Home

Schrijver Marijke Schermer: ‘Ik kijk naar het water, en kan me voorstellen dat ze hier, nu, gelukkig is’

Schrijver Marijke Schermer krijgt de huissleutel en het vertrouwen van iemand die ze niet kent. Op basis van wat ze ziet, vormt ze zich een beeld van de bewoner. Wie doemt er op uit de onbekende wereld die zij aantreft? Deze week: Arwina, Rotterdam.

De route naar het appartement van Arwina is bijzonder. Het pand ligt midden in de stad, op een opgespoten stuk grond, aan de rivier. Ze woont in een appartement dat dermate moeilijk te vinden is dat ze me laat aanbellen bij een buurvrouw die me door haar eigen huis heen, een atelier door, een trap op, een gang in, een deur door, een hoek om, een deur in, een trap op, een deur uit naar de voordeur van Arwina brengt en binnenlaat.

Ik bedank de buurvrouw en doe de deur achter me dicht. Daar ben ik dan. Een lange gang met kunst aan de muren, rechts meterkast, wc, badkamer, aan de linkerkant drie deuren: een werkkamer met logeerbed en archief, een kleedkamer, een slaapkamer. En aan het einde van de gang: de woonkamer met open keuken. Een oase van ruimte en licht. Uitzicht op de Maas. Vier uur later bedenk ik hoe deze route naar binnen op de een of andere manier een symbool voor iets in haar leven is, een eiland, een labyrint om in te verdwalen, een lange donkere gang, een uitkomst met licht en lucht.

Boeken en leesbrillen

In alle kamers, ook in de woonkamer, hangen en staan overal moderne kunstwerken: zeegezichten, bronzen beeldjes, glazen sculpturen, een biografie van schilder Charlie Toorop naast de bank (ze is bijna halverwege), een grote verzameling kunstboeken in de boekenkasten, het museumtijdschrift en andere tijdschriften over kunst. Er staan ook romans in de kast; van sommige schrijvers heeft ze zich op het gehele oeuvre gestort, onder wie Lionel Shriver en Haruki Murakami. Overal leesbrillen op strategische plekken.

Er staan twee grote tafels, een houten rechthoek aan het raam, aan beide zijden drie stoelen, een grote hoge ronde tafel met daaromheen ook zes stoelen, een klein bankje bij het raam, een chaise longue van Le Corbusier naast de boekenkast, een Gispen fauteuil voor de televisie. Ik probeer als Goudlokje alle stoelen uit, ze zitten allemaal heel fijn. In de cd-speler zit Leonard Cohen: You Want It Darker. Onder de televisie een kastje met een grote verzameling cd’s en films en Britse humor – van Fawlty Towers tot Absolutely Fabulous.

Een bron van informatie

Ik bekijk de keuken. Aan de kookboeken te zien is ze een koker. Ze drinkt geen koffie denk ik, want het apparaat ligt in een la met andere incidentenapparatuur zoals een keukenmachine. Er staat een sodamaker en een waterkoker op het aanrecht, in de koelkast staan wijn en biersoorten en Crodino koud. Wie aan die tafels van haar komt borrelen of eten, kan uit van alles kiezen. In de vriezer staan bakjes met zelfgekookte eenpersoonsmaaltijden, een van die bakjes staat in de koelkast voor vanavond: gnocchi. Ze is geen grote eter.

In de werkkamer getuigt een kast van grote reislust. Ik had eerder op de tafel in de kamer al een stapel reisgidsen over Japan zien liggen; dat zal de volgende reis worden, denk ik. Op het bureau staan twee computerschermen, op het logeerbed liggen ordelijke stapels en rijtjes documenten die met haar werk te maken hebben. Ze werkt voor de overheid.

De andere kast wordt een bron van informatie over haar leven. Haar beide ouders zijn vrij recent kort na elkaar overleden. Er is een zus en er was een broer die in zijn twintiger jaren stierf en een gat sloeg in het leven van de achterblijvers. Genummerde fotoboeken vertellen over het familieleven van Arwina, een echtgenoot, (groot)ouders, vrienden, de geboorte van een tweeling, een derde kind, huiselijke taferelen, feestdagen, vakanties, de kleuren van kiekjes uit het eind van de vorige eeuw. In fotoboek nummer 14 verdwijnt de man die dertien en een half boek lang de echtgenoot en vader was en verschijnt er een ander op het toneel om zijn plaats in de vakantiekiekjes over te nemen. Ik blader een paar keer heen en weer om te controleren of ik het wel goed zie.

Verdrietig scharnierpunt

In twee dozen een plank lager zit het grote verdrietige scharnierpunt van haar leven opgeborgen. Een scheiding, een groot escalerend conflict rondom de kinderen, een breuk met hen en een stilte die jarenlang zal aanhouden. Er zijn rechtszaken, pleitnota’s, mails, brieven aan elkaar, brieven mede-ondertekend door nieuwe partners aan beide kanten, brieven van derden, beschuldigingen, ontkenningen, een noodkreet van de grootouders, tot aan de minister voor Jeugd en Gezin aan toe over (groot-)ouderverstoting.

Arwina raakte na de scheiding het contact met eerst een en dan twee van haar kinderen langdurig kwijt. Hoe de derde precies beweegt, wordt me niet helemaal duidelijk, van hem zijn elders in dit huis lieve briefjes te vinden, met deze jongste lijkt het een slag minder dramatisch te zijn verlopen, maar ik weet het niet zeker. Dit kind kreeg inmiddels ook zelf een kind en Arwina speelt een rol in dat jonge leven. Ook met haar beide andere kinderen, ruimschoots volwassen vrouwen, is er weer contact, maar hoe het eindigde en verderging en beter werd, hoelang het contact alweer hersteld is en hoe fragiel het is, weet ik niet.

Deze doos omspant een periode van een paar jaar, daarna vind ik niets, geen getuigen meer in de vorm van documentatie. Dagboeken die ik vind gaan over de beginjaren van haar gezin, als de kinderen baby’s zijn, als zij en hun vader de traditionele rollen ruilen: zij carrière, hij meer thuis. Als het nog goed is, of dat wat er mis is nog ondergronds en binnenskamers blijft. De breuk is niet geboekstaafd.

Invalideplaatsen

Met de man die haar als haar partner terzijde stond in het conflict met haar ex is ze getrouwd en ze zijn jaren later ook weer gescheiden. Nu is ze alleen. Ze grapt op het briefje aan mij met de woorden van een vriendin: mannen zijn als parkeerplaatsen, de goeie zijn altijd bezet en wat vrij is zijn de invalideplaatsen.

Ik begin de kunstwerken te bestuderen en ontdek dat een paar tekeningen van haar eigen hand zijn. In haar slaapkamer een bos, en misschien ook de drie kinderen op de bank. En hoewel niet gesigneerd, denk ik dat de tekening van een vrouw met een beertje naast haar bed ook van haar is en een zelfportret dat de tragedie samenvat: een moeder die haar kinderen niet kan vasthouden, maar zich moet behelpen met dit pluchen artefact.

Zo in haar huis rondhangend en alles bekijkend, lijkt ze me iemand die graag controle houdt, haar huis is netjes, haar klerenkast is netjes, haar boeken zijn niet stoffig, ze is intelligent en creatief en uiterst succesvol in haar werk. Ze heeft iets avontuurlijks – zowel uit haar reislust als uit de kunstverzameling blijkt dat. Ze heeft een ontwikkelde smaak, een eigen smaak, een leven waarin het lijkt dat ze de zaken goed op orde heeft. Dat laatste is iets dat ze heeft veroverd.

Ik bedoel niet haar zelfstandigheid, mijn indruk is dat dat een aangeboren eigenschap is. Maar het lijkt alsof ze na een rampzalig verlopen scheiding en het gestrande co-ouderschap ergens in alle jaren die erop volgden, hier in Rotterdam, in dit geweldige appartement waar ze pas een paar jaar woont, is thuisgekomen. Ik kijk naar het water, dat als een dichtregel van links naar rechts stroomt, en kan me voorstellen dat ze hier, nu, gelukkig is.

Ik liet mijn roman In het oog voor haar achter en stuurde haar Contrapposto van Dave Eggers vanwege de rol van kunst in deze roman, en ook Het Kleine Museum om met haar kleinkind te lezen: woordjes leren aan de hand van fragmenten uit de schilderkunst.

Iedere vier weken gaat Marijke Schermer op onderzoek uit in het huis van een vreemde.

Meer magazine
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next