De daling van homoacceptatie onder jongeren is vooral te verklaren door een jarenlange campagne van rechts-populisten tegen de queergemeenschap, zegt socioloog Niels Spierings. ‘Transhaat is een glijdende schaal naar homohaat.’
schrijft voor de Volkskrant over de on- en offline leefwereld van jongeren en jongvolwassenen.
Wie de afgelopen week naar de radio luisterde of tv-programma’s keek over de gekelderde homoacceptatie onder jongeren, kon zomaar het idee krijgen dat die daling is ingezet omdat ‘lhbti de jeugd door de strot wordt geduwd’, zoals veel inbellende luisteraars zeiden. Of dat het komt door de ‘islamisering’ van Nederland.
Maar de plotselinge duik – bij jongens tussen de 12 en 16 jaar halveerde de acceptatie grofweg sinds 2021, bleek uit onderzoek van de Universiteit Utrecht – is op zichzelf het bewijs dat die verklaringen niet kloppen, zegt inclusie- en exclusiesocioloog Niels Spierings van de Radboud Universiteit. ‘Als de afname zou komen omdat de emancipatie zo in your face is, hadden we die veel eerder moeten zien.’
Het ‘islamisering’-frame, vooral verspreid door radicaal-rechtse partijen, snijdt ook geen hout. Het aantal moslims in Nederland neemt slechts gestaag toe, van 5 procent in 2010 naar 6 procent van de bevolking in 2025. Bovendien werden ook zij steeds progressiever in hun opvattingen rondom homoseksualiteit, zegt de hoogleraar.
Tot 2021 dus, toen de daling van de acceptatie in allerlei bevolkingsgroepen rap inzette. Ook bij volwassenen, die er soms al decennialang dezelfde tolerante opvattingen op nahielden, ziet Spierings. ‘Dat is uniek. Meestal verandert de publieke opinie heel traag, bijvoorbeeld omdat een nieuwe generatie zich laat gelden.’
Volgens Spierings is er maar één mogelijke verklaring: de internationale campagne van rechts-populisten die de queergemeenschap tot mikpunt maken en traditionele genderrollen promoten.
Tijdens de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen werd die ontwikkeling goed zichtbaar: de partijprogramma’s van JA21, SGP, BBB, PVV en FvD (samen 48 zetels) hekelden de regenboogbeweging, met termen als ‘doorgeslagen genderideologie’ en ‘verplichte indoctrinatie over seksualiteit’ op scholen.
Zulke frames van bijvoorbeeld onderwijs als ‘indoctrinatie’ zijn volgens de socioloog afkomstig uit het buitenland, waar de Russische president Vladimir Poetin zo’n vijftien jaar geleden voor het eerst dit soort uitspraken deed.
De Europese waakhond EDMO waarschuwde in 2023 voor toenemende verspreiding van desinformatie over queers, met als doel om haat te zaaien. Zo stuitten de onderzoekers op het verzonnen nieuwsbericht dat de letter ‘p’ van pedoseksueel zou worden toegevoegd aan de afkorting lhbti. Een deel van het nepnieuws dat zij onderzochten dook voor het eerst op in Russische propagandakanalen.
Is een kenmerk van radicaal-rechts in Nederland niet juist dat zij pro-homo zijn, zoals Pim Fortuyn ooit het homonationalisme introduceerde?
‘Zeker. Maar bij Fortuyn was zijn pleidooi om homo’s te beschermen vrij doordacht, en niet alleen een stok om moslims mee te slaan. Dat is het na zijn dood steeds meer geworden op de rechterflank. Nederlandse populistische partijen als de PVV zijn in woord nog altijd pro-homo. Maar in de praktijk stemmen ze slechts af en toe voor een plan dat deze groep helpt, waarbij je je kunt afvragen hoe doorslaggevend hun steun is. En ze nemen al helemaal geen eigen initiatief.
‘Op gender gaat Wilders juist helemaal los. Dat begon in 2017, toen hij zei dat de NS ‘helemaal de weg kwijt’ was omdat die besloot mensen voortaan aan te spreken met ‘beste reizigers’, in plaats van ‘dames en heren’. In de praktijk leidt die anti-genderretoriek weer tot homohaat.’
Hoe komt dat?
‘Als we gedrag dat afwijkt van traditionele gendernormen gaan afkeuren, komt homoseksualiteit na verloop van tijd vanzelf ter discussie te staan. Een echte man heeft een vrouw en andersom, is het idee binnen radicaal-rechts en de onlineversie daarvan: de manosfeer. Transhaat is een glijdende schaal naar homohaat. Want als het niet oké is om non-binair te zijn, is het een kleine stap naar het afkeuren van homo’s die er ‘iets te nichterig’ uitzien.’
Jongens blijken een stuk minder tolerant dan meiden als het om homoseksualiteit gaat.
‘Ja, op sommige vlakken zijn de normen voor mannelijkheid strakker dan voor vrouwelijkheid. Vrouwen kunnen er bijvoorbeeld makkelijker voor kiezen om thuis te blijven of te werken, een broek of een rok te dragen. Andersom lopen mannen al snel het risico om als ‘vrouwelijk’ te worden gezien. En dat betekent statusverlies, omdat een man hoger staat aangeschreven. Iets traditioneel ‘vrouwelijks’ zoals op mannen vallen is daarmee ook minder geaccepteerd onder mannen.’
Opvallend is dat de acceptatie onder jongens al sinds 2017 daalt, terwijl die daling bij meiden pas in 2021 inzet.
‘Klopt, de stijging in acceptatie vlakte bij beide groepen al af in 2017, maar bij jongens vertaalde dat zich eerder in een daling. Groepen die al conservatiever zijn, lijken vaak gevoeliger zijn voor backlash. De acceptatie daalt daardoor ook harder onder religieuze mensen.’
Waarom zien we die grote duik dan precies vanaf 2021? Speelde covid een rol?
‘Bij jongeren speelt dat zeker mee. Zij brachten destijds nog meer tijd op sociale media door, waar ze om de haverklap zwart-witdenken over gender en man-zijn tegenkomen. Als ze online zochten naar mentale steun of een fitnessoefening, dan kwamen ze op YouTube via een paar clicks al in de manosfeer uit. Kinderen hebben nog geen basis die ze weerbaar maakt tegen homofobie. Daarom gaat de acceptatie bij hen het hardste achteruit.’
Kan het niet zo zijn dat een grotere zichtbaarheid van queer mensen, bijvoorbeeld door regenboogvlaggen, weerstand oproept?
‘Het maakt de weerstand zichtbaarder. Want als je tegen homo’s wordt omdat ze ineens zo zichtbaar zijn, was je dan überhaupt wel voor homo’s? Regenboogvlaggen weghalen en de Pride schrappen is niet de oplossing. Want hoe stellen ze dan voor dat we normen verruimen, suïcide onder queers terugdringen en pestgedrag aanpakken? Doen alsof het er niet is?’
Met genderneutrale voornaamwoorden en wc’s is er in vrij korte tijd veel veranderd. Gaat dat te snel voor mensen?
‘Ja, dat is goed voorstelbaar. Deze veranderingen worden als heel fundamenteel ervaren. Want onze hele maatschappij is vormgegeven langs het idee dat er alleen mannetjes en vrouwtjes zijn. Wat biologisch gezien natuurlijk onzin is.’
Maar het is wel wat mensen geleerd hebben.
‘Precies. Dat betekent dat mensen zich moeten aanpassen, en daar wordt het ingewikkeld. In de sociologie zien we dat Nederlanders de afgelopen decennia zo gewend zijn geraakt aan comfort en persoonlijke autonomie, dat veel mensen nauwelijks nog autoriteit of tegenspraak dulden. Dat maakt ze gevoeliger voor populisten, die hun vertellen: ‘Het ligt niet aan u, u heeft niks verkeerd gedaan. Het werkelijke probleem is dat u iets door de strot wordt geduwd.’
‘Die politici bieden mensen de makkelijke weg uit een situatie waar ze zich ongemakkelijk bij voelen. En het is pas sinds het radicaal-rechtse antigenderframe dat mensen massaal die makkelijke weg nemen. Daarvoor zagen we juist dat mensen door de emancipatiebeweging en programma’s als Hij is een zij (van BNNVara, red.) steeds meer begrip kregen voor het ondergaan van een medische transitie. En meer open gingen staan voor mensen die zich man noch vrouw voelen.’
Kan het zijn dat jongeren nog bijdraaien? Ze zijn immers pas tussen de 12 en 16 jaar.
‘Dat kan zeker. Maar we weten ook dat de houding die je aanneemt in die leeftijdsfase je basis vormt. Er worden letterlijk paadjes in je hersenen aangelegd die je wereldbeeld bepalen. Dus wat jongeren nu denken, vormt absoluut een risico voor de toekomst.
‘Tegelijkertijd zien we de acceptatie bij volwassenen nu ook razendsnel dalen. Dat toont toch aan dat de houding van mensen op latere leeftijd nog kan veranderen, misschien ook ten goede. Maar dat gaat niet vanzelf. De antigenderbeweging is goed georganiseerd.’
Kent u voorbeelden uit de geschiedenis waarbij zo’n backlash succesvol het hoofd werd geboden?
‘Backlash zoals we die normaal zien bij emancipatiebewegingen ziet er heel anders uit. Meestal komt de weerstand van een kleine groep die door de emancipatie macht verliest, zoals de kerk of werkgevers, en wordt de weerstand mettertijd steeds kleiner. Nu wordt de groep die zich tegen emancipatie verzet steeds groter, onder invloed van een gerichte campagne.’
Ziet u een uitweg?
‘Sociale media beter reguleren. Maar ook traditionele media moeten verantwoordelijkheid nemen en stoppen een doorgeefluik te zijn. Hun focus verleggen van de ophef naar de gewone, alledaagse levens van queers. Want ik verwacht niet dat Wilders zal stoppen met zijn antigenderretoriek – die is hartstikke effectief. De vraag is: hoeveel ruimte geef je die?’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant