Een zware kabinetsdelegatie is vrijdagmiddag in het WTC in Amsterdam ter promotie van de nationale investeringsinstelling die volgend jaar wordt opgericht. De feestvreugde is enigszins gedempt door het Centraal Planbureau, dat sceptisch is over het prestigeproject.
is politiek verslaggever van de Volkskrant
De ministers Heleen Herbert (Economische Zaken), Eelco Heinen (Financiën) en Sjoerd Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) maken een paar uur vrij in hun drukke agenda voor het showmoment in de toren aan de Amsterdamse Zuidas. Vertegenwoordigers van de financiële sector ondertekenen daar een ‘intentieverklaring’, een plechtige maar vrijblijvende belofte om het nieuwe instituut ruimhartig met leningen te ondersteunen. VNO-NCW-voorzitter Coen van Oostrom is er ook bij.
De ondertekening, voorafgegaan door toespraken en met een vrijmibo na afloop, markeert het formele ‘startschot’ van de Nationale Investeringsinstelling (NII), een nieuw investeringsvehikel dat innovatieve Nederlandse groeibriljantjes aan voldoende startkapitaal moet helpen. Een aantal andere Europese landen, waaronder Duitsland, Italië en Frankrijk, heeft al zulke nationale investeringsbanken.
De oprichting van de NII is een afspraak uit het regeerakkoord. In maart reserveerde het kabinet 3,3 miljard euro (de verkoopopbrengst van een kwart van het staatsbelang in netwerkbeheerder Tennet aan Duitsland) om de NII van startkapitaal te voorzien. De bestaande investeringsfondsen Invest-NL en Invest International zullen in 2028 opgaan in de nieuwe investeringsbank.
Het oorspronkelijke idee om een Nederlandse investeringsbank op te richten naar het model van de nationale investeringsbanken in andere EU-landen kwam in 2024 van de Tweede Kamerleden Inge van Dijk (CDA) en Laurens Dassen (Volt). Het bedrijfsleven, altijd tuk op overheidsinvesteringen, omarmde het voorstel meteen. Het plan kreeg helemaal vleugels toen oud-ASML-topman Peter Wennink in zijn adviesrapport over de Nederlandse economie opnam dat er een investeringsbank met een startkapitaal van 10- tot 20 miljard euro moest komen.
Het hoofddoel van de NII is voorkomen dat veelbelovende innovatieve bedrijfjes hun heil zoeken in Silicon Valley zodra ze een groeisprong willen maken. Volgens Wennink, VNO-NCW en techlobbyisten als prins Constantijn van Oranje verliest Nederland vele toekomstige ASML’s (wereldwijd toonaangevend in de chipsindustrie) door gebrek aan durfkapitaal.
Start-ups die hun innovaties in productie willen nemen, hebben daar meestal tientallen tot honderden miljoenen euro’s voor nodig in de vorm van riskante kredieten. De Nederlandse grootbanken durven die risico’s niet aan, en er zijn te weinig particuliere durfinvesteerders. In Californië wemelt het van de multimiljonairs en miljardairs die in ruil voor aandelen de gok wél willen (en kunnen) wagen, dus een deel van de oorspronkelijk Nederlandse start-ups verhuist na een of twee succesvolle investeringsrondes naar de Verenigde Staten.
De NII moet ervoor zorgen dat ze voortaan hier blijven. Het kabinet hoopt de investeringsdrempel voor Europese durfkapitalisten, financiële instellingen en pensioenfondsen te verlagen als de NII mee-investeert of garant staat voor sommige leningen. Dit zou een ‘hefboomeffect’ moeten creëren, waardoor het uiteindelijk beschikbare investeringskapitaal een veelvoud is van de 3,3 miljard die het kabinet er nu insteekt.
Maar het Centraal Planbureau (CPB) plaatste daar vorige week vraagtekens bij. Het planbureau ziet bij de buitenlandse voorbeelden geen overtuigend bewijs dat een nationale investeringsbank iets wezenlijks toevoegt aan de bestaande financiële mogelijkheden. Het kabinet wil dat de investeringen van de NII ‘additioneel’ zijn aan wat de markt uit zichzelf al zou doen. Private investeerders kunnen tegen ‘marktconforme voorwaarden’ instappen bij NII-projecten, schreef Herbert op Prinsjesdag in een Kamerbrief.
Maar als de investeringsvoorwaarden voor derden marktconform zijn, creëert de NII geen betere investeringsprikkel dan de markt zelf, merkt het CPB op in een advies over de NII. Bovendien is er volgens het planbureau een serieus risico op verdringing: de overheid kan nooit zeker weten of de investeringsronde ook was geslaagd zonder de bemoeienis van de NII. Of de NII investeringen uit de markt aanjaagt of alleen maar vervangt, is eigenlijk niet te meten. De mogelijke bijdrage van een NII aan de Nederlandse economie is waarschijnlijk dan ook ‘beperkt’, concludeert het CPB.
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant