Home

Als ze een minister kunnen laten bungelen, stromen parlementariërs plots over van respect voor de Rekenkamer

is podcastpresentator en columnist voor de Volkskrant.

Caroline van der Plas is doorgaans geen vriendin van hoge colleges van staat, rijksinstituten voor dit of dat, raden van state, centrale planbureaus en algemene rekenkamers, want die lui verzieken elk gratisbierfeestje. Ze ‘gaan uitrekenen wat het allemaal kost’. Ze zeggen dat stikstofuitstoot bestaat en maken daar een model van dat nooit eens leuk uitvalt. Ze rekenen voor dat je ziek kunt worden van de intensieve geitenhouderij, terwijl Van der Plas weleens een geit heeft geknuffeld en nog nooit heeft hoeven hoesten, dus wat klets je nou. Ze hangen aan elkaar van ‘allemaal D66-rechters en politieke benoemingen’, al bleek er bij nadere beschouwing amper een D66’er aan te pas te komen en worden kandidaten gewoon geworven via een advertentie in de Staatscourant.

Des te hartverwarmender was het om donderdagavond te zien hoe Van der Plas het spreekgestoelte van de Tweede Kamer besteeg, de zwaarte van het moment op zich liet inwerken en zei: ‘Voorzitter. Het was niet Pipo de Clown die zei dat de minister de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd, maar de Algemene Rekenkamer. Dat is een van de hoogste colleges die we hebben. De Algemene Rekenkamer!’

Vreugdetranen aan de Lange Vijverberg. Iemand ging gelijk een lijstje zoeken om de warme woorden in te doen. Doorgaans zitten de mensen van de Rekenkamer daar op kantoor dingen op te tellen en af te trekken en hoofdschuddend ‘Defensie’ en ‘Alweer?’ tegen elkaar te zeggen, maar nu waren ze even de held in hun eigen drama.

Slachtoffer van een minister van Justitie die dacht dat hij een onwelgevallig rapport (strekking: de minister die van de partij is die kiezers lokte met de slogan ‘Meeleven met slachtoffers, niet met daders’ laat slachtoffers stikken en is soft on crime) wel eventjes kon verdraaien in zijn voordeel. Misschien dacht de minister dat het kon, want iederéén jokt – soms met hulp van AI. Met de aanbevelingen van de Rekenkamer worden bovendien al jaren lades gevuld en kachels aangemaakt. En wie hecht überhaupt nog aan dit soort bevindingen sinds het geloof heeft postgevat dat onderzoek ook maar een mening is?

De hele godganse Tweede Kamer, zo bleek donderdagavond. Als ze een minister kunnen laten bungelen, stromen parlementariërs plots over van respect voor de Rekenkamer. Van links tot rechts-extremistisch. Eminent instituut, ernstige conclusies, geen twijfel mogelijk, schandalig dat de minister daaraan heeft zitten tornen, walgelijk dat hij ordinair ruzie heeft zitten maken.

Deze affaire leert dat terugduwen helpt. De onderzoeks-, controle- en adviesinstituten die de overheid moeten helpen eerlijk, rechtstatelijk, effectief, doelmatig en goed geïnformeerd te opereren, worden aan de lopende band ondermijnd door de mensen voor wie ze werken. Hun bevindingen worden in twijfel getrokken, hun adviezen genegeerd, hun medewerkers verdacht gemaakt. Parlementariërs doen eraan mee, ministers, politici van allerlei snit.

Soms zeggen de aangevallen instituten er zachtjes iets van, soms huilen ze stilletjes uit bij elkaar. Maar niet de Rekenkamer. Die zei ‘Wil je jokken? Doe het en je zal zien’ tegen de minister. De strijd werd in het volle licht uitgevochten, met een brief waarin de Rekenkamer uitspelt dat de Kamer is voorgejokt, met mediaoptredens, met afgehakte paardenhoofden onder de dekens, met 10-0 voor de Rekenkamer.

Nu verwachtingsvol uitkijken naar het volgende Rekenkamerrapport inzake de intensieve veehouderij en de dolenthousiaste reactie over ‘een van de hoogste colleges die we hebben!’ van Caroline van der Plas en haar medepopulisten.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next