Internationale rechtsorde
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
De gesprekken tussen Iran en de Verenigde Staten zaten al weken in een impasse. Zichtbaar contact, waaruit zou blijken dat beide landen aan een oplossing werken die tot heropening van de Straat van Hormuz en een eind aan de oorlogshandelingen zou kunnen leiden, was er niet. Tot afgelopen dinsdag. Kort na een wilde toespraak voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waarin Donald Trump nog maar eens dreigde Iran „te vernietigen”, spraken vertegenwoordigers van Iran en de VS elkaar in de wandelgangen van het VN-hoofdkwartier. Volgens diezelfde Trump zou het zelfs een „zeer productieve” bijeenkomst zijn geweest. Op dezelfde dag zat de Amerikaanse president, voor het eerst sinds zijn militairen in januari de president van Venezuela ontvoerden, tegenover de interim-leider van dat land, Delcy Rodriguez. Ook dat gesprek vond plaats in de marge van de VN-top in New York.
Beide ontmoetingen brengen de wereldvrede niet subiet binnen handbereik, maar ze tonen het nut van de organisatie waarin alle landen sinds 1945 evenveel recht van spreken hebben. In het ietwat vervallen hoofdkwartier aan de East River praten bondgenoten en gezworen vijanden dagelijks op min of meer gelijk niveau over kwesties van nationaal of supranationaal belang. Als zo’n plek nog niet bestond, dan zou je ‘m moeten uitvinden.
Dat zelfs Trump de jaarlijkse week met staatshoofden en regeringsleiders als podium niet links laat liggen, en zijn land nog niet uit de VN heeft teruggetrokken, is op zich bemoedigend. Maar het is voor een groot deel op zíjn conto te schrijven dat de organisatie er nu zo beroerd voor staat. Niet alleen omdat de VS hun bijdrage aan VN-instellingen tot een voor een wereldmacht beschamend minimum hebben teruggebracht. Ook en vooral omdat in de geopolitieke visie van de huidige Amerikaanse president nog louter het recht van de sterkste geldt.
Dat is nog het best te zien in de afperscampagne die de Amerikanen begonnen zijn richting leden van het Internationaal Strafhof (ICC). Dat hof, gelieerd aan de VN, vervolgt mensen voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden. De VS zijn geen lid maar opeenvolgende presidenten zien het hof al vanaf de totstandkoming, in 2002, als bedreiging voor Amerikaanse staatsburgers. Het is president Trump die, na aanklachten tegen Israëlische politici, in zijn tweede termijn vol de aanval heeft geopend.
Begin juli liet Trumps minister van Buitenlandse Zaken, Marco Rubio, in een hallucinante video weten het Strafhof „steen voor steen” te willen afbreken. Hij zou „alle diplomatieke middelen” inzetten om dat voor elkaar te krijgen: landen die nog zaken wilden doen met de VS, konden het hof maar beter snel de rug toe keren, zei hij. Venezuela en Tsjaad waren er snel bij om aan die opdracht te gehoorzamen.
In zijn VN-toespraak riep ook Trump de 125 leden van het ICC weer op om zich terug te trekken. Het ICC is volgens hem „out-of-control” en een „schurkeninstituut”. Met nieuwe, concrete dwangmiddelen kwam hij, anders dan verwacht, gelukkig niet. Maar sancties waren er natuurlijk al. De Amerikaanse regering legt sinds vorig jaar beperkingen op tegen een gericht maar groeiend aantal Strafhof-medewerkers.
Wat dat betekent, werd goed duidelijk in het recente NRC-interview met de Canadese ICC-rechter Kimberly Prost. Haar Amerikaanse bankrekening werd bevroren, haar creditcards werden geblokkeerd en accounts van Amerikaanse digitale diensten als Uber, Amazon of Google hielden er per ommegaande mee op.
Erger nog: ook Europese bedrijven conformeerden zich aan sancties waar ze op papier weinig mee te stellen hebben. Een Franse zorgverzekeraar betaalde haar dokterskosten niet meer. Een overboeking van Nederland naar het Verenigd Koninkrijk kwam nooit aan. Dat is niet alleen een praktisch probleem voor Prost als individu, maar vooral ook een nieuwe waarschuwing dat het streven naar strategische autonomie in Europa geen bijzaak is. Dat zij, zoals ze zegt, op dezelfde lijst terecht is gekomen „als de misdadigers tegen wie je optreedt”, is een absolute schande.
Dat moet Nederland zich aantrekken. Nederland is gastland van het Strafhof en heeft in de Grondwet staan dat de internationale rechtsorde bevorderd dient te worden. Het is daarom te prijzen dat minister Berendsen (Buitenlandse Zaken, CDA) in New York heeft gezegd dat Nederland, ten langen leste, overweegt de Europese Commissie te vragen het zogenoemde blocking statute in te zetten. Dit kan Europese bedrijven verbieden om mee te werken aan Amerikaanse sancties, zoals eerder bijvoorbeeld gebeurde bij sancties tegen Cuba en Iran. Terecht noemt Berendsen het „een paardenmiddel”. De Commissie spreekt op haar beurt van een „nucleaire optie” waarvoor nog geen formeel verzoek is binnengekomen.
De kans op verdere escalatie van het conflict is groot: de Amerikanen kunnen Europese bedrijven beboeten of van hun markt uitsluiten. Het is goed dat te beseffen, maar het is de prijs van principes en gedeelde Europese waarden die je bereid moet zijn te betalen. Nederland kan met ‘stad van vrede en recht’ Den Haag niet alleen pronken in goede tijden en moet nu bereid zijn door te zetten. De Verenigde Naties en het Internationaal Strafhof zijn onvervangbaar. Het is nu nog niet te laat om pal te staan voor multilateralisme en internationaal recht.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie