Vrijdagavond maakt Zinédine Zidane met een wedstrijd in de Nations League tegen Turkije zijn debuut als bondscoach van Frankrijk. Als Fransman van Algerijnse afkomst is de trainer van Les Bleus een maatschappelijk icoon. In het Frankrijk van 2026 brengt dat nieuwe uitdagingen met zich mee.
Wie in Nederland zoekt op ‘Zidane’, krijgt van Google de suggestie om die zoekopdracht aan te vullen met ‘kopstoot’. Herhaal het kunstje met een Frans IP-adres en het advies luidt niet ‘coup de boule’, maar ‘98’.
Dat verschil is tekenend voor de plaats die de inmiddels 54-jarige superster inneemt in de Franse collectieve herinnering. Een rondje door zijn geboortestad Marseille leert dat veel Fransen het dramatische einde van zijn carrière al lang vergeten zijn. Daar triggert de naam Zidane vooral flashbacks naar de zomer van 1998.
‘In Frankrijk weet iedereen nog waar hij of zij toen was’, aldus de 57-jarige Emmanuel over de roemruchte WK-finale waarin Zidane twee keer scoorde. ‘Ik was in mijn eentje op vakantie in Bretagne, maar zelfs op mijn natuurcamping werd de wedstrijd uitgezonden.’ De historische 3-0-winst op Brazilië ontketende één groot volksfeest, zo herinnert de Marseillais zich. ‘Iedereen, maar dan echt iedereen werd gek.’
Ook de 39-jarige Lucile weet nog goed hoe ze destijds als 11-jarige vakantie vierde bij haar oom en tante. ‘Niemand van mijn familie was echt geïnteresseerd in voetbal of sport, maar die avond besloot mijn oom toch een Franse vlag te kopen en de tv aan te zetten. Ik herinner me vooral de trots: op het schoolplein zongen we nog wekenlang ‘un, deux, trois, zéro’.’
Achtentwintig jaar na de eerste wereldtitel is er in Frankrijk weinig van die feeststemming over. In april 2027 kiezen de Fransen een nieuwe president en aan de vooravond van de campagne lijkt het land pessimistischer dan ooit. Uit een omvangrijke peiling bleek dat ‘ongerustheid’ momenteel het meest terugkerende sentiment is bij Franse kiezers. Met name de toenemende polarisatie baart zorgen.
In die context komt Zidanes terugkeer bij Les Bleus niet alleen sportief, maar ook maatschappelijk als geroepen, zo betoogt de voormalig ambassadeur Karim Amellal in Le Monde.
Volgens de Franse ex-gezant voor het Middellandse Zeegebied ‘verstoort’ het levensverhaal van de nieuwe bondscoach het extreemrechtse narratief, waarin migratie als een existentiële dreiging geldt. Tegelijkertijd doorbreekt Zidane de tendens op links om burgers met een migratieachtergrond ‘nog enkel door een lens van discriminatie, marginalisering en overheersing ‘ te bekijken.
‘Zidane herinnert ons eraan dat identiteit een optelsom is in plaats van een aftreksom’, aldus Amellal. ‘Hij bewijst dat je succesvol kunt zijn zonder te vergeten waar je vandaan komt. Dat je een land kunt vertegenwoordigen zonder je familiegeschiedenis uit te hoeven wissen.’
De familiegeschiedenis waar Amellal op doelt begint in het Marseille van de jaren zestig. In de arme buitenwijk La Castellane ontmoet de Algerijnse gastarbeider Smaïl Zidane een Marseillaise genaamd Malika, die eveneens van Algerijns-Kabylische afkomst is. Het stel krijgt een dochter en drie zoons, onder wie Zinédine.
Hoewel in huize Zidane evenveel Berbers als Frans wordt gesproken, de Algerijnse keuken hoogtij viert en islamitische tradities worden gerespecteerd, dringt vader Smaïl hard aan op de assimilatie van zijn kinderen.
‘Als wij in een land wilden leven dat niet het onze was, dan hadden wij de wetten van dat land maar te accepteren. Voor mij is dat vanzelfsprekend’, zo verklaarde Zidane over zijn opvoeding in 2021 tegenover het Franse voetbalblad So Foot. Diezelfde vader zou hem leren dat ‘een immigrant altijd twee keer zo hard moet werken als anderen en nooit mag opgeven’, aldus Zidane in een reportage van The Guardian uit 2004.
De Franse socioloog Stéphane Beaud vertelt dat de verklaring voor Zidanes heldenstatus grotendeels in die mentaliteit ligt.
‘Zidane belichaamt als geen ander het stereotype van een straatvoetballer die uitgroeide tot een wereldster. Maar tegelijkertijd is hij altijd trouw gebleven aan de kernwaarden die hij van huis uit meekreeg: hard werken, respect tonen en nederig zijn’, aldus de voetbalgekke professor aan Sciences-Po Lille, die veel onderzoek doet naar integratie en onlangs een biografie over de Franse ster schreef.
Beaud vervolgt dat Zidane een typisch voorbeeld is van de zogenoemde ‘beur-generatie’: de in Frankrijk geboren kinderen van gastarbeiders die in de jaren vijftig en zestig werden gerekruteerd in Algerije, Marokko en Tunesië. Deze generatie was de eerste die niet meer uitging van een terugkeer naar Noord-Afrika en streed in de jaren tachtig voor erkenning als volwaardig Frans burger.
Hun pogingen stuitten echter op de xenofobe en racistische retoriek van Jean-Marie Le Pen. Zijn partij, het extreemrechtse Front National (FN), behaalde in 1983 en 1984 haar eerste electorale successen en zorgde ervoor dat identiteitspolitiek gemeengoed werd in het Franse publieke debat.
Zidane wist echter handig om te springen met dat mijnenveld, vertelt Beaud. Als hem gevraagd werd of hij zich Frans of Algerijns voelde, antwoordde Zidane steevast ‘je suis Marseillais’. Ook over polariserende thema’s als racisme of zijn islamitische achtergrond hield hij zich notoir op de vlakte.
Als rolmodel voor succesvolle integratie zou Zidane eind jaren negentig de grote voortrekker worden van een voetbalgeneratie die bekendstaat als ‘black, blanc, beur’ (‘zwart, wit, Arabisch’). Deze woordspeling op de Franse driekleur ‘bleu, blanc, rouge’ refereert naar het multiculturele elftal dat met spelers als Thierry Henry, Didier Deschamps en Zidane het WK van 1998 én het EK van 2000 wist te winnen.
Hun succes kwam al snel symbool te staan voor de overwinning van het republikeinse assimilatiemodel: het idee dat het Franse staatsburgerschap voortkomt uit een verbintenis met de Franse grondprincipes, in plaats van een bloedband. Zo bleek migrantenzoon Zidane in peilingen ‘het meest geliefde personage van Frankrijk’ en zelfs Charles Pasqua, ex-minister en beruchte migratie-hardliner, pleitte opeens voor de regularisatie van alle ongedocumenteerde migranten. Als symbolische kers op de taart zou eind 1998 het Front National imploderen.
Emmanuel Blanchard, hoogleraar Franse immigratiegeschiedenis aan de Université de Versailles Saint-Quentin-en-Yvelines, nuanceert zulke herinneringen. ‘De manier waarop de WK-winst van 1998 werd gevierd, was niet eenduidig’, zegt hij. Volgens Blanchard beschouwden fans uit de banlieue Zidane niet als een belichaming van Frankrijk, maar als een van hen: een Algerijn uit de buitenwijk. ‘Die toe-eigening was een vorm van verzet tegen het rooskleurige narratief van black, blanc, beur, waarin racisme plots niet meer bestond.’
In 2001 toonde de ‘herenigingswedstrijd’ tussen Algerije en Frankrijk dat zulke spanningen allesbehalve verdwenen waren. Geïnspireerd door l’effet Zidane had het kabinet van de linkse premier Jospin besloten een interland te organiseren, die een symbolisch einde moest maken aan decennia vol postkoloniaal conflict.
De wedstrijd in Parijs, die nog geen maand na 9/11 werd gespeeld, draaide uit op een ramp. Al bij binnenkomst in het Stade de France werd Zidane uitgefloten en van het Franse volkslied viel door spreekkoren weinig te horen. Toen Frankrijk in de 76ste minuut met 4-1 leidde, bestormden supporters van Algerije het veld. De wedstrijd moest op last van de politie worden gestaakt.
Beide experts zijn het erover eens dat de relatie tussen Frankrijk en Franse voetballers met een migratieachtergrond er sindsdien niet beter op geworden is. Door de jihadistische aanslagen in Parijs van 2015 staat het Franse debat over de islam en migratie onder hoogspanning. Jongere spelers kennen niet anders dan een land waar extreemrechts 30 tot 40 procent van de stemmen haalt. Bij velen heeft het assimilatie-ideaal dan ook plaatsgemaakt voor een omarming van hun meervoudige identiteit.
Een van de prangendste voorbeelden is Ayyoub Bouaddi. Hoewel de kersverse middenvelder van Manchester City werd geboren, getogen én opgeleid in Frankrijk, koos het 18-jarige supertalent deze zomer voor het geboorteland van zijn ouders: Marokko.
Aangezien zijn besluit ‘uit het hart’ kwam, kon zelfs een persoonlijk telefoontje van Zidane hem er niet van overtuigen die keuze te herzien. ‘Ik ben en blijf trots op mijn dubbele cultuur, mijn parcours en mijn roots’, lichtte hij later op Instagram toe.
Opvallend genoeg vinden zulke emoties weerklank bij de zoon van de Franse bondcoach. Deze Luca Zidane werd in 1998 geboren in Marseille, maar verhuisde op 3-jarige leeftijd mee naar Madrid, waar zijn vader na een recordtransfer van 77,5 miljoen euro ging spelen. Later zou ook Luca zelf als keeper de jeugdopleiding van Real Madrid doorlopen. Zijn schooltijd bracht hij daarentegen door op het Lycée Français de Madrid en ook op het EK-17 van 2015 verdedigde hij het doel van de Fransen.
Eind 2025 was de verrassing dan ook groot toen Luca Zidane zijn volwassen interlanddebuut bij Les Bleus noch La Roja maakte. ‘Ik woon in Spanje, maar de band die wij hebben met Algerije is onmogelijk in woorden te vatten’, zo rechtvaardigde hij onlangs zijn keuze voor de Algerijnse nationale ploeg in voetbalblad Onze Mondial. ‘Als ik het shirt van de nationale ploeg aantrek en het volkslied hoor, dan voel ik ongelofelijke emoties.’
Daar komt bij dat de nieuwe generatie Franse topsporters met een migratieachtergrond zich anders opstelt in het publieke debat. Waar Zidane in 2002 en 2017 slechts schoorvoetend opriep om tegen het FN te stemmen, zien jongere rolmodellen als Kylian Mbappé, Ibrahima Konate, Jules Koundé en Marcus Thuram het juist als hun verantwoordelijkheid om zich publiekelijk uit te spreken.
Zij krijgen hierin navolging van generatiegenoten uit andere sporttakken, zoals de Antilliaanse judoka Teddy Riner en Franse NBA-basketballer Victor Wembanyama, die in Amerika ageert tegen ICE.
Vorige week kreeg Frankrijk nog een duidelijk voorbeeld van die generatiekloof. Nadat Mbappé zich ‘volledig solidair’ had verklaard met zowel de migranten als bewoners in de Spaanse exclave Ceuta, werd hij opnieuw het mikpunt van radicaal-rechtse aanvallen. Op de conservatieve nieuwszender CNEWS noemde de woordvoerder van Le Pens campagne het ‘gedrag van een klein stuk tuig’.
Op een persconferentie die een dag later volgde, weigerde Zidane echter op alle ophef in te gaan. ‘Net als iedereen heb ik bepaalde overtuigingen, maar om die nou te delen… ’, reageerde de bondscoach op vragen over de stellingnames van onder anderen zijn aanvoerder. Naar eigen zeggen had Zidane ‘geen enkele rol’ te spelen in de verkiezingscampagne.
Of die lijn houdbaar is in het Frankrijk van 2026, is maar de vraag. Zo bleek al dat zwijgen in campagnetijd geen garantie op politieke neutraliteit biedt. In een interview met de Franse nieuwszender BFM-TV stelde de extreemrechtse presidentskandidaat Éric Zemmour dat Mbappé ook gewoon ‘zijn mond had kunnen houden’ in plaats van ‘islamitische solidariteit’ tonen met immigranten in Ceuta.
In een pijnlijk bijzinnetje suggereerde Zemmour dat de aanvoerder van Les Bleus kon leren van zijn nieuwe coach: ‘Zidane sprak zich nooit uit en daarin had hij groot gelijk.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant