In mijn hoofd voer ik veel imaginaire gesprekken. Als ik in bed lig, of op de fiets zit, dan ontspint het zich automatisch en zit ik in gedachten ineens midden in een dialoog met iemand die ik graag de waarheid eens zou zeggen. Of ik herkauw een gesprek dat ik al gevoerd heb, bedenk wat ik beter had kunnen zeggen, of beter niet had kunnen zeggen. Heeft iedereen dat?
Virgil van Dijk wel, denk ik. Aan de blik in zijn ogen, aan zijn bedachtzaamheid, aan de manier waarop hij op zijn lip bijt kun je het zien, tijdens de persconferentie in aanloop naar Nederland-Duitsland. De aanvoerder van het Nederlands elftal, de bijna honderdvoudig international, de vaste waarde bij zijn club Liverpool: het kan haast niet anders dan dat hij het gesprek dat zich voor het oog van de camera ontvouwt al vele malen in zijn hoofd gevoerd heeft.
Hij oogt doodkalm en kijkt Valentijn Driessen van De Telegraaf, die al even aan het dreinen en drenzen is, recht aan. Die zegt: „Ik vind dat jij niet bent zoals je normaal bent met persconferenties”. „Nee?”, vraagt Virgil. „Nee, je bent een beetje kortaf. Alsof het je nog steeds dwars zit, de verhouding met de media”. Gaat zijn hartslag omhoog nu hij eindelijk repliek kan geven? Bij mij zou dat gebeuren. „Met heel veel media heb ik geen problemen, nooit gehad. Maar als er onzin de wereld in wordt gestuurd, wat moet ik daar dan mee?”, antwoordt Virgil op de vraag die geen vraag is.
Hoe vaak merkte hij de afgelopen maanden op onbewaakte ogenblikken dat hij dit gesprek al voerde, in gedachten? Onder de douche, of in de auto. „Luister, meneer de journalist, met je toon waar de honden geen brood van lusten. Waar ben je eigenlijk op uit als je zegt dat ik het Nederlandse voetbal heb kapotgemaakt op het WK? Op een rel? Op clicks? Op likes? Krijg je er extra voor betaald? Of is het echt alleen je ego?”
Als ik Virgil van Dijk was, zou het gesprek in mijn hoofd zo gaan. „Waarom zie je het verschil niet tussen inhoudelijke kritiek op ons spel, en een persoonlijke aanval aan mijn adres? Of zie je dat wel en doe je het expres, uit effectbejag?” In andere versies zou ik in mijn hoofd helemaal geen antwoord geven. De zuigende journalist gewoon negeren. Of nog veel korter reageren, met alleen maar „ja” en „nee”.
Legitieme kritiek, daar is niks mis mee, maar het slaat steeds vaker door in uitlokken, zei Van Dijk begin dit jaar tegen Sky Sports. Pure clickbait, zonder rekening te houden met de gevolgen voor de persoon over wie het gaat. Je zult maar een jonge voetballer zijn in deze tijd en al die bagger over je heen krijgen. „Hoezo moet die daar maar tegen kunnen”, zou het gesprek in mijn hoofd alweer verder gaan. „We zijn voetballers, geen boksbal. Doe gewoon normaal.”
Ik weet niet of hij imaginaire gesprekken voert in alle versies, zoals ik, maar Virgil blijft de journalist strak aankijken, die zeurt: „Dan kan je toch degene die de onzin de wereld in stuurt aanspreken.” Zonder een spier te vertrekken antwoordt Virgil: „Daar praat ik nu mee, toch”. Zonder omhaal, op de bal. Niet op de persoon. En met een kalmte om een puntje aan te zuigen. Wat een verademing.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie