Duitse politiek Het aftreden van Friedrich Merz leek nabij, maar hij zit er nog – vooral omdat potentiële opvolgers lijken in te zien dat kanselier zijn in 2026 een ondankbare taak is. „Je kunt iets wel beter uitleggen, maar wie hervormt, is ongeliefd.”
Bondskanselier Friedrich Merz van de CDU op een persconferentie, afgelopen maandag.
De speculaties over het aftreden van kanselier Friedrich Merz (CDU) zijn na een week of zes goeddeels verstomd. De onvrede over hem binnen zijn eigen partij begon in de zomer flink op te borrelen na een ondiplomatieke herschikking van zijn kabinet. Begin september werd de CDU bij verkiezingen in Saksen-Anhalt gehalveerd, de uiterst rechtse Alternative für Deutschland (AfD) behaalde bijna een absolute meerderheid. De CDU zocht de schuld bij Merz. Vorig weekend volgde een nieuw dieptepunt: de CDU zakte onder de kiesdrempel in de deelstaat Mecklenburg-Voor-Pommeren.
Voor Merz had dat de genadeklap kunnen zijn. Dat hij er nog zit, en vermoedelijk nog een tijdje blijft, heeft een paar simpele praktische redenen.
Een daarvan is dat Merz zelf het initiatief zou moeten nemen om op te stappen en hij heeft aangekondigd dat „opgeven geen optie” is. Een andere is dat zusterpartijen CDU en CSU het niet zo snel eens zullen worden over een opvolger. Maar de belangrijkste reden lijkt dat veel van Merz’ potentiële opvolgers inzien dat kanselier zijn van Duitsland anno 2026 in veel opzichten een ondankbare taak is.
Politicoloog Julia Reuschenbach, verbonden aan de Universiteit van Hamburg, zegt tijdens een gesprek in Berlijn: „Dit is de zwaarste crisis in de geschiedenis van de CDU. Maar te denken dat een jonger type met veel energie en een tikje meer empathie iets oplost, lijkt me erg naïef.”
De meest kansrijke opvolger lijkt op dit moment Hendrik Wüst, minister-president in Noordrijn-Westfalen, voor CDU-begrippen relatief jong (1975) en populair in zijn eigen deelstaat. In april wil Wüst bij deelstaatverkiezingen herkozen worden, in peilingen heeft hij een stevige voorsprong, en voor hem moet het weinig aantrekkelijk zijn om een lonkende zege in het voorjaar in te wisselen voor de chaos in Berlijn.
De problemen voor Merz zijn groter dan die van zijn partij. De Duitse economie stagneerde de afgelopen jaren; al stelden economen deze week hun verwachting voor 2026 naar boven bij, naar 1,3 procent groei. De industrie staat onder druk door concurrentie met China; in de hele sector verdwijnen maandelijks zo’n 15.000 banen. Door hoge energieprijzen – mede door de grote afhankelijkheid van Russisch gas tot 2022 en door het stoppen met kernenergie – is de chemische industrie niet langer concurrerend. De vergrijzing maakt het Duitse pensioenstelsel en de zorgkosten onbetaalbaar. Er is decennialang te weinig geïnvesteerd in infrastructuur, onderwijs en defensie.
Daarbovenop komt de bureaucratie. Reuschenbach: „Duitsland is te langzaam in de dingen die het doet. We zijn niet flexibel, qua arbeidsmarkt, innovaties of de manier waarop huizen, straten of spoorwegen worden gebouwd.”
In de opdracht voor Merz om het land te hervormen ziet Reuschenbach een patroon. Ze wijst op het zestienjarige kanselierschap van CDU-leider Helmut Kohl (tussen 1982 en 1998). „Lange regeerperiodes onder een CDU-kanselier hebben er vaak toe geleid dat het land zich niet echt verder ontwikkelt. Er wordt op de winkel gepast. Dat is niet per se slecht, want het zorgt voor stabiliteit. Maar Kohls opvolger Gerhard Schröder (SPD) had een enorme taak toen hij in 1998 kanselier werd. Er wachtte hem een stuwmeer aan noodzakelijke investeringen en hervormingen. Daar had hij weinig zin in, maar Duitsland was destijds de ‘zieke man van Europa’, dus hij had weinig keus.”
In 2005 verloor Schröder de Bondsdagverkiezingen tegen Angela Merkel (CDU), hoofdzakelijk door zijn forse bezuinigingen op sociale voorzieningen. Die harde ingreep door een SPD-kanselier zorgde voor een langdurige identiteitscrisis bij de sociaaldemocraten, omdat de partij met de bezuinigingen op uitkeringen volgens velen haar electoraat had verraden.
Merz op de persconferentie van afgelopen maandag.
Reuschenbach: „Je ziet vaak dat na een lange CDU-periode een progressieve coalitie onder leiding van de SPD moet bijsturen. Het was eigenlijk de opdracht van Olaf Scholz (SPD) om na Merkel te hervormen. Maar Scholz’ coalitie strandde voortijdig, en nu is Merz in de curieuze positie dat hij de rommel van partijgenoot Merkel moet opruimen. Qua binnenlandse politiek heeft Merkel veel laten liggen.”
In reactie op het achterstallig onderhoud brak Merz kort na de Bondsdagverkiezing in 2025 zijn verkiezingsbelofte dat onder hem geen nieuwe schulden zouden worden gemaakt. 500 miljard euro werd opgenomen voor investeringen in straten en scholen, 400 miljard euro voor defensie. Andere speerpunten voor de regering-Merz zijn het verminderen van bureaucratie en hervormingen van het pensioenstelsel en sociale voorzieningen. Reuschenbach: „Friedrich Merz is niet dom. Als je naar de cijfers kijkt – demografie, banenverlies, pensioenen, de lijst is ellenlang – dan kan hij niets anders dan ingrijpen.”
Mark Schieritz is auteur en redacteur bij weekblad Die Zeit. Volgens hem zijn de miserabele verkiezingsuitslagen voor de CDU voor een groot deel te verklaren door Merz’ hervormingsplannen. Een argument daarvoor is dat SPD-lijsttrekker Manuela Schwesig in Mecklenburg-Voor-Pommeren fel campagne voerde tegen de hervormingen, en daarmee nogal succesvol was. Van Schwesig en ook van de SPD in Berlijn, Merz’ coalitiepartner, klinkt nu de roep om de hervormingen af te zwakken of terug te trekken.
Wat Schieritz betreft is dat geen optie: „Niet omdat ik de hervormingen zo geweldig vind, maar de meeste maatregelen zijn bezuinigingen, en door een gebrek aan geld móét op verschillende posten bespaard worden.”
Financial Times-columnist Janan Ganesh schreef deze week dat tegenwoordig vaak wordt geroepen dat leiders hun hervormingen beter moeten uitleggen om ‘mensen aan boord te krijgen’. Dat noemt hij „podcast-level hogwash” – kortom: nonsens. Ook Schieritz is daar sceptisch over. „Bezuinigingen zijn nu eenmaal niet aangenaam. Misschien zou meer moeten worden benadrukt hoe nijpend de financiële situatie is. Maar terugblikkend kun je vaststellen dat een kanselier die dit soort hervormingen in Duitsland doorvoerde nog nooit is herkozen. Schröder, bijvoorbeeld, werd ook weggestemd. Dus je kunt iets wel beter uitleggen, maar wie hervormt, is ongeliefd.”
Dat Merz op korte termijn aan populariteit wint, acht Schieritz dus onwaarschijnlijk. Dat betekent niet dat alle kritiek op de hervormingen terzijde kan worden geschoven. Volgens Schieritz zijn er punten die iets socialer zouden kunnen zijn, bijvoorbeeld in de ziektekostenhervorming. Daarin is nu vastgelegd dat werknemers al op de eerste dag dat ze zich ziekmelden een attest van hun huisarts moeten laten zien (om ziekteverzuim tegen te gaan) – volgens artsen en werknemers nogal arbeidsintensief en bevoogdend. Een ander omstreden punt is dat mensen die 45 jaar hebben gewerkt niet langer twee jaar eerder met pensioen zouden kunnen. Vooral de SPD wil die maatregel afzwakken.
Merz op de persconferentie van afgelopen maandag.
Zowel Reuschenbach als Schieritz zegt dat Merz en zijn CDU mogelijk op langere termijn aan populariteit kunnen terugwinnen. Schieritz: „Als mensen in hun portemonnee en aan de pomp merken dat de economische stemming beter wordt, dan wordt de situatie ook beter voor de CDU. Mensen zien nu vooral verdwijnende banen in de industrie, inflatie en hoge dieselprijzen. Voordat de kiezer ook profiteert van de huidige lichte groei zijn we twee of drie jaar verder.”
Ook de investeringen in scholen en straten zijn niet bepaald laaghangend fruit, zegt Schieritz. „Eerst zorgt een nieuwe straat of spoorlijn mogelijk nog voor extra ergernis, omdat een weg afgesloten is. Ook daar duurt het lang voor positieve effecten merkbaar zijn.”
Tot die tijd zullen de christendemocraten zich moeten richten op een paar lichtpuntjes. De eerder genoemde Hendrik Wüst bijvoorbeeld: met hem kan de CDU de verkiezingen in Noordrijn-Westfalen winnen, de grootste deelstaat in Duitsland, met bijna vijf keer zoveel inwoners als Mecklenburg-Voor-Pommeren en Saksen-Anhalt samen. Of CDU’er Daniel Günther, die in april in Sleeswijk-Holstein lijkt te gaan winnen. Als Merz zijn impopulariteit niet verder op de spits drijft, tenminste.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie