Omdat hij AI gebruikte voor de korte animatiefilm Danse macabre, te zien tijdens het Nederlands Filmfestival, kwam filmmaker Hisko Hulsing onder vuur te liggen. Hij snapt het niet: ‘Waarom ga je met je gele hesjes niet bij Open AI staan?’
is filmrecensent en schrijft een column over hedendaagse beeldcultuur.
‘Heb je het filmpje van de zaal gezien?’ Regisseur Hisko Hulsing (54) aarzelt voordat hij zijn computer wakker maakt uit de slaapstand. ‘Het is echt heel erg. Ik wil eigenlijk niet... Nou ja, ik ga het je toch laten zien.’
Het beeld is schemerig, met een telefoon gefilmd in een bioscoopzaal van het filmfestival van Annecy afgelopen juni, het belangrijkste animatiefestival ter wereld. Na de wereldpremière van Hulsings korte film Danse macabre, een ‘passieproject’ waar hij elf jaar af en aan mee bezig is geweest en waarvoor hij zo’n tachtig olieverfschilderijen maakte, wordt het applaus overstemd door boegeroep. Een vrouw staat op en schreeuwt: ‘Fuck you.’ Hulsing vertaalt de rest: ‘De dood van de kunst. Annecy moet zich schamen, ik heb mensen hun baan afgepakt.’ In de zaal steekt Hulsing zijn middelvinger op en roept terug dat er tachtig mensen aan de vijf minuten durende film hebben gewerkt.
Danse macabre is te zien op het Nederlands Film Festival in Utrecht. De vraag aan Hulsing was: raakte het je, de rel over AI-gebruik die ontstond naar aanleiding van je film? Het antwoord is duidelijk; je kunt hier als buitenstaander niet naar kijken zonder plaatsvervangende buikpijn. ‘Ik was verdrietig, ik ben nog steeds verdrietig. Maar ik vind het ook zó absurd.’
Wat is er gebeurd? Hoe kan het dat een filmmaker, die bekend staat om zijn liefde voor handwerk en experiment, wordt uitgejouwd vanwege AI-gebruik? Want, laat dit duidelijk zijn: Hulsing gebruikte AI. In volle overtuiging. De manier waarop hij dat deed – daarover later meer.
In Hulsings atelier, een pijpenla in Amsterdam-Oost, staan de olieverfschilderijen tegen elkaar aan als dominostenen. Een stuk of driehonderd, gokt hij. Zeker zoveel staan er nog in Amerika: het grootste deel van het werk dat hij gemaakt heeft voor Montage of Heck (2015) en de serie Undone (2019-2022). Schilderijen vormen altijd de ruggengraat van zijn films – Hulsing is opgeleid als schilder en animator. ‘Deze’, wijst hij naar een doek met een grote militaire begraafplaats, ‘was bedoeld voor de opening van Danse macabre. Na een maand schilderen bleek het niet te werken.’
Voor Danse macabre nam Hulsing het allegro van de Tiende symfonie van Sjostakovitsj als uitgangspunt voor een schilderachtige animatiefilm. Het is een opzwepende, apocalyptische nachtmerrie op muziek, zonder geluidseffecten of dialogen, met marcherende skeletten, explosies die een stad in as leggen, executies van burgers. Hulsing gebruikt de propagandabeeldtaal van het fascisme voor een voortstuwende film die over je heen dendert als een tank.
Het idee ontstond vlak nadat zijn animaties in de Kurt Cobain-documentaire Montage of Heck hem in Amerika bekendheid hadden opgeleverd. Hulsing wilde graag iets met de Tiende symfonie van de Russische componist Sjostakovitsj. Hij is opgegroeid met klassieke muziek. Zijn vader was pr-man van het Nederlands Philharmonisch Orkest. ‘Aangezien koningin Beatrix en prins Claus nooit kwamen opdagen, zaten mijn broertje en ik altijd op hun plek in het Concertgebouw.’
Bij Sjostakovitsj had Hulsing altijd al beelden in zijn hoofd gehad. ‘Sjostakovitsj heeft in de Sovjet-Unie altijd gewerkt in een tijd van onderdrukking. In de jaren dertig sliep hij volledig gekleed en met een ingepakte koffer naast zijn bed omdat hij overtuigd was dat hij net als zijn vrienden elk moment kon worden opgepakt. Die angst voel je in zijn muziek. En tegelijkertijd moest hij ook naar de pijpen van Stalin dansen, waardoor zijn werk ambigu is, een mix van duisternis en euforie. Bombastische paniek. Ik ben gaan tekenen op basis van die muziek. Wat zie ik hierbij voor me?’
‘Het was vlak na de annexatie van de Krim en daar verbond ik dit aan. De militarisering van Rusland, het rehabiliteren van mensen die feitelijk oorlogsmisdadigers waren – het voelde alsof oude demonen weer tot leven werden gewekt. Ik wilde met Danse macabre laten zien hoe krankzinnig die cyclus van geweld is. En waar de wederopstanding van het fascisme toe kan leiden.’
De film stond al volledig in potloodtekeningen klaar toen Amazon belde. Of Hulsing Undone wilde regisseren, een grote prestigieuze animatieserie. Hij deed ook een geanimeerde aflevering voor de horrorserie The Sandman. Het maakte hem zo hot in Hollywood dat hij overal op gesprek kon: Sony, Netflix, Amazon. Hulsing dacht dat Danse macabre onderdeel kon zijn van een grotere film. ‘Fantasia voor volwassenen’, was zijn pitch. ‘Enthousiasme alom. Maar als ik dan mijn storyboard liet zien, zag ik de mondhoekjes naar beneden gaan.’
De Nederlandse producent Richard Valk was wél enthousiast over zijn duistere visie, waardoor Danse macabre toch gemaakt werd. Hulsing werkte met dertig animatoren uit vier verschillende landen. Basis voor de film zijn 79 schilderijen. Ze werden ingescand in de computer en vervolgens werden de figuren er digitaal uitgehaald. Daar gingen de animatoren dan mee aan de slag. Hulsing liep tegen een esthetisch probleem aan: als je die geanimeerde personages dan weer in de geschilderde achtergrond plaatste, hadden ze iets glads gekregen. ‘Vies realistisch.’ Dus om ze dezelfde textuur te geven als de achtergronden, gebruikte hij een AI-programma, waar hij zijn eigen schilderwerk invoerde.
Makkelijk? Integendeel, zegt Hulsing. Hij werkte met een techniek die daar niet voor ontworpen was. ‘Een nachtmerrie. Zo onvoorspelbaar. Het is alsof je een beest probeert te temmen. Ik had er slapeloze nachten van. Het heeft alleen maar extra werk opgeleverd en extra geld gekost.’
Dit werk door mensen laten doen? Onmogelijk. Zijn schilderstijl is te precies, zegt Hulsing. ‘Zelfs als je een half land aan schilders alles beeld voor beeld laat bewerken, gaat de film flikkeren en bewegen. We hebben iets gedaan dat eerder niet kon. Ook niet in theorie. Het was totaal pionierswerk.’
Nieuwe technologie op een creatieve manier gebruiken, zoals dat traditie is binnen animatie, zo zag Hulsing het; hij speelt in al zijn werk met technische mogelijkheden. Vandaar dat hij er trots over vertelde in de making-of van de film die hij voor Annecy al online zette.
De reacties op de filmtrailer waren eerst lovend: in de eerste 48 uur werd hij zo’n vier miljoen keer bekeken, hij kreeg 200 duizend likes. En toen verscheen het eerste comment: ‘AI slop.’ Daarna volgden er meer. AI slop, AI slop. Alsof Hulsing ChatGPT simpelweg de opdracht had gegeven om marcherende skeletten te genereren. Elke poging om zijn werkwijze uit te leggen, was olie op het vuur. Online probeerden mensen te bewijzen dat Hulsing nog meer AI had gebruikt door te wijzen op wat zij interpreteerden als AI-hallucinaties. Hulsing: ‘Ik moest alles per beeld retoucheren, je werkt echt op de vierkante millimeter. Soms denk je: nou ja, dit ziet niemand, behalve als je het frame voor frame stilzet. Dat was dus precies wat ze deden.’
Het boze protest in Annecy kwam uit de hoek van jonge animatoren. Ze vrezen dat door AI commerciële klussen zullen opdrogen en dat de instapbanen, waarmee ze het vak in de vingers kunnen krijgen, verdwijnen. ‘Ik snap hun angst en woede’, zegt Hulsing. ‘Ik kon mijn kunst deels financieren door het tekenen van storyboards voor ruim honderd reclamebureaus en productiemaatschappijen. Dat is helemaal verdwenen door AI. Maar je kunt net zo goed protesteren tegen de regen. Daardoor verdwijnt het niet. En waarom kom je naar mij en ga je niet met je gele hesjes bij de hekken van Open AI staan?’
Hij had een jaar eerder moeten zijn, toen mensen nog niet zo woedend waren over alles rondom AI. Of een jaar later. ‘Het gaat zo snel, wat wij hebben gedaan, staat tegen die tijd gewoon in zo’n programma. Dan kan iedereen de Hisko Hulsing-structuur genereren.’ De kunstenaar heeft spijt van één ding: dat hij zijn film niet in Venetië in première heeft laten gaan. Want in de ‘gewone’ filmwereld wordt veel makkelijker gedaan over AI. Na Annecy meldde Netflix dat er het afgelopen jaar in driehonderd producties AI is gebruikt, bijvoorbeeld. Waar de techniek precies voor wordt gebruikt, blijft vaak schimmig.
Hulsing kreeg steun. Festivaldirecteur Marcel Jean noemde de rel ‘een heksenjacht’ en benadrukte dat Hulsing een transparant, artistiek onderzoek deed naar de mogelijkheden van een nieuwe tool. Makers van grote Amerikaanse animatieseries, onafhankelijke animatoren: ze staken Hulsing via appjes een hart onder de riem.
De bittere nasmaak blijft. Hulsing had met zijn film iets willen zeggen over fascisme en oorlog en propaganda, onderwerpen die sinds 2016 alleen maar relevanter zijn geworden. ‘Ik haat het dat ik zelf niet meer naar mijn film kan kijken zonder aan het gedoe eromheen te denken.’
Momenteel werkt hij samen met activist Summer Willis aan de verfilming van het verhaal van een verkrachtingsslachtoffer, gecoproduceerd door Monica Lewinsky. De bedoeling is daarmee de politiek in beweging te brengen. ‘De AI-technieken zijn alweer verbeterd. De eerste tests die we deden waren echt ongelofelijk, ik zag mijn schilderijen letterlijk tot leven komen. Maar na Annecy hebben we besloten dat we ze niet gaan gebruiken. Want dan komt er zeker een backlash en het moet niet over AI gaan.’
Danse macabre is te zien op het Nederlands Film Festival tijdens de Avond van de korte film (26/9). Op 27/9 is de film onderdeel van meerdere kortefilmprogramma’s.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant