Het kabinet wil met het Actieplan Versnelling Woningbouw de woningnood aanpakken door meer en sneller te bouwen. Maar om de woningmarkt weer in beweging te krijgen is het volgens experts vooral nodig om meer middenhuurwoningen te bouwen.
Vooral het aanbod in de middenhuur staat onder druk. Daardoor dreigt een belangrijke schakel tussen sociale huur en de vrije sector weg te vallen. Mensen die te veel verdienen voor sociale huur, maar te weinig voor een koopwoning of dure huur in de vrije sector, kunnen daardoor steeds moeilijker een passende woning vinden.
Woonminister Elanor Boekholt-O'Sullivan wil de woningbouw versnellen. Begin deze week presenteerde zij het Actieplan Versnelling Woningbouw. Het doel is meer, sneller en beter te bouwen, al gaat het volgens experts niet simpelweg om méér woningen, maar juist ook om woningen in het segment dat nu onder druk staat. Zij stellen dat er meer middenhuurwoningen nodig zijn om de doorstroming weer op gang te brengen.
Dat blijkt ook uit cijfers van de NVM. In het tweede kwartaal van 2026 werden voor het eerst meer nieuwbouwwoningen verhuurd in de middenhuur dan in de vrije sector, terwijl een analyse van Vastgoed Belang juist laat zien dat er sinds de Wet betaalbare huur al 76.000 middenhuurwoningen van de huurmarkt zijn verdwenen.
In het actieplan staat weliswaar dat de bouw van middenhuurwoningen aantrekkelijker moet worden. Maar Jasper de Groot, oprichter van Pararius en Huurwoningen.nl, denkt niet dat het genoeg zal zijn.
Zo komt er 500 miljoen euro voor 'objectsubsidies' voor middenhuurwoningen. Die moeten particuliere ontwikkelaars helpen het onrendabele deel van de bouw te betalen. Verder wil het kabinet woningcorporaties meer ruimte geven om te investeren in middenhuur. Ook wil het kabinet het investeringsklimaat voor particuliere en institutionele investeerders verbeteren.
"Het wordt tijd dat het kabinet naar het grotere plaatje kijkt. Veel middenhuurwoningen zijn de afgelopen jaren naar de koopmarkt verdwenen. Het kabinet neemt met dit actieplan nu maatregelen die eerdere maatregelen deels terugdraaien", vindt De Groot. Volgens hem blijft het beleid zo heen en weer bewegen, terwijl juist een langetermijnvisie op de woningmarkt nodig is.
Om de markt weer in beweging te krijgen, moet de nadruk wat hem betreft minder liggen op betaalbaar bouwen en juist meer op woningen boven de sociale huurgrens en woningen in de vrije sector. "Juist omdat de markt in Nederland al grotendeels is gereguleerd", zegt De Groot.
Volgens De Groot stokt de doorstroming onder meer doordat veel mensen in hun sociale huurwoning blijven, ook als hun inkomen inmiddels hoger is. Volgens hem wonen ongeveer 550.000 mensen in een sociale huurwoning terwijl ze te veel verdienen. "Terwijl de overheid maar blijft beweren dat meer geld pompen in de sociale woningbouw de oplossing is."
Het is een logische gedachte: de wachtlijsten zijn lang, dus er zijn meer betaalbare woningen nodig. "Laat dat los, bouw wat je wil bouwen en zet juist in op het ontwikkelen van duurdere woningen." Op die manier kun je de hele keten op gang brengen, denkt De Groot, in plaats van iemand weer 'op te sluiten' in de sociale huur.
Dat is precies waar economen al heel lang voor waarschuwen, zegt Hans Koster, hoogleraar stedelijke economie en vastgoed aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. In plaats van het probleem echt aan te pakken lijkt het erop dat het kabinet liever de kop in het zand steekt.
Ook Koster ziet dat de focus op sociale huur een averechts effect heeft. "Het is niet alleen dat mensen vastzitten in een sociale huurwoning omdat ze niet kunnen doorstromen, het ontbreekt ze ook aan iedere prikkel." Met andere woorden: als jij het geluk hebt gehad een fijne, betaalbare woning te vinden in de stad van jouw keuze, zal je niet zo snel verhuizen.
Trek de huren meer gelijk, zegt Koster dan ook. Het verschil tussen sociale huur en huur in de vrije sector is volgens hem nu enorm. "Dat is nodig om mensen de prijsprikkel te geven in de woning te wonen die ze daadwerkelijk willen." Huurtoeslag kan dat corrigeren voor mensen die hun sociale huurwoning daardoor niet kunnen betalen.
Het huidige systeem zorgt er volgens hem nu te vaak voor dat woningen uit de middenhuur verdwijnen. Daarom pleiten beide experts voor modernisering van het woningwaarderingsstelsel. "Dat stamt uit 1979 en meet bijvoorbeeld dingen als hoe lang het aanrechtblad is. Terwijl de locatie, via de WOZ-waarde, door een maximale grens nauwelijks meetelt", zegt De Groot.
Daardoor scoort een woning in Amsterdam vrijwel evenveel punten als een woning in een klein dorp. "Om die reden vallen heel veel woningen niet meer in de vrije sector, waar de druk op de woningmarkt het grootst is. Het waarderingsstelsel moet daarom op de schop. De volledige WOZ-waarde moet daarbij de grondslag zijn, zonder de huidige begrenzing."
Source: Nu.nl economisch