De druk van president Donald Trump doet de populariteit van het Internationaal Strafhof in Den Haag wereldwijd weinig goed. De laatste jaren erkenden amper nieuwe lidstaten de rechtbank. Twee landen trokken zich al terug, waarschijnlijk volgen er binnenkort nog vijf.
is datajournalist van de Volkskrant. Hij analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.
Trump riep dinsdag landen op om hun lidmaatschap bij het Internationaal Strafhof (ICC) op te zeggen. Volgens de Amerikaanse regering heeft dit hof het vooral op de Verenigde Staten voorzien, al lopen er geen onderzoeken tegen Amerikanen. Nu al probeert Trump met harde sancties verschillende medewerkers van het ICC het werk onmogelijk te maken.
Op dit moment is bijna twee derde van alle landen ter wereld aangesloten bij het ICC. De meeste ratificeerden hun lidmaatschap in het eerste decennium na oprichting van het hof (van 1998 tot 2008). In de tien jaar daarna kwamen daar nog zestien landen bij. Sinds 2018 verwelkomde het ICC enkel nog het eiland Kiribati, Armenië en Oekraïne.
De Amerikaanse oproep om het ICC de rug toe te keren, heeft nu al effect. Tot dusver trokken alleen Burundi (in 2017) en de Filipijnen (in 2019) zich terug uit het Statuut van Rome, het internationale verdrag dat de juridische basis vormt voor het ICC. Deze zomer kondigden ook Burkina Faso, Mali en Niger, Tsjaad en Venezuela hun vertrek aan. Bij Tsjaad staat vast dat de Amerikaanse druk een rol speelde. De terugtrekkingsprocedure duurt een jaar.
De laatste jaren heeft het ICC, bedoeld voor ernstige misdrijven als genocide of oorlogsmisdaden, relatief weinig nieuwe zaken geopend. De laatste zaken werden in 2025 geopend, gericht tegen de Filipijnse oud-president Rodrigo Duterte en een Libische militieleider. Woensdag veroordeelde het hof Mahamat Said Abdel Kani, een voormalige rebellenleider uit de Centraal-Afrikaanse Republiek, tegen wie in 2019 een zaak was gestart.
Voor zijn werkzaamheden beschikt het ICC over een budget van bijna 200 miljoen euro per jaar. De lidstaten brengen dit bedrag grotendeels zelf bijeen. Grote economieën, zoals Japan, Duitsland en Frankrijk, dragen relatief de meeste contributie af. Onder meer Argentinië, Brazilië en Venezuela hebben miljoenen euro’s aan achterstallige betalingen.
Source: Volkskrant