is de ombudsvrouw van de Volkskrant.
Plichtmatige zinnetjes zijn voor niemand leuk, niet voor lezers én niet voor degenen die ze schrijven. De hartenkreet die deze week in mijn inbox verscheen, resoneert dan ook bij veel verslaggevers.
‘Stop ermee a.u.b.!’, schreef een lezer over een toevoeging die geregeld opduikt in reportages, namelijk dat de mensen die worden geciteerd ‘niet met hun achternaam in de krant willen’. Steen des aanstoots was een verhaal over de film over Charles de Gaulle, waarvoor een mediaverslaggever in een Parijse bioscoop sprak met bezoekers. Het had overigens ook een andere reportage kunnen zijn, want elke week komt het zinnetje meerdere keren voorbij.
‘In één stuk lees ik dat Aurore, Perrine en ook nog eens Justine niet met hun achternaam in de krant willen’, aldus de man. ‘Allereerst boeien hun achternamen me niet, maar het begint me langzamerhand zo te irriteren dat ik het artikel bijna weiger verder te lezen.’
Begin augustus werd een lezersbrief gepubliceerd met dezelfde strekking. ‘De toevoeging leidt af’, schreef een man. ‘Terwijl het voor het onderwerp totaal niet boeiend is of Monique De Boer of misschien wel Poepjes heet.’
Voor het onderwerp misschien niet, maar wel voor een wezenlijk journalistiek principe: controleerbaarheid. Lezers moeten erop kunnen vertrouwen dat de mensen die de krant citeert daadwerkelijk bestaan. Voor- én achternaam zijn daarvoor een belangrijk bewijs, evenals een foto.
Nu schrijf ik dit wel heel makkelijk op. Als verslaggever op reportage vreesde ik altijd het moment dat ik, na driftig meegeschreven te hebben met iemands verhaal, de voor- en achternaam moest vragen. ‘Die hoeven niet in de krant’, luidde het antwoord vaak. Een andere optie is om meteen naar de naam te vragen, voordat het gesprek begint. Alleen hebben geïnterviewden dan het gevoel dat ze zojuist een verhoorkamer van de politie zijn binnengeduwd – geen goede basis voor een gesprek.
Het vraagt niet veel inlevingsvermogen om te begrijpen waarom mensen niet met hun volledige naam in de krant willen. Je loopt een bioscoopzaal uit, botst tegen een verslaggever op en bent de rest van je leven online vindbaar met je citaat over De Gaulle, een uitspraak waarover je niet lang hebt nagedacht en die jou niet definieert. Toch zullen nieuwe werkgevers en andere geïnteresseerden de quote altijd tegenkomen, als ze je googlen. Dit speelt, kortom, veel meer dan twintig jaar geleden.
In dit spanningsveld tussen controleerbaarheid en privacy zit u, de lezer, die zich in artikelen langs plichtmatige zinnetjes worstelt. Verslaggevers moeten transparant zijn over de weigering van hun gesprekspartners. Alleen komt het inmiddels zo vaak voor dat de irritatie bij lezers begrijpelijk is.
In de afgelopen twee maanden telde ik 35 mensen die niet met hun volledige naam in de krant wilden. Nog eens 18 mensen werden opgevoerd met een gefingeerde naam, al moet daarbij wel worden opgemerkt dat het aantal zo hoog is vanwege een groot verhaal over drugsgebruik onder jongvolwassenen.
Achter de plichtmatige melding dat iemand niet met een volledige naam in de krant wil, schuilt een fundamentele kwestie: hoe journalistieke principes die er niet voor niets zijn, botsen op de realiteit van het digitale tijdperk.
Daarom wil ik er in twee afleveringen bij stilstaan: deze week al wat ervaringen van de buitenlandcorrespondenten. Vanwege cultuurverschillen en om veiligheidsredenen zijn die soms anders dan die van de binnenlandverslaggevers. Volgende week de dilemma’s bij de lichtere reportages, veelal in Nederland maar soms ook daarbuiten, en hoe er wellicht (cliffhanger!) een werkbare vorm te vinden is.
‘Ik hoop niet dat ik de indruk wek dat ik maar wat doe’, schrijft een correspondent in een mail waarin hij zeer consciëntieus uitlegt welke afwegingen hij in verschillende situaties maakt. Correspondenten reageerden in groten getale op mijn vraag en namen de tijd om te reflecteren op hun werkwijze. Ze worstelen ermee, omdat de regels van de Volkskrant streng zijn en niet meer altijd aansluiten op de praktijk.
Anonimiteit, zo staat in het protocol, mag alleen bij uitzondering. Als iemand over hoogstpersoonlijke ervaringen vertelt, gevaar loopt of grote hinder of schade kan ondervinden door een publicatie. Bronnen moeten in de krant uitleggen waarom zij hun naam niet willen geven: ‘Een algemeen beroep op privacy is daarbij onvoldoende’. Prijzenswaardige beginselen, maar werp een blik op de krant en je ziet dat het kennelijk lastig is om ze na te leven.
Iedereen is het er over eens dat een volledige naam altijd het streven moet zijn. Correspondenten geven aan dat ze vaak doorzoeken tot ze mensen gevonden hebben die wel met hun achternaam in de krant willen. Dat betekent soms dat ze interessante citaten moeten weggooien van mensen die hun achternaam weigeren te geven. Verder zoeken kan niet altijd: de mediaverslaggever wilde in de Parijse bioscoop juist jongeren spreken over De Gaulle, en die waren er niet veel.
Overigens doen geïnterviewden in sommige landen of gebieden helemaal niet moeilijk. ‘Mensen in Zuidoost-Azië zijn juist vereerd dat een buitenlandse journalist belangstelling toont voor hun leven en hun mening’, laat de correspondent weten. ‘Een beetje zoals toen ik dertig jaar geleden begon als verslaggever in Nederland. Alleen word ik nu ook uitgenodigd voor het avondeten.’
‘In Ter Apel of Damascus is het lastiger dan in een dorp in Zuid-Soedan’, zegt de correspondent Afrika, die eerder ook werkte in Nederland en het Midden-Oosten.
Het is evident dat anonimiteit in reportages vanuit landen met repressieve regimes, minder vrijheid of een instabiele politieke situatie vaker voorkomt. Dat staat de richtlijn van de krant ook toe. ‘In Hongarije ben ik vaak begripvol geweest’, vertelt de correspondent Oost-Europa. ‘Onder Orbán konden mensen al in de problemen komen met een like voor het verkeerde Facebookbericht.’
Chinezen willen vrijwel nooit met hun volledige naam in de krant, zegt de correspondent daar. ‘Vaak gebruik ik alleen de achternaam: meestal zijn er miljoenen mensen met dezelfde achternaam, daarmee ben je nog steeds anoniem.’ Voor de zekerheid neemt ze al haar interviews op. ‘Daarmee kan ik, mocht dat ooit nodig zijn, aantonen dat ik mensen echt heb gesproken.’
De correspondent in het Verenigd Koninkrijk voert gesprekspartners soms met hun voornaam op, ‘maar alleen als er een fotograaf bij is, als een soort getuige’.
De mediaverslaggever die de vrouwen in de Parijse bioscoop sprak over de film van De Gaulle, liet hen zelf hun volledige naam opschrijven in zijn notitieboekje. Een foto ervan stuurde hij tijdens het schrijven al naar zijn chef. ‘Om te laten zien dat ik ze echt heb gesproken.’
Verslaggevers zoeken, kortom, zelfstandig naar manieren om controleerbaar te zijn. Hierop ga ik volgende week door.
Ombudsvrouw Loes Reijmer behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de journalistiek van de Volkskrant. U kunt haar per mail bereiken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant