de gratie van coöperatie. We zijn intrinsiek van elkaar afhankelijk, we hebben elkaars affectie nodig. Bij baby’s is dat zelfs een levensnoodzaak, zonder affectie blijven ze niet leven. Dat mensbeeld staat haaks op het dominante beeld van de homo economicus waarop we onze westerse economie hebben gebouwd. Hij is op zijn eigen belang gericht en in permanente competitie met anderen. De aanhangers daarvan beweren dat alleen door die strijd de mens tot innovaties komt. In mijn ervaring ontstaan die door ons vermogen tot samenwerken. Bij mensen als Mario Draghi en Peter Wennink (pleitbezorgers voor meer Europese innovatiekracht ten opzichte van de VS en China, red.) draait het juist om competitie en het najagen van eigen belang.’

Hoe kijkt u naar competitie?

‘Ik vind het op zich wel een interessant en nuttig mechanisme – ik zie ook wel dat mensen harder gaan lopen om anderen voor te blijven, dat heb ik zelf ook. Maar het is niet onze fundamentele drijfveer. Die zoek ik meer in onderling verbonden willen zijn.

‘Maar we moeten oppassen deze tegenstelling te zwart-wit te maken, het is niet een simpele keuze tussen het een of het ander. Met dat soort versimpelingen krijg ik ook vaak te maken in de commons-discussie. ‘Ah, je wilt iets anders dan privé-eigendom, dan zal je wel communist zijn’, krijg ik bijvoorbeeld te horen. Nee, dus. Ik ben een enorme vrijemarktdenker, laat vooral duizend bloemen bloeien. Maar ik wil wel dat toetreden tot de markt voor iedereen mogelijk blijft. Daarom ben ik voor een sterk midden- en klein­bedrijf en voor bedrijven die niet afhankelijk van big tech worden om daarna buitenspel te worden gezet.’

Ziet u dat als een gevaar?

‘Als we de route van Draghi en Wennink volgen voor Europese, strategische autonomie is dat gevaar levensgroot. Zij willen miljarden spenderen aan Europese AI-start-ups, maar zonder verankering in een commons-structuur. Dat is in mijn ogen kortzichtig. Je krijgt dan dat die start-ups uitgroeien tot stay-ups of bij groot succes tot unicorns (unieke bedrijven, red.), maar vervolgens zullen de investeerders willen verzilveren, een exit. Dan vallen die succesvolle Europese bedrijven in handen van Amerikaanse bigtechbedrijven met hun enorme kapitaalkracht – weg strategische autonomie.

‘We hebben dat gezien bij Mistral (het Europese AI-alternatief voor de Amerikaanse bedrijven OpenAI en Anthropic, red.), dat door een miljardendeal voor zijn datacenters afhankelijk van Microsoft is geworden. Van Microsoft mag Mistral reuze soeverein zijn, maar wel op infrastructuur van Microsoft. Daar zit Mistral aan vast, waardoor het riskeert door de Amerikanen te worden uitgezet. De enige valide route voor soevereiniteit is in mijn ogen via de commons-route, zoals je ziet bij bedrijven als Proton en Nextcloud.’

Hoe ziet die route er precies uit?

‘Proton (een Zwitsers alternatief voor Google, opgericht door wetenschappers van CERN, red.) is een non-profitstichting met software die open source is, dus publiek bezit. Nextcloud (een alternatief voor de clouddiensten van bigtech, red.) is wel een gewoon bedrijf, maar werkt ook met opensourcesoftware. Dat geldt trouwens voor het overgrote deel van de internetservers, die draaien op het opensourcesysteem Linux.

‘In de praktijk worden dus al vele commons-oplossingen in het technologiedomein toegepast, dat stemt me wel optimistisch. Momenteel is het vooral belangrijk dat er ook publieke vormen komen voor sociale media en AI. We moeten ervoor oppassen dat deze domeinen door de grote spelers worden gedomineerd, dan gaat het ten koste van onze keuzevrijheid. Op dit moment zijn er zeventien AI-systemen die de Nederlandse taal aan ons terugleveren. Die zijn allemaal in private handen, dus we hebben in feite onze taal geprivatiseerd.’

Hoe bedoelt u?

‘Alle AI-chatbots opereren vanuit een private omgeving. Als jij een vraag intypt, krijg je de Nederlandse taal terug via mensen als Elon Musk en Peter Thiel (respectievelijk eigenaar van AI-chatbot Grok en ex-investeerder in OpenAI met ChatGPT als chatbot, red.). Op dit moment is er geen publieke taalomgeving voor het Nederlands. In mijn ogen is de grote opdracht onze taal weer terug te winnen voor de publieke ruimte.’

Waarom is dat belangrijk?

‘Om te beginnen heb je er dan zelf zeggenschap over. Die Amerikaanse chatbots kunnen ons zo maar ‘uitzetten’ zonder dat we er iets tegen kunnen doen, we hebben dus geen enkele autonomie. Bovendien kunnen we ons met een eigen chatbot houden aan de wetgeving waar we democratisch voor hebben gekozen. Van die zeventien chatbots moet je nog maar afwachten of ze dat doen. Hun opstelling wordt bepaald door de instructies van hun eigenaren. Mag Jetten met een hitlersnorretje worden afgebeeld, mogen vrouwen worden uitgekleed, mag het n-woord worden gebruikt? Het antwoord op dat soort vragen wil je niet overlaten aan private partijen. Er staat hier een groot publiek belang op het spel.’

Hoe staat het ervoor met publieke AI?

‘We hebben in Nederland met GPT-NL (een met publiek geld gefinancierd taalmodel, met TNO als ‘trekker’ van het project, red.) een zeer bescheiden initiatief genomen dat vooralsnog niet toegankelijk is voor burgers. Het ministerie van Economische Zaken heeft er 13 miljoen euro voor uitgetrokken, peanuts. Om concurrerend te worden, moeten initiatieven Europees zijn en moet er meer geld bij. Tegelijkertijd baart het mij zorgen dat Economische Zaken er bij bedrijven vooral op aandringt: ‘Omarm AI zo snel mogelijk.’ Als je dat op dit moment doet, lever je je geheel en al aan big tech uit.’

Hoe verklaart u die keuze?

‘Mensen kijken niet verder dan hun neus lang is. Ze verdiepen zich niet in consequenties op langere termijn, maar kiezen voor gemakzucht. Dat vind ik ook problematisch aan de rapporten van Draghi en Wennink. Zij roepen voortdurend op tot urgentie, iets waarmee ik het helemaal eens ben, maar kiezen vervolgens voor het bovenal veiligstellen van bedrijfsbelangen. Terwijl je in mijn ogen allereerst naar de maatschappelijke gevolgen moet kijken, naar de impact op onze democratie. Het hoort niet te draaien om het verdienvermogen van de BV Nederland, zoals ook bij deze regering het geval is, onze maatschappelijke weerbaarheid zou voorop moeten staan.’

Boektip: De man zonder eigenschappen van Robert Musil

‘Musil laat zien hoe technologische vooruitgang, in dit boek de industriële revolutie, waarden onder druk zet en leidt tot een gevoel van zinloosheid. Dat maakt het ook voor nu relevant, maar het meest spreekt mij het denken in mogelijkheden van Musil aan. Dat is de leidraad in mijn leven geworden.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next