Home

Twee extreem normale seizoenen

Klimaatverandering In de lente een hittegolf van negen dagen, daarna een extreem droge en hete zomer. NRC volgde een brandweerman, een schooldirecteur, een zorgmedewerker, een boer, een boswachter, een hitte-coördinator en een weerexpert tijdens twee seizoenen waar „iedereen buikpijn van zou moeten hebben”.

Brandweer uit België bij de Weerterheide in Limburg, waar in april een natuurbrand uitbrak op een militair oefenterrein.

Er brult en gromt iets, alsof er onweer op komst is. Adriaan ter Huurne (49), teamleider van de brandweer in Twente, draagt een ‘uitrukpak’ met helm, bril, mond- en neusbescherming, maar hij voelt de hitte er dwars doorheen. Een vreemd soort wind steekt op; zuurstof in de omgeving wordt opgezogen door het vuur. De natuur van ’t Harde, op de Veluwe, staat in lichterlaaie.

stond aan de vuurlijn in ’t Harde

Er zijn eerder die dag, woensdag 29 april, mijnen ontploft op een militair oefenterrein. Gloeiend hete deeltjes werden een springkuil uit geslingerd, bijna meteen ontstonden op de droge grond brandhaarden. Nu moeten we snel zijn, weet Ter Huurne. Zijn team gaat de branden lopend te lijf, gereedschap in de hand: een waterrugzak met bluspistool, bosmaaier, schop, zaag, een ‘vuurzweep’ om vlammen uit te vegen. De vuurlijn moet onderbroken worden.

Ze doven, maar zetten in het gebied ook stukjes natuur in brand, tactisch, om controle te krijgen over de loop van het vuur. Goed uitkijken, niet nog een natuurbrand creëren, het vuur beheersen. Ter Huurne heeft dit team meer dan tien jaar geleden zelf opgericht, en snel onder de indruk is hij niet meer. Maar toch, dít geweld, zo vroeg in het jaar.

Een deel van de A28 wordt afgesloten, het treinverkeer is ontregeld, mensen moeten ramen en deuren sluiten, brandweerploegen uit het hele land komen helpen. De rookwolken drijven tot boven het Verenigd Koninkrijk. ‘Heftig brandgedrag’ noemen hij en zijn collega’s het. Hij ziet complete bomen in brand staan, tot in de kruin.

In de loop van de avond slagen alle brandweereenheden er samen in om controle te krijgen over het vuur. Ze weten te voorkomen dat de brand zich verder uitbreidt buiten het militaire oefenterrein. Het duurt nog dagen voor het dooft. Vijfhonderd hectare natuur gaat verloren.

Eén dag later, op 30 april, staat Ter Huurne alweer te blussen in de natuur tussen Budel en Weert, op de grens van Brabant en Limburg. Er zijn die dagen zoveel branden dat buitenlandse hulp wordt ingeroepen. Dat is sinds de Watersnoodramp niet nodig geweest voor natuurgeweld. Eind april, en Adriaan ter Huurne denkt: de zomer is begonnen.

In natuurgebied Boschhuizerbergen werd ongeveer 100 hectare bos verwoest door de brand.

Als kind fietste Jan Rozema (57) over een bevroren Leekstermeer in Groningen naar de scouting. Hij kan het zich nu haast niet meer voorstellen; zijn kinderen hebben hooguit wat ijs in de sloot naast het huis gezien. Rozema is hoofd weer- en klimaatdiensten van het KNMI, en keer op keer ziet hij uitkomen wat de data, de grafieken en de cijfers al voorspelden.

besloot code rood af te kondigen

Weer- en klimaatinstituten van over de hele wereld werken samen, delen informatie uit hun modellen, doen voorspellingen – die noemen ze ‘projecties’. Het is nog vroeg in het voorjaar als de weerdiensten in andere landen met waarschuwingen komen. Steeds komt één term naar boven, die ook bij het KNMI begint te resoneren: El Niño.

Passaatwinden die westwaarts over de Grote Oceaan richting Azië waaien zorgen normaal gesproken voor een zeestroming die koel water boven brengt voor de kust van Zuid-Amerika. Droog en zonnig weer verspreidt zich dan, ook naar Nederland. Worden de passaatwinden zwakker, dan groeit de poel met warm water voor de Zuid-Amerikaanse kustlijn. Dat kan op de hele wereld zorgen voor gevaarlijk hoge temperaturen en op sommige plekken voor dodelijke overstromingen of juist extreme droogte.

Als Jan Rozema aan uitzonderlijk weer denkt, dan komt sneeuwstorm Darcy van februari 2021 bij hem op. Dikke pakken sneeuw, scholen dicht, treinverkeer lange tijd plat. Code rood voor ‘sneeuwjacht’. Of zomerstorm Poly, ruim twee jaar later. Een 51-jarige vrouw overleed in Haarlem toen een boom op haar auto viel. Overal bomen, takken, weggewaaide daken.

In het voorjaar van 2026 ziet Jan Rozema in zijn waarnemingen dat zich een extreme variant van El Niño aankondigt. Dat zegt niet meteen iets over het weer in Nederland, en op dat moment is nog veel onduidelijk over de kracht ervan. Toch hebben hij en zijn collega’s het gevoel dat het „weleens een heel hete zomer kan worden”.

Een weekje warm weer kan Elianne Engelen (55), directeur van het Bisschoppelijk College Broekhin in Roermond, nog wel buiten houden. Daarna gaat de hitte in de grote grijze en smallere goudgele bakstenen zitten. Ze voelt het gloeien als ze haar hand op de muren legt. Ze houdt van dit gebouw, dat sinds 1970 aan de rand van Roermond staat – de brede gangen, de door leerlingen gemaakte kunst aan de wanden, het grote sportveld aan de achterkant.

sliep in het schoolgebouw

Luchtventilatie is er, maar geen airco. Engelen merkt dat de 1.500 leerlingen vmbo-t, havo en vwo zich slecht kunnen concentreren tijdens de les als het warmer wordt.

Net na de meivakantie beginnen de examens. Koel is het dan nog, 12 graden Celsius, ze ziet leerlingen in truien over hun papier gebogen zitten. Daarna loopt in korte tijd de temperatuur op door een hogedrukgebied waar de warme lucht niet uit weg kan. Een ‘hittekoepel’. In het land ontstaat iets van een feeststemming: volle stranden, mensen kopen ijsjes, gaan barbecueën, geven feestjes in tuinen, parken, op dakterrassen. Maar Elianne Engelen probeert vooruit te denken: wat als het zo blijft?

kocht waterpistolen voor de ouderen

Veel mensen die bij Miranda van Uden (50) in ‘huis’ wonen, het woonzorgcentrum Boswijk in Vught waar ze werkt, herinneren zich bijna niets meer. Maar ze reageren nog altijd sterk op het gevoel van de zon op hun huid. De ogen gesloten, achterover in een hangstoel, een glas limonade bij de hand.

Binnen is het eigenlijk altijd koel. Er is een klimaatsysteem en dat werkt. Dat moet ook wel, want ouderen kunnen hun warmte minder goed kwijt. De eerste regionale hittegolf begint op 22 mei in Limburg, verspreidt zich naar Brabant en duurt negen dagen. Nooit eerder was er zo vroeg in het jaar zo’n lange hittegolf.

Van Uden weet wat ze op dit soort dagen moet doen, er is een hitteprotocol. Ze haalt de dementerende ouderen later uit bed, wast hen met de hand. Douchen hoeft niet. Wel schoon, maar zonder de inspanning. Extra drinkmomenten, de vriezer vol ijsjes en heel vaak insmeren.

Als iemand buiten gaat liggen, rent ze ernaartoe met zonnebrand. Ze twijfelt: moet ze die mensen uit de zon halen, hen één van de pleziertjes ontnemen die ze nog hebben? Ze laat het maar. Eén man blijft in die eerste hittegolf een uur bakken. Héérlijk, zegt hij daarna.

Beeld uit verpleeghuis Neibertilla in Drachten tijdens een hittegolf eind juni.

Elianne Engelen Schooldirecteur

Elianne Engelen vraagt de conciërges om al om 06:00 uur op school te zijn als het een warme dag wordt, zodat de ramen open kunnen. Dan vóélt het tenminste een beetje koel als de toetsen beginnen. Maar ze weet: met zo’n grote groep in een zaal loopt de temperatuur binnen een paar uur enorm op. Leerlingen komen dan ”zo suf als wat” naar buiten.

De laatste examendag valt op het BC Broekhin op dinsdag 26 mei, het is buiten 31 graden. De vwo’ers hebben Frans, de havisten natuurkunde. Op het laatste moment besluit ze de tafels in een andere gymzaal te laten zetten. Die is normaal gesproken te luidruchtig, maar het is er wel koeler. Als de leerlingen hun pennen neerleggen en de school uit lopen, is ze opgelucht. Ze had al gekeken naar zalen met airco buiten de school voor de laatste examendagen. Die heeft ze gelukkig niet hoeven huren.

Sinds 18 juni lopen de temperaturen weer flink op. Er is een landelijke hittegolf, en Jan Rozema weet dat zijn collega’s en hij een lastig besluit moeten nemen.

Rozema is pikethouder van een expertteam: vijf KNMI-medewerkers met verschillende expertises die moeten bepalen welke ‘code’ het instituut afgeeft. Geel en oranje, die kennen de mensen wel. Oppassen, niet in de zon, insmeren, kwetsbare groepen in de gaten houden. Maar code rood vanwege hitte? Zo ver kwam het nog nooit.

Elianne Engelen Schooldirecteur

Op het Bisschoppelijk College Broekhin zijn de examenleerlingen inmiddels met vakantie, maar de rest moet gewoon naar school. Het tropenrooster is ingegaan. Elianne Engelen heeft de ouders een brief gestuurd. „We maken ons zorgen over het leer- en werkklimaat in onze werkruimtes”, schrijft ze.

Zelfs een nacht flinke regen helpt niet. Die heeft „geen verkoeling gebracht”, schrijft ze in het weekend aan de ouders. En op maandag: „De komende dagen worden nog steeds hoge temperaturen voorspeld.”

De lessen duren nog maar 30 minuten, in plaats van drie kwartier. Leerlingen zijn rond 13:00 uur uit. Er komt een proefwerkweek aan, ze wil de voorbereidingen eigenlijk niet verstoren, sommige leerlingen raken gestrest als ze geen vragen meer kunnen stellen.

Jan Rozema Hoofd KNMI

Jan Rozema leest berichten uit Frankrijk, waar het de warmste dag is sinds het begin van de metingen. In een paar dagen tijd verdrinken veertig Fransen die op onbewaakte plekken het water in gaan. Twee kinderen uit Zuid-Frankrijk worden dood gevonden in een veel te heet geworden auto. Mensen worden opgeroepen thuis te werken, niet met het openbaar vervoer te reizen, honderden scholen zijn dicht. Huisdieren gaan dood, veel ouderen overlijden.

In het expertteam vrezen ze dat het allemaal ook in Nederland kan gebeuren, want de hitte trekt naar het noorden. Ze praten over het risico dat bruggen vast komen te zitten doordat het metaal uitzet in de hitte, over mogelijke problemen met de energievoorziening, de gezondheidszorg die overbelast kan raken. Er is overleg met deskundigen van het RIVM, Rijkswaterstaat, ProRail en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Jan Rozema gaat een besluit nemen dat in de 172-jarige geschiedenis van het KNMI nog nooit is genomen.

Op donderdag 25 juni, aan het einde van de middag, geeft hij voor de volgende dag code rood af. De veiligheidsrisico’s kunnen, schatten ze in, ‘maatschappij-ontwrichtend’ zijn.

Code rood. Het is alsof ze een knop omzetten die het hele land verandert. 1.600 organisaties, van gemeenten tot ziekenhuizen tot brandweer en politie, krijgen adviezen doorgestuurd. Hitteprotocollen worden in werking gesteld, koelteplekken ingericht, rechtszaken afgelast en scholen gesloten – het BC Broekhin in Roermond stelt de proefwerkweek uit.

Die avond zegt Rozema’s vrouw tegen hem dat hij de volgende dag maar niet op zijn racefiets naar het werk moet gaan, zoals hij gewend is.

Op de Neude, het centrale plein van Utrecht, staat Jeanne Gootzen de volgende dag met een collega op de fiets voor het stoplicht. Ze ziet de hitte van het asfalt slaan, er is hier bijna alleen maar steen. Bijna valt ze om.

Gootzen is hitte-coördinator van de gemeente Utrecht en op weg naar Museum Catharijneconvent, een kilometer verderop. Dat is gratis open voor mensen die afkoeling zoeken. Gootzen ontmoet er een stel met drie kinderen – de oudste ongeveer tien jaar oud, de jongste nog een baby. Ze wonen in Zuilen, een wijk met veel oude huizen, waar ze het niet meer uithielden.

Het is precies waar Jeanne Gootzen het afgelopen jaar bang voor is geweest. Al langer is ze bezig om openbare gebouwen waar het relatief koel blijft in kaart te brengen, maar het is niet gelukt om in alle wijken zulke plekken te vinden. En dat is niet het enige probleem: de aankondiging van code rood, de vorige middag, heeft de gemeente overvallen. Het is eigenlijk niet duidelijk wat ‘maatschappij-ontwrichtend’ betekent. Niemand weet precies wat er moet gebeuren.

Dus ze doet wat ze kan. Er staat een team klaar dat dakloze mensen aan water, zonnebrand en advies helpt. De gemeente en het Rode Kruis rijden rond met een airco-gekoelde bus. En sommige dingen gebeuren zonder dat de gemeente zich ermee hoeft te bemoeien. De Domkerk richt een openbare koelteruimte in; andere kerken, organisaties en bedrijven doen dat ook. Ze is ervan onder de indruk dat mensen zomaar voor elkaar klaarstaan.

Hitte in de binnenstad van Utrecht en in Amsterdam, waar vrijwilligers Kerkcentrum De Nieuwe Stad inrichtten als koelteplek.

Miranda van Uden Verzorgende

Als Miranda van Uden het woonzorgcentrum in Vught binnenstapt, is het een moment alsof ze een koelcel betreedt. Van code rood merk je hier niet veel, ze moeten gewoon zorgen dat de mensen niet te veel naar buiten gaan en het protocol volgen, maar dat deden ze al.

Ze heeft waterpistolen gekocht. Ballonnetje op een beker gezet en de ouderen mogen schieten. Hoe die mensen kíjken als ze dat doet, met glinsterende ogen, ze wordt er gewoon gelukkig van.

In de middag leest ze op het intranet dat het op een andere locatie van het woonzorgcentrum, De Taling in Den Bosch, zo verschrikkelijk heet is geworden dat medewerkers onwel zijn geworden. Daar is geen systeem om het binnenklimaat te regelen. Iemand belde de brandweer, of ze misschien het dak konden koelen. Dat wilden ze niet, maar ze hebben wel gemeten hoe warm het op de bovenste etages is. Daar wonen mensen zelfstandig bij een woningcorporatie waarmee het zorgcentrum samenwerkt. Het is er meer dan 45 graden.

De bewoners zijn naar beneden gebracht, naar gekoelde ruimtes. Dat ging eigenlijk heel goed, maar iedereen – ook op de locatie waar Miranda van Uden werkt – is geschrokken.

Jan Rozema Hoofd KNMI

Jan Rozema rijdt die vrijdag naar huis en ziet een paar racefietsers aanzetten op een heuvel. Dát is vragen om problemen, denkt hij. Hij zal in de dagen daarna – zaterdag is er opnieuw ‘code rood’ in enkele provincies – de resultaten van een snelle peiling onder de bevolking krijgen. Negen op de tien mensen waren van de weerwaarschuwingen op de hoogte, driekwart heeft het gedrag aangepast. Sommige ziekenhuizen zaten aan de maximale capaciteit. Vooral dat laatste bevestigt hem in het idee dat hij de juiste beslissing heeft genomen: stel je voor hoe het zónder ‘code rood’ was geweest.

Een uitgedroogd voetbalveld in Noorbeek, Zuid-Limburg, en een kurkdroge rivierbodem bij Lent, net boven Nijmegen.

Elianne Engelen Schooldirecteur

Een klok tikt hard in de personeelskamer van het Bisschoppelijk College Broekhin in Roermond. Muggen zoemen rond het hoofd van schooldirecteur Elianne Engelen. Het is midden in de nacht van zondag 28 op maandag 29 juni. Nog altijd is het heet. Ze ligt op aan elkaar geschoven bankjes, een kussen en laken heeft ze van thuis meegenomen.

Theo, zei ze een paar dagen eerder, ik blijf zondagavond slapen. Doe je mee? Theo, hoofd facilitair, deed mee. En ook Heidi, office manager, sloot zich aan. Om 21:30 uur gingen ze de school binnen om de ramen open te zetten. Met iedere trede op de trap voelden ze het warmer worden. In de meeste lokalen hangt een grijs kastje dat de temperatuur en CO2-waarden in de lucht meet. Op de tweede verdieping is het 35 graden. Op de derde verdieping, in het lokaal van Engels, geeft het kastje 37 graden aan. Om 23:00 uur zetten ze alle ramen op de bovenverdiepingen open en de ramen beneden op kiepstand.

Om 05:00 uur ’s ochtends staan ze op. Ook beneden zetten ze nu alle ramen wagenwijd open. Het is vijf graden afgekoeld, eigenlijk nog steeds veel te warm, maar beter dan het was. De leerlingen en hun ouders weten dat er alles aan gedaan is. Engelen gaat snel naar huis voor een douche en ontbijt. Om 08:30 uur is ze weer op school. De proefwerkweek kan beginnen.

Na afloop wordt ze door leerlingen bedankt. Ze krijgt mailtjes. Het ontroert haar. Hier doet ze het allemaal voor.

Met de Ivory Russet komt het niet meer goed, weet akkerbouwer Hendrik Jan ten Cate als hij halverwege juli over zijn akkers loopt, op het Zeeuwse voormalige eiland Tholen. Een aardappel voor het hogere segment. Hoeveel hij ook beregent, hij groeit niet, het is een zwakke aardappel. De uien op zijn akkers staan er misschien nog wel slechter bij en ook over de suikerbieten maakt hij zich zorgen.

zag zijn oogst in gevaar komen

Enorme beregeningsinstallaties overspannen stukken van het land. Hij heeft geluk dat hij überhaupt nog water mag geven; boeren in andere delen van het land hebben al te maken met beregeningsverboden. Maar het waterschap hier, Scheldestromen, laat al dertien jaar op vier plaatsen water in, tegen extra betaling, vanuit het Schelde-Rijnkanaal. Dat water is zoet genoeg voor de meeste van zijn aardappels, wortelen, uien, suikerbieten en graan – al hoef je aan spinazie of sla niet te beginnen.

Op enkele percelen teelt hij een aardappel die redelijk tegen droogte kan: de Etana. Hij heeft hoop dat het nog goed komt met deze aardappel, aan het einde van de zomer. Een kleine oogst betekent niet per se dat zijn inkomsten dalen. Vorig jaar waren er zo veel aardappelen op de markt, dat ze hier en daar gratis werden uitgedeeld. Nu zijn het er minder, en dan stijgt de prijs.

Thuis zet hij een kop koffie. Tijdens zijn vakantie, ook in Zeeland, op Noord-Beveland, moet hij proberen het een beetje los te laten. „Ik hoop op regen”, zegt hij tegen zijn gezin.

Droge landbouwgrond in Noordwijkerhout en Puttershoek.

Miranda van Uden Verzorgende

Miranda van Uden is niet verbaasd als ze midden juli leest hoeveel mensen er tijdens de hittegolf, in de dagen rond code rood, zijn overleden. Tot drie weken na de hitte overleden meer mensen dan gebruikelijk, in totaal 1.323, maakt het RIVM bekend.

Ze heeft het eerder van dichtbij gezien. Ze herinnert zich een mevrouw, twee jaar geleden, die al heel zwak was toen het heet werd. Alles probeerden ze. Extra voeding, extra drinken, natte handdoekjes, koeldekens. Mensen sterven dan niet van de hitte, maar omdat ze op zijn – de hitte is het laatste zetje. En als Miranda van Uden heel eerlijk is… dan is het zo vreselijk nog niet, op die manier overlijden. Anders is het een longontsteking, een val, een griepvirus.

Als ze ook maar aan het kleinste gebaar ziet dat iemand nog wíl, dan geeft ze „tienduizend procent”. Maar het móét niet, leven, het mag.

vreesde voor de veldleeuwerik

Boswachter Kathelijne Maes (33) van Staatsbosbeheer rijdt in een jeep naar het Europees beschermde natuurgebied in Overijssel. Talloze bomen dragen vergeelde bladeren en hebben hun vruchten, zoals eikels, al afgeworpen. Andere planten krullen hun bladeren op. Veenmossen slaan wit uit. Dan reflecteren ze het licht van de zon en hebben ze er minder last van.

Insecten groeien minder door het gebrek aan groen, en daar hebben de vogels weer last van. De jongen van de veldleeuwerik en de roodborsttapuit worden minder snel groot en overleven niet. Ze vreest dat het ten koste gaat van de populatie.

Ze stapt de auto uit en baant zich een weg door het jakobskruiskruid en enkele Hereford-runderen naar een deel van het landschap dat zwart is. Dit is het Elsenerveen, een zeldzaam stukje hoogveen dat nog maar drie jaar geleden als verdroogd gebied werd aangepakt, zodat het water niet langer zou weglekken, bijvoorbeeld via oude bomkraters uit de oorlog. Dit soort hoogveen is er niet veel meer in Nederland, en herstel ervan is belangrijk voor het overleven van allerlei soorten dieren en planten.

Twee jaar lang heeft er water in gestaan. Een kokmeeuwenkolonie keerde terug, Kathelijne Maes zag andere soorten opbloeien. Maar nu is alles zwart, het staat volledig droog. Er is gauw regen nodig, weet ze, want anders komen er opnieuw scheuren in de bodem en raakt het gebied weer lek.

Brand in Limburgs natuurgebied De Rosmolen en in de duinen bij Wassenaar.

Brand in natuurgebied Boschhuizerbergen, bij Venray. Het is 3 augustus en de korpsen hebben de grootste moeite om het vuur meester te worden. Het team van Adriaan ter Huurne is er ook, maar een ander heeft dit keer de leiding. Ze gaan lopend te werk – essentieel bij dit soort branden, want zo kunnen ze op plekken komen waar voertuigen geen toegang hebben.

Adriaan ter Huurne Brandweerman

Het vuur laait meerdere keren op en moet dagen worden nageblust. Honderd hectare bos wordt verwoest, nog weken mag niemand het gebied in omdat er bomen kunnen omvallen of takken afbreken.

Het brandt op veel plekken in Europa. In Engeland, Frankrijk, Duitsland, België, op de Balkan. Campings worden ontruimd, mensen annuleren hun vakanties of vluchten voor de vlammen, dieren kunnen niet op tijd wegkomen. Meer dan 600.000 hectare Europese natuur gaat verloren.

Warme dagen werden vroeger meestal afgestraft met stevige regen of een onweersbui, maar dat is niet meer zo, zegt Adriaan ter Huurne. Dus wordt er hard nagedacht over manieren om branden beter te kunnen bestrijden. De natuurbrand, zegt hij, moeten we gaan zien als onderdeel van ons leven.

Elianne Engelen Schooldirecteur

Een week voor het einde van de zomervakantie is Elianne Engelen terug in het schoolgebouw. Buiten is het 20 graden. Binnen hangt de zomerhitte nog, de lokalen ruiken muf. Op de eerste verdieping meten de grijze kastjes 25 graden. Op de tweede en derde verdieping tot wel 29 graden.

Aan het begin van de zomervakantie hebben de scheikundelokalen op de derde verdieping airco gekregen, met een uitlaat naar buiten. Het zijn twee van de warmste lokalen van de school, en leerlingen moeten er ook nog eens labjassen aan. Het duurt nog zeker tien jaar voor de school aan de beurt is voor een grote renovatie om het hittebestendiger te maken – of naar een nieuw gebouw kan verhuizen.

De volgende keer zou Engelen één ding anders willen doen. Er zijn gezinnen met airco in huis en een zwembad in de tuin, maar er zijn ook gezinnen die in een kleine, warme flat wonen. Díé leerlingen konden geen kant op toen de school dichtging. Volgende keer zal ze de lokalen waar wél airco is openstellen voor wie thuis geen koele plek heeft.

Regen, eindelijk regen! Heel veel zelfs, op Tholen. Honderd millimeter in een week, terwijl er in een heel jaar normaal gesproken achthonderd millimeter valt. De wortelen en suikerbieten van Hendrik Jan ten Cate slurpen het gulzig op, ze groeien. Zijn uien zijn dood, of heel klein gebleven – hij kan er misschien nog wat van het land halen en bewaren tot er op de vrije markt meer voor wordt betaald. De aardappeloogst valt waarschijnlijk 20 procent lager uit.

Hendrik Jan ten Cate Akkerbouwer

De Ivory Russet komt er bij hem niet meer in. Veel te kwetsbaar, en eigenlijk wist hij dat al wel. Hij gaat weerbaardere rassen kiezen. Lastig, want zo’n ras moet ook tegen schimmels kunnen. En als híj een goede aardappel kiest, dan moet de overheid zoet water eens serieus gaan nemen, vindt hij. Minder Rijnwater naar zee laten gaan, een stuw in de Nieuwe Waterweg bouwen, een tweede kustlijn – wat dan ook.

Kathelijne Maes Boswachter

De regen die in de Overijsselse natuur is gevallen, is snel verdampt en weggetrokken in de bodem van het Elsenerveen. Er staat nog steeds geen water in. Nou, misschien ziet Kathelijne Maes een heel klein plasje, als ze goed kijkt. Er zijn scheuren in de bodem van het veen gekomen, waar het water weer uit weglekt.

Het was historisch droog in augustus. Het waterpeil in de Rijn stond nog nooit zo laag, binnenvaartschepen konden minder of niet varen, woonboten zakten scheef op het droge, in het hele land waren er sproeiverboden voor sportvelden en boeren.

In De Borkeld gaat dit lang doorwerken, vermoedt ze. Poelen zijn drooggevallen, amfibieën en libellen zullen moeite krijgen zich voort te planten. Jonge heide heeft het moeilijk. Bij de heide die wel bloeit, kan het weleens de laatste ademtocht zijn.

Regen lost droogteproblemen in Nederland niet meteen op.

Jan Rozema Hoofd KNMI

KNMI-man Jan Rozema was een groot deel van de zomer uitgeschakeld met een ingewikkelde oogontsteking, maar buigt zich inmiddels weer over zijn prognoses. El Niño, met hoge zeewatertemperaturen, is nog niet op zijn maximum en dreigt volgend jaar nog grotere gevolgen te hebben. Een tropische cycloon die tot in Europa komt is zomaar mogelijk nu de herfst invalt, denken hij en zijn collega’s. Een paar jaar geleden kwam zo’n storm al eens tot de kust van Ierland.

Hij wil het wel toegeven: de schrik is hem om het hart geslagen het afgelopen half jaar, dat uiteindelijk vijf (regionale) hittegolven kende. ‘Zijn’ KNMI heeft bekendgemaakt dat het de warmste zomer ooit was, en een extreem droge bovendien. „Het beeld van deze zomer past in dat van het veranderende klimaat”, brengt het KNMI naar buiten. Ofwel: dit kan zomaar eens normaal worden.

Als je de lijn doortrekt – en dat doet hij dagelijks – en kijkt naar de invloed van klimaatverandering in de komende twintig, dertig jaar, dan komt er weer wat temperatuurverhoging bovenop. En als je dat lijntje dan weer doortrekt, dan kan hij niet anders dan zich grote zorgen maken.

Soms denkt hij: was het nog maar tien jaar geleden. Toen was het allemaal nog redelijk abstract. En nu staan we er middenin. Iedereen zou, vindt hij, buikpijn moeten hebben van een lente en een zomer als deze. De Nederlandse economie, de gezondheid, de welvaart: dit gaat over alles. Onze kinderen en kleinkinderen gaan iets meemaken dat ongeëvenaard is, de meesten van ons ook, zegt hij vaak. Om dan uit te komen bij de vraag die altijd, brullend, grommend, alsof er onweer op komst is, in zijn hoofd blijft hangen: waar eindigt dit?

Aan deze productie werkten mee

Samenstelling tekst: Enzo van SteenbergenInterviews en tekst: Nina Eshuis, Arjen Schreuder, Ben Imthorn, Tan Tunali, Enzo van Steenbergen.Graphics: Erik van GamerenDigitale vormgeving: Anne-Marije Vendeville, Femmy KloosFotoredactie: Raffaella Huizinga en Lian HofPortretfotografie: Merlijn DoomernikPortretfoto Jan Rozema: KNMIDevelopment: Ramon MostertEindredactie: Peter Zantingh en Sander Warmerdam

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Klimaatverandering

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next