Horas Simanullang (64) runt een mini-warenhuis in Den Haag, waar hij alleen dingen verkoopt die hij zelf leuk vindt. Behoefte om over zijn pensioen te gaan nadenken, heeft hij niet. „De winkel is een stukje sociaal leven voor me.”
Horas Simanullang. Elke maand ontvangt hij een nieuwe kunstenaar die zijn of haar werk in de winkel exposeert.
„Ik ben nooit in mijn leven van plan geweest om een bedrijf te beginnen, ik wilde veel reizen. Maar een vriend van me wilde graag samen iets opzetten en ik bleek het heel leuk te vinden. Inmiddels ben ik aan mijn vijfde winkel bezig. Ik heb een eetcafé gehad, een lunchroom, een cateringbedrijf en sinds 2017 een mini-warenhuis, inmiddels op een andere locatie dan waar ik begon. Ik verkoop voornamelijk kleding, maar vond dat te saai en nu heb ik ook wijn, boeken, olijfolie en accessoires; veel producten van vrienden die een bedrijf hebben. En verder alles wat ik zelf leuk vind.
„Elke maand ontvang ik een nieuwe kunstenaar die zijn of haar werk in de winkel exposeert. Een aantal voorwerpen zijn van mijzelf, die verkoop ik niet. Zo heb ik een paar oude spaarpotjes van plastic en schilderijtjes die me dierbaar zijn. Ik schenk ook koffie en thee in mijn winkel. Ik zou een echt horecabedrijf leuker vinden, maar mijn kortetermijngeheugen is niet goed meer, dus ik kan bestellingen moeilijk onthouden.
„Dat komt doordat ik in 2018 een herseninfarct heb gehad. Na anderhalve dag heeft een vriend me gevonden, ik was er bijna niet meer geweest. Ik heb een jaar moeten revalideren. Ik moest opnieuw leren lopen, praten en schrijven. Ik slik nu negen pillen per dag, maar ik ben er nog. Ik had nooit gedacht dat ik weer zou kunnen werken, de verwachtingen waren somber. Dit is gewoon een nieuw hoofdstuk in mijn leven. Begin 2020 heb ik de winkel heropend; twee weken later brak corona uit en is de winkel zes maanden dicht geweest. Gelukkig had ik een fijne spaarpot.”
„Ik werk al vanaf mijn dertiende jaar, in de weekenden. Bij een tante in haar wasserette, hamburgers draaien in een restaurant, afwassen. Ik vond uitgaan al vroeg leuk en wilde altijd iets nieuws aan. Dat vonden mijn ouders niet nodig en dus moest ik het geld daarvoor zelf verdienen.
„Ik werk nu vijf dagen per week, een kleine 40 uur. Als ik vrij ben, ga ik naar een museum, het filmhuis, het theater of heb ik een etentje met vrienden. Ik hou van de reuring van de stad. Een televisie heb ik niet, er is niet veel leuks. En áls ik iets wil zien, kijk ik op mijn iPad. En ik lees graag. Een echt boek, niet op een e-reader. Misschien ben ik een beetje ouderwets.
„Ik heb nog geen behoefte om minder te gaan werken, ik vind het werkzame leven nog heel leuk. De winkel is een stukje sociaal leven voor me. Zo lang het fysiek mogelijk is, werk ik door. Mijn vader is ook tot zijn tachtigste gastheer in de horeca geweest, hij kwam altijd vol verhalen thuis.”
In zijn mini-warenhuis verzamelt Horas Simanullang ook zijn persoonlijke herinneringen, die hij uitstalt of ophangt.
„Toen ik als 21-jarige in een café in de Haagse binnenstad werkte, heb ik daar mijn partner ontmoet. Hij was 24 jaar ouder en directeur van de Haagse Schouwburg. Na zijn pensionering woonde hij van maart tot november in Noord-Frankrijk en ging ik zo vaak mogelijk naar hem toe. Hij is overleden aan longkanker. Je hoopt aanvankelijk nog op een wonder. Ik heb mijn lunchroom verkocht en heb nog een kleine drie maanden voor hem kunnen zorgen. Ik ben nu al elf jaar weduwnaar. We waren 27 jaar samen en als hij nog had geleefd, was dat nog steeds zo geweest.
„Er is nooit een nieuwe partner gekomen. Ik heb het niet zo op datingsites. Ik heb geen idee wat ik zou moeten zeggen bij een eerste ontmoeting. En wat zeg je als je hem niks vindt? Ik heb geen zin in teleurstellingen. Maar in het café kom je ze op mijn leeftijd niet meer tegen. Na mijn werk ben ik het liefst thuis of heb ik een afspraak met vrienden. Soms vind ik alleen zijn best lastig. Ik vind het ongezellig om in mijn eentje naar een première of feest te gaan bijvoorbeeld. Je komt altijd thuis zonder je verhaal aan iemand te kunnen vertellen.”
„De afgelopen vijf jaar ben ik twee keer per jaar naar Portugal geweest. Daar mag ik gebruikmaken van het huis van vrienden. Dit jaar was ik in de Dordogne. Vorig jaar heb ik mijn zwager in Denver opgezocht, maar ik wil niet meer naar de VS wegens het politieke klimaat. Volgend jaar willen mijn zus en ik naar Indonesië om de as van onze vader uit te strooien. Mijn vader was een christen van Noord-Sumatra, mijn moeder een moslima van Java.
„Geld geef ik vooral uit aan etentjes, meestal lunches met vrienden. Maar ik hou ook van kleding en ik heb een schoenenverslaving. Ik heb in de afgelopen twee jaar drieënvijftig paar weggedaan. Met mijn echtgenoot woonde ik in een groot huis naast de schouwburg, daar was voldoende ruimte. Maar nu woon ik veel kleiner, er is gewoon geen plek meer. Al heb ik laatst wel weer twee paar schoenen besteld…
„Ik leef met de dag, dat heeft te maken met dat infarct. Maar ook met de wereld die op zijn kop staat. Hoe ik de toekomst voor me zie? Heel misschien zou ik een huis in Portugal willen hebben, maar dan moet je vliegen en dat probeer ik te beperken. Bovendien kunnen we door de opwarming van de aarde tegenwoordig gewoon in Nederland vakantie houden. Maar een mens moet iets hebben om over te dromen.”
In het kort
Horas Simanullang (64) volgde de middelbare hotelschool. Op zijn 21ste kwam hij zijn partner Hans tegen, met wie hij 27 jaar samen is geweest. Hans overleed elf jaar geleden. Horas woont in een appartement in Den Haag, de stad waar hij zijn ‘mini-warenhuis’ Magasin Horaz runt. Zijn inkomen schommelt rond de één keer modaal.
„Die verstuur ik bijna nooit. Ik zeg vaak ‘laat maar zitten’.”
„Eén keer per week haal ik de basisboodschappen, maar verse spullen koop ik elke dag, zoveel mogelijk in kleine winkels. De slager, de vishandel…”
„Contactlenzen, dat was ruim 300 euro. Daar doe ik dan wel zes jaar mee in plaats van twee jaar, zoals wordt aanbevolen, maar dan houd ik geld over voor schoenen.”
„Nieuw. Maar ik heb bijna alleen maar oude meubels, omdat ik niet zo van het moderne ben. Sommige zijn nog van mijn ouders geweest. Of uit de studententijd van mijn man. Ik heb ook wel eens een stoel gevonden bij het grofvuil.”
„Nooit. Ik heb een poetsdame, zowel voor mijn appartement als voor de winkel. Ik heb een enorme hekel aan schoonmaken, zelfs ‘schoonmaakmiddel’ vind ik een vies woord.”
Na lang nadenken: „Loafers van kaplaarzenmateriaal, onmogelijk om op te lopen.”
„Nergens aan. Ik ben altijd blij met een aankoop.”
„Voor reisjes. Ik wil wel op een fijne manier vakantie houden namelijk, in een prettig huis of hotel.”
„Ik heb een boekhouder voor de winkel en voor mijn privézaken, zoals de hypotheek. Ik ben niet goed in geldzaken, dat soort dingen regelde mijn partner altijd. En ik krijg gelukkig weleens hulp van vrienden.”
In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie