École des Sables Germaine Acogny (82), grondlegger van de hedendaagse Afrikaanse dans, creëerde in een Senegalees vissersdorp een van de meest vermaarde dansscholen van het continent. Dansers uit heel de wereld komen ernaartoe om haar techniek te leren. „Ik moest een manier van dansen vinden die bij mijn lichaam paste.”
Germaine Acogny.
Met hun ogen gesloten spreiden de dansers hun handen en nemen een diepe ademteug. „Neem een moment voor jezelf”, zegt Kodro Aoussou in hun midden. De groep staat aan de rand van waar de open dansstudio eindigt en de bomen beginnen. „Kom in je lichaam.” Als na een minutenlange stilte de ogen weer opengaan, maant Aoussou iedereen een cirkel te vormen. Handen open, voeten gegrond. En stilte. Voel de energie, zegt de choreograaf.
De les kan beginnen.
Voor wie binnentreedt in de wereld van Germaine Acogny, de nu 82-jarige grande dame van de hedendaagse Afrikaanse dans, is dit een heilig moment. Hier, op een heuvel aan de rand van een vissersdorp aan de Senegalese kust, creëerde zij halverwege de jaren negentig samen met haar Duitse echtgenoot Helmut Vogt een eigen dansuniversum. Een waarin muren niet bestaan, spiegels ontbreken en dansers met hun blote voeten in het zand staan.
Hun École des Sables groeide uit tot een begrip en is nu een van Afrika’s meest vermaarde dansscholen. Alles draait hier om de natuur: de rotsen die uitzicht geven op de nabijgelegen lagune van Toubab Diallow, de eucalyptusbomen die Acogny en Vogt zelf plantten en die een schaduw werpen over het zand. „De energie van deze plek is heel sterk”, zegt Acogny, een kale vrouw met een doordringende, bijna koninklijke blik.
Ieder jaar reizen vanuit heel de wereld honderden dansers hiernaartoe om de techniek te leren die van Acogny een icoon maakte binnen de danswereld. Op enkele masterclasses na worden deze dansstages al een poos niet meer door haarzelf gegeven, maar door choreografen die zij opleidde, zoals de Ivoriaanse Kodro Aoussou. Ook de artistieke leiding gaf zij uit handen. Toch is Acogny alomtegenwoordig. Vaak ook letterlijk, wandelend over het terrein waarop Vogt en zij ook hun huis bouwden.
Danser en choreograaf Kodro Ange Aoussou instrueert haar dansers de Acogny techniek.
Ondanks de iconische status heeft de École des Sables vanaf het begin moeite gehad met de financiering.
Bij gebrek aan steun vanuit de Senegalese regering zijn het vooral geldschieters uit Europa en de Verenigde Staten die de school de afgelopen decennia hebben geholpen het hoofd boven water te houden. Nederland speelde daarin met het Prins Claus Fonds en Stichting Doen een belangrijke rol.
Toen de dansschool in 2018 de deuren dreigde te moeten sluiten, organiseerde de Nederlandse ambassade in Dakar een benefietavond. De laatste twee jaar heeft het luxemerk Chanel zich opgeworpen als partner. „Maar het blijft steeds weer de vraag of we de middelen gaan vinden”, zegt Acogny’s echtgenoot Helmut Vogt.
Iedereen De dansers die hiernaartoe komen, moet éérst de energie van deze plek voelen. Voor Acogny, Frans-Senegalees maar geboren in Benin, is dat de essentie. Als kind werd ze ‘la folle’ genoemd, zegt ze op een juni-ochtend in een volgebouwd kantoortje tussen de twee dansstudio’s en de kantine in. De gek. Omdat ze haar klasgenootjes voorstelde om te dansen als bomen. Voor haar was dat heel normaal.
Sterker: de kapokboom, haar lievelingsboom, werd jaren later een sleutelbeweging van de techniek van Acogny, waarin ze elementen uit de moderne westerse dans liet samensmelten met bewegingen uit traditionele Afrikaanse dansen. Golvende ruggen, pulserende torso’s. Het resultaat is een dansvorm die ze omschrijft als een spiegel van het Afrika van nu; geworteld in tradities maar met moderne steden vol wolkenkrabbers en ambities.
Die benadering, evenals haar choreografieën, leverde haar talloze prijzen op, waaronder in 2021 een Gouden Leeuw tijdens de Biënnale van Venetië. De organisatie roemde Acogny – destijds 77 jaar oud – als een „kunstenares van de hoogste kwaliteit en integriteit”. Nog altijd staat ze zelf ook op het podium, waaronder in oktober in Nederland met een voorstelling gebaseerd op Josephine Baker, de wereldberoemde zwarte Amerikaanse revuester en verzetsheld uit de Tweede Wereldoorlog.
We lijken wel een beetje op elkaar, zegt Acogny, die Baker eens ontmoette. „Het is een vrouw die ik bewonder. Vanwege haar verzet, haar strijd tegen racisme. Dus toen ik ervoor werd benaderd, dacht ik: waarom niet?”
Op een luchtfoto is de École des Sables in Toubab Dialaw te zien. Aan de rand van het terrein van de dansschool verrijst een enorme nieuwe diepzeehaven. Germaine voerden samen met de bewoners actie tegen de bouwplannen.
Acogny weet wat het is om als een vreemdeling te worden behandeld in een witte wereld. Neem de École Simon-Siégel in Parijs waar ze begin jaren zestig naartoe ging om dans te studeren, vlak na de geboorte van haar eerste zoon Patrick (zelf inmiddels ook een bekende choreograaf). Acogny was er de enige zwarte leerling en kreeg van de leraar klassieke dans toegebeten dat haar „voeten te plat” en haar „billen te groot” waren.
„Terwijl ik zo dun was als Françoise Hardy”, zegt Acogny – een beroemde Franse zangeres uit die tijd. „Het deed me beseffen dat ik een manier van dansen moest vinden die bij mijn lichaam paste.”
Terug in Dakar, de hoofdstad van toen net onafhankelijk Senegal, opende ze op haar 24e haar eerste dansstudio en begon haar eigen stijl te ontwikkelen. De klassieke dans heeft haar daarbij wel gediend. „Zoals Picasso zich liet inspireren door Afrikaanse kunst.” Dit allemaal overigens niet met de intentie een grande artiste te worden. Als alleenstaande moeder moest ze rondkomen; dans was nu eenmaal waar ze talent voor had.
Tot Léopold Sédar Senghor, Senegals eerste president en een groot cultuurliefhebber, hoorde dat er iets bijzonders gebeurde in een dansstudio op Dakars Rue Raffanel. In 1977 stelde hij Acogny aan als artistiek directeur van Mudra Afrique, een pan-Afrikaans project van hem en balletchoreograaf Maurice Béjart om moderne dans op het continent te ontwikkelen. Maar toen Senghor een paar jaar later aftrad, stopte de subsidie en moest de school sluiten.
„Poef”, zegt Acogny. Ze keerde terug naar Europa met Vogt, die ze in die tijd had ontmoet. De droom van een eigen school als Mudra bleef, een plek die de deur naar de nog altijd witte professionele danswereld zou openen voor dansers van het continent. Het duurde ruim tien jaar voor het stel in 1996 genoeg spaargeld bij elkaar had voor vrij letterlijk de eerste stenen op hun heuvel in Toubab Diallow.
Nu, dertig jaar later, is het moeilijk een Afrikaanse danser van naam te vinden die niet op enig moment hun École des Sables passeerde. Dat werd dit voorjaar ook duidelijk toen hier de dertiende editie van de Biënnale van Dans in Afrika plaatsvond. Bedoeld als een etalage voor choreografie van het continent, had deze editie met zijn speeches en voorstellingen toch ook veel weg van een eerbetoon aan Acogny.
Het was „exceptionnel”, zegt ze zelf met een grote glimlach. „En uitputtend.”
In april 2026 vond op het terrein van de Écoles des Sables de Biënnale van de dans in Afrika plaats. Duizenden bezoekers en dansers afkomstig van heel het continent kwamen daarop af
Het zijn lang niet alleen dansers van het continent en de diaspora die naar Toubab Diallow komen om zich onder te dompelen in de wereld van Maman Germaine, zoals iedereen haar hier kent. Op een middag in mei bewegen dansers uit onder meer Italië, Duitsland, de Verenigde Staten en Canada door het zand in studio Aloopho, vernoemd naar Acogny’s priesteres-grootmoeder uit Benin.
Andersom vinden ‘haar’ dansers, onder wie die van Acogny’s dansgezelschap Jant-Bi, hun weg naar podia wereldwijd, zoals met een verwerking van Pina Bausch’ meesterwerk The Rite of Spring. NRC plaatste het in de Top 10 beste dansvoorstellingen van 2023.
Dus ja, die gek, zoals Acogny’s klasgenootjes haar ooit noemden. Ze las eens een boek van de Franse schrijver Romain Gary, zegt ze met glimmende ogen. „Hij schreef: alleen de gekken weten wat het leven waard is. Dus als ik tot die categorie behoor: tant mieux.”
Germaine Acogny staat op 1 en 2 oktober in het Internationaal Theater Amsterdam en op 4 oktober in het Theater Rotterdam met As We Are, een voorstelling bestaande uit twee choreografieën: Jospehine van Acogny en Alessandra Seutin en Bantu van Gregory Maqoma.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie