Nieuwe muziek Gaandeweg nestelen de nieuwe songs van Neil Young zich toch weer in je achterhoofd. Verder: Julia Jacklin observeert heel fijn op ‘The Gem’ en Teus Nobel verwerkt een moeilijke periode met jazz.
Op de meeste productieve dag uit zijn artistieke bestaan was Neil Young tegelijkertijd „sick, happy and high”, bekende hij in zijn memoires Waging Heavy Peace (2012). Schrijvend aan zijn tweede soloalbum werd hij geveld door felle koorts. Maar ook weer niet. Want zijn hoge lichaamstemperatuur van 39,5 graden Celsius maakte hem op een vreemde manier ook figuurlijk high. Dus waarom niet even de gitaar erbij pakken?
Second Song
Languit gestrekt op zijn ziekbed perste hij er in één dag drie klassiekers uit: ‘Cinnamon Girl’, ‘Down by the River’ en ‘Cowgirl in the Sand’. Ze zouden van Everybody Knows This Is Nowhere (1969) (misschien wel) zijn beste plaat maken.
Er zouden nog 48 albums volgen, waarvan er zeker zes misschien óók wel zijn beste plaat werden. Maar tussen die meesterwerken zaten steevast ook losse en onbegrijpelijke flodders.
Vorige week verscheen de vijftigste. Second Song past in een lange traditie van opsmukloze country- en folkplaten – Comes a Time (1978), Old Ways (1985), Harvest Moon (1992), Silver and Gold (2000) – waarmee Young na ongepolijst en bijtend gitaargebulder altijd weer even op adem moet komen. Niet koortsig, gejaagd en high, maar eerder loom en low.
Zoals altijd bij zo’n ietwat belegen tussendoortje denk je eerst: mwah. Hier zit een oude cowboy (80) op zijn porch, wiegend met een gitaar op schoot zijn leven te overdenken. Als een kraai met keelpijn bezingt hij hoe de blaadjes vallen, kuikens uit hun ei kruipen en dat hij eeuwig van zijn ‘meisje’ zal blijven houden.
Boeie? Toch wel! Want gaandeweg nestelen de songs zich toch weer in je achterhoofd. En zoals De Eerste Wet Van Young voorschrijft, zijn de langste nummers altijd het best. In de ruim elf minuten sudderende titelsong gebeurt eigenlijk zo goed als niets, maar juist dat is zo heerlijk. Laat die hypnotiserende schommelstoelfolk maar lekker voortkabbelen en meanderen.
In ‘Soon I Might Be Going’ (meer dan negen minuten) neemt Young alvast afscheid van zijn naasten, maar waarschuwt ook nog even voor de klimaatramp en de bewoner van het Witte Huis die zijn eigen onderkomen sloopt (én de waarheid én de wereld). Old Black, de karakteristieke zwarte Gibson Les Paul, mag ouderwets meejanken. Het zijn telkens maar twee akkoorden, maar ze klinken steeds getergder.
Frank Provoost
The Gem
Julia Jacklins vierde album is een aangename. Je hoort er de sfeer in terug van de kneuterige studio waar het album is opgenomen. Die studio zat boven haar favoriete café in Melbourne, The Gem. In een gezellig buurtje, als je Google Streetview mag geloven. Op hetzelfde kruispunt zit een Japans restaurant, een fietspad, er is genoeg ruimte om te wandelen. Het is een wijk waar gewoond wordt. Best een onhandige plek voor een studio dus – zo moest de drummer tijdens de opnames rekening houden met de buren, en omgekeerd liep Jacklin geregeld de trap af om in de keuken van het café te vragen of hun muziek wat zachter mocht.Niet dat het album alleen maar gezellig is. Tien nummers lang zingt Jacklin over botsende verlangens naar vrijheid en liefde. Vaak net niet hees, alsof ze nog maar net over grote gevoelens heen is. Grappig ook, als ze bijvoorbeeld op ‘Real Life’ zingt over een droom waarin ze de planten van haar geliefde water gaf. Het voelde dan wel echt, biecht ze een zin later op, maar het is nooit gebeurd. Niet eens geprobeerd zelfs. En nu zijn alle planten dood. Zo zit het album vol met goede kleine zinnen, scènes en observaties: een buurman die een perzik boven de gootsteen eet, lummelen in de tuin om maar niet te gaan drinken. Vergelijkbare details zitten ook in de productie. Een piano die op de tocht heeft gestaan in ‘You Turned on the Tap’, vingers die over los trillende snaren van een gitaar krassen op opener ‘Brand New’, een ‘woo!’ die haar ontsnapt als er een kleine solo wordt ingezet.
Dat Jacklin goede liedjes kan schrijven, was al drie albums bekend. Eerlijke, gevatte teksten schrijft ze ook al langer. Maar haar indierock met een scheutje country swagger en af en toe een kale ballad, klonk nooit zo losjes en comfortabel als nu.
Ralph-Hermen Huiskamp
Child’s Play
Het leven van jazztrompettist Teus Nobel staat op zijn kop door het langdurige ziekteproces van zijn vrouw. De danseres heeft al vele behandelingen moeten doorstaan. Ondertussen moet het gezin het zien te rooien. Het album Child’s Play peilt de sfeer in huize Nobel. Niet alleen ernst, onrust en verdriet, maar ook wat er ondertussen gewoon doorgaat. De jonge kinderen spelen. Onbekommerd.
Teus Nobel, die als jonge blazer zijn opmars maakte via het orkest van de Koninklijke Luchtmacht, maakte heel wat albums met zijn Liberty Group – prikkelende jazz met een open karakter en een lichte bite. Indruk op een breed publiek maakte hij met zijn toegankelijke interpretaties van de muziek van Chet Baker. Nobel is een van de oprichters van het Paradox Jazz Orchestra en met de Vlaamse pianist Jef Neve speelde hij gloedvolle duojazz.
Maar nu het leven van zijn gezin zo op zijn kop is komen te staan, is zijn jazz ook zijn verwerking. Zijn trompet is „een versterker van zijn stem, van emoties die eruit moeten”, vertelt hij in de persoonlijke, ontroerende documentaire Human First die voorafgaand aan zijn concerten wordt vertoond. „Net als het leven, moet je in improvisaties dealen met de omstandigheden”, zegt hij.
De zorgen om zijn vrouw staan haaks op concerten bij festivals en in clubs. En op het ontstaan van nieuwe bands, zoals het nieuwe kwartet waarmee hij Child’s Play opnam en waarmee hij nu op tournee is. Terwijl de Deense gitarist Teis Semey en de Deense bassist Jasper Høiby goed losgaan op muzikale onrust, past Niek de Bruijn, steady drummend, ondertussen op het huis.
Aangejaagd door deze band, zeker het pure, intuïtieve spel van gitarist Semey, klinkt Teus Nobel zelf ook vrijer, scherper. En zoals in de titeltrack: harder dan ooit. ‘The Brown Noise’ voelt onbestemd. Als het leven zo onvoorspelbaar is, worden de noten dat ook. Het geeft zijn spel net dat kartelrandje.
Amanda Kuyper
Tournee 1 t/m 11/10, zie teusnobel-music.nl
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie