Home

‘Denken we wel na over de agent die undercover werkt?’

De politie werkt soms undercover. Strafrechtjurist Sophie Naber onderzocht hoe de praktijk zich verhoudt tot het Europees recht. Het kan „drijfzand worden”.

Haar fascinatie begon met het dossier van de ‘shreddermoord’. Een advocaat vroeg strafrechtdocent Sophie Naber of ze kon meekijken. Het slachtoffer was in 2002 doodgeschoten. Zijn lichaam was in beton gegoten en verborgen op een industrieterrein. Later zou het zijn opgegraven en met behulp van een gehuurde shredder vermalen zodat niemand het ooit nog kon terugvinden.

„Daar heb ik hem door zijn kop geknald”, bekende de werkloze Ad K. aan twee undercoveragenten, en hij ging „in de shredder”. K. was het duo tijdens een kunstbeurs met zijn vriendin tegen het lijf gelopen en ze waren goede vrienden geworden. Wat de verdachte ervoer als een vertrouwelijk gesprek, maakte in werkelijkheid deel uit van een door de Amsterdamse politie en het Openbaar Ministerie geregisseerde ‘befriending-operatie’ die er zestien maanden lang op was gericht een vastgelopen moordonderzoek op te lossen.

De infiltratie was geïnspireerd op de uit Canada overgewaaide ‘Mr. Big-methode’. Agenten spinnen een web van list en bedrog en werken, zoals dat in justitietermen heet, onder dekmantel. Tegenover Ad K. deden de agenten zich voor als criminelen die handelden in vals geld. De twee stelden hem 125.000 euro in het vooruitzicht om zijn gedroomde krokettenrestaurant te beginnen op voorwaarde dat hij open kaart zou spelen over zijn verleden. De methode is onder meer omstreden omdat zo’n onderzoek regelmatig leidt tot valse bekentenissen.

Sophie Naber spitte het dossier door en vroeg zich af hoe zo’n ingrijpende undercoveroperatie integer en beheersbaar kan blijven. „Ik dacht: wat gebeurt hier allemaal? De powerpoint over de kroketterie ontbrak. Welke toezeggingen hadden de agenten precies gedaan? Hoe nauwgezet wordt gerapporteerd als zij twee dagen later op basis van steekwoorden een verslag maken? En hoe kan de rechter achteraf vaststellen dat de bekentenis van de verslaafde verdachte waarachtig is en geen doorgesnoven dronkemanspraat?”

Recht op een eerlijk proces

De vragen legden de basis voor het proefschrift Schijn bedriegt. Begeleid door de hoogleraren Göran Sluiter en Denis Abels onderzoekt de strafrechtjurist hoe undercoverbevoegdheden zich verhouden tot het recht op een eerlijk proces en het recht van een verdachte op een privéleven zoals vastgelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Ze gaat op 2 oktober bij de Open Universiteit in Heerlen promoveren.

Vijfeneenhalf jaar heeft Naber zich in de heimelijke opsporing ondergedompeld. Ze spelde de Nederlandse en Europese rechterlijke uitspraken, analyseerde rapporten en beleidsevaluaties, en voerde gesprekken met zo’n veertig „betrokkenen met hun poten in de klei”. Rechter-commissarissen, undercoveragenten, officieren van justitie, advocaten, rechters, verdachten, veroordeelden.

De Nederlandse undercoverpraktijk ontrafel je niet achter je bureau, zegt Sophie Naber: „Je moet de straat op, de rechtszaal in, de politievloer op, ervaringsdeskundigen spreken, horen en zien. Dat heb ik van mijn vader geleerd en geef ik ook studenten mee door samen strafzittingen te bezoeken.” Haar vader was onderzoeksjournalist voordat hij mediaondernemer werd en docent op de School voor Journalistiek. Hij infiltreerde voor Panorama in criminele bendes. „Hij zoog alles op, stelde zich kwetsbaar op, identificeerde zich met zijn onderwerp.” Maar er was een keerzijde: „Hij kon zich erin verliezen.” Haar vader werd ontvoerd en bedreigd. Tot schrik van het gezin: moeder, Sophie, twee broers,twee zussen: „We waren niet altijd veilig thuis.”

Criminele burgerinfiltranten

De eerste undercoveragent was, volgens de overlevering, een politiecommissaris uit Zuid-Holland. Hij heeft zijn uniform voor burgerkleding verwisseld als hij in 1846 het vertrouwen wint van een bende valsemunters en ze zonder pardon kan inrekenen. Met de komst van georganiseerde internationale drugshandel nemen de undercoveroperaties een vlucht. Er kwamen, met de Amerikaanse DEA, langdurige politie-infiltraties, pseudokoopteams, criminele burgerinfiltranten. Totdat begin jaren negentig het Interregionaal Rechercheteam (IRT) Noord-Holland/Utrecht uit de bocht vliegt met „een wildgroei aan opsporingsmethodes zonder wettelijke grondslag”. Een parlementaire-enquêtecommissie sprak van „een crisis in de opsporing”.

Sinds begin deze eeuw is dit undercoverwerk alleen nog onder strikte voorschriften toegestaan. Zo mag een verdachte onder ‘enige druk’ worden gezet maar moet hij zijn verklaring in vrijheid hebben afgelegd. Daarnaast moeten politie-infiltranten achteraf kunnen verantwoorden hoe ze hun ‘subject’ om de tuin hebben geleid en in welke context de bekentenis tot stand kwam.

Op papier, concludeert Naber, hebben we de undercoveroperaties juridisch en wetenschappelijk in Nederland „best goed op orde, zeker als er geluids- en video-opnames beschikbaar zijn. Maar dat geldt niet voor de undercoverpraktijk. Dat kan drijfzand worden. Succes valt of staat met de individuele kwaliteit van betrokkenen bij de opsporingsoperatie. Een agent die tijdig aan de bel trekt als hij zichzelf niet langer in de spiegel kan aankijken. Een zaaksofficier die durft te zeggen: nu trek ik de stekker uit het onderzoek. Ook al lijdt hij daardoor gezichtsverlies.”

Ze wijst op een zelfdoding van een rechercheur die werkte op de landelijke undercoverafdeling. Infiltrant A-4265 woonde naast de verdachte en had een band opgebouwd, ook met diens kinderen en vrouw. Hij werd verliefd, terwijl hij thuis ook een vrouw had. Sophie Naber: „Hij raakte zichzelf en zijn identiteit kwijt. Hij trok aan de bel, bij collega’s, bij de leiding. Maar hij werd niet serieus genomen. Denken we voldoende na over de positie en bescherming van vrouwen en mannen die de operatie moeten uitvoeren? Praten zij genoeg over hun rol van kameleon?

De begeleiding schoot tekort, concludeerden verschillende rapporten, en er was te weinig oog voor het mentaal welzijn, integriteit en ethiek. Het team werd opgeheven en de ondersteuning werd uitgebreid naar drie begeleiders. Maar dat was „voor de bühne”, zegt Naber. „Hun aantal werd teruggeschroefd. In de praktijk hebben infiltranten nu één of twee begeleiders.” Begeleiders die soms ervaring missen. Vraagt een pas afgestudeerde psychologiestudent aan een undercoveragent of-ie zich veilig voelt. „Terwijl die met een web van leugens en bedrog zijn leven op het spel zet en als de dood is tijdens de operatie ontdekt te worden.”

Bij undercoveroperaties, doceert Sophie Naber, staan deelnemers soms onder zo’n druk dat juridische en ethische uitgangspunten als eerlijk en integer zijn naar de achtergrond verdwijnen. Situaties met gevaar voor eigen leven, voor het leven van onschuldige burgers.

Ze sprak hierover met Luke William Hunt, filosoof en voormalig special agent bij de FBI. Hij zegt: we kunnen het in onze ivoren torens nog zo mooi uitdenken maar de undercoveragent moet in een split second beslissen. Durf je te liegen? Neem je samen met de verdachte drugs? Zoen je iemand terwijl je thuis een vrouw hebt? De promovenda: „Je belandt in een gespleten situatie. De eigen veiligheid dwingt een undercoveragent tot handelen dat anders als onrechtmatig of niet integer zou worden beschouwd, terwijl hij tegelijkertijd gebonden is aan strikte juridische kaders, ethische normen en transparantie.”

Voetbalvrouw die promoveert

Vastbijten, doorgaan en niet meer loslaten is ook de dochter van de ontvoerde vader niet vreemd. Ze werd op haar twintigste geopereerd aan een hartafwijking. Nadat ze was uitgeloot voor een medicijnenstudie ging ze verpleegkunde studeren en aan de slag in het bedrijf van haar vader. Totdat ze haar echtgenoot tegenkwam. Profvoetballer Marko Vejinović, ze hadden op dezelfde middelbare school gezeten. Behalve werken en studeren ging ze nu ook met hem mee van club naar club.

Sophie Naber werd voetbalvrouw. „Enerverend en inspirerend. In het profvoetbal ben je als vrouw een asset om je man stabiel te houden: neem kinderen, zorg voor een steady thuisfront dan kan hij de tunnel in en zich concentreren op prestaties. Tegelijkertijd wilde hij dat ik mijn droom bleef najagen. Ik was rechten gaan studeren, we verhuisden van Nijmegen naar Rotterdam, en dankzij een brief van Feyenoordvoorzitter Eric Gudde kon ik me tussentijds nog inschrijven aan de Erasmus Universiteit. En nu ben ik de eerste voetbalvrouw die promoveert, haha!”

Gevraagd naar adviezen voor een bestendiger undercoverpraktijk dringt de promovenda aan op meer dialoog tussen infiltratieagenten onderling en met het Openbaar Ministerie. Ook pleit ze voor verplichte verslaglegging op geluidsband of video tenzij er sprake is van een noodsituatie. „Een wettelijk vereiste kan politie-infiltranten meer ruggensteun geven en stelt de rechter beter in staat achteraf te controleren en een oordeel te vormen.”

Dat opnemen gebeurde ook bij de inzet van de criminele infiltrant: boeven vangen met boeven. Na de IRT-enquête werd dit verboden maar in 2013 door minister Opstelten opnieuw toegestaan als het onmogelijk is op een andere manier een criminele organisatie pootje te lichten. In de zaak-Vidar hielp zo’n mol succesvol met het oprollen van een internationaal drugsnetwerk van motorclubs.

Tegelijkertijd hoopt Naber wel dat er „voor zo’n paardenmiddel strenge waarborgen in de wet worden opgenomen”. Maar de minister heeft toch zijn handtekening gezet onder de inzet van een criminele burgerinfiltrant? Naber: „Hij is verantwoordelijk, ja. Maar dat is geen waarborg. Hij heeft geen invloed.”

En de shreddermoord, liet de rechter misleiding toe? De zaak ligt nu voor bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De Hoge Raad hield de veroordeling van zestien jaar cel voor Ad K. in stand. Of het Europees Hof daarin meegaat, betwijfelt ze. „Zo’n langdurige misleidingsoperatie opzetten rond een verslaafde verdachte: ik vraag me af of het EHRM vindt dat er voldoende wettelijke basis is voor zulk diep ingrijpen in een privéleven.”

Wie is Sophie Naber?

1989, opgegroeid in Schermerhorn, Noord-Holland.

Wielrennen en hardlopen, „ik ben een nerd, ik sport om mijn hoofd even uit te zetten”.

Boekenplankhuisjes maken: „Het is heerlijk ontspannend om met mijn handen te werken en iets te bouwen.”

De wetenschap blijven combineren met de praktijk. „Ik houd van lesgeven en heb een hoop energie over te brengen. Maar als de kinderen groter zijn sluit ik een stap naar de rechterlijke macht of de opsporing niet uit. Die nieuwe specialistische rechter-commissaris lijkt me een pracht van een uitdaging.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Politie, recht en criminaliteit

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next