De Vlaamse hoogleraar psychologie Bram Vervliet stoort zich aan collega’s die menen dat onze overvloedige, gehaaste samenleving ons ongelukkig maakt. ‘Pessimistisch naar de wereld kijken, dát maakt angstig.’
is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft over de geestelijke gezondheidszorg en psyche, brein en gedrag.
We zijn het lijden verleerd. We moeten altijd maar stralen, marathons rennen, promoties binnenslepen, literatuur lezen, een meeslepend liefdesverhaal beleven en ons omringen met andere geslaagde mensen. En in onze gehaaste, hyperindividualistische samenleving vergeten we stil te staan bij waar het echt om gaat: onze onderlinge verbondenheid.
Dat is, in een notendop, de boodschap van bekende psychiaters en psychologen als Damiaan Denys, Dirk De Wachter en Paul Verhaeghe. In boeken en theatertours stellen zij dat onze individualistische, op prestaties en uiterlijk vertoon gerichte samenleving ons diepongelukkig maakt.
Het klopt alleen niet, zegt Bram Vervliet. De in angst gespecialiseerde hoogleraar aan de KU Leuven stoort zich aan het doemdenken dat er volgens hem aan ten grondslag ligt. Hij schreef een boek, Waarom we bang zijn (2021), waarin hij pleit voor een optimistische blik op onze samenleving.
Onze samenleving maakt ons ziek, zeggen sommige collega’s van u. Waarom staat die boodschap u zo tegen?
‘Zomaar roepen dat mentale stoornissen welvaartsziekten zijn, dat gaat mij veel te kort door de bocht. Welvaart, bestaanszekerheid en een samenleving waarin je grip hebt op je leven: al die zaken zijn juist heel bevorderlijk voor mentaal welzijn.
‘Onderzoek toont telkens aan dat mentale stoornissen veel vaker voorkomen bij mensen die in armoede leven. Dat zie je in Nederland, in België, in India, ongeacht of de cultuur collectivistisch of individualistisch is. Dat geeft voor mij aan dat welvaart niet het probleem is.’
In uw boek geeft u als voorbeeld de verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië. In het armere Wallonië komen angst en depressie dubbel zo vaak voor.
‘Die grote verschillen zie je overal ter wereld terug. Armoede is een belangrijke risicofactor voor mentale problemen. Dat heeft te maken met chronische stress. Mensen uit de hogere en middenklasse kunnen zich vaak niet inbeelden wat het betekent als je amper genoeg geld hebt voor boodschappen; als je constant de dreiging voelt je huis te verliezen.
‘Arme mensen zijn de meest gestreste mensen. Je slaapt slechter, wat de kansen op psychische problemen weer verhoogt. Je voeding is minder goed, en de kans is groter dat je in een buurt woont met meer criminaliteit en dus meer kans op een trauma.’
Neemt niet weg dat het nog steeds waar kan zijn dat we het lijden verleerd zijn, minder bestand tegen tegenslag.
‘Die boodschap stoort me omdat in Vlaanderen en ook in Nederland de afgelopen twintig jaar veel moeite is gedaan om mentale gezondheid bespreekbaar te maken. Dat mensen niet meer stilletjes in een hoekje op zichzelf aan het lijden zijn. En dan zeggen wij als psychiaters en psychologen: we zijn het lijden verleerd.’
Met andere woorden: stel je niet zo aan.
‘Precies. Moeten mensen dan weer in eenzaamheid lijden? Ik denk dat dit ook een deel van de verklaring is van waarom we de laatste jaren zien dat de mentale problemen toenemen in Nederland en België. Mensen durven zich steeds meer uit te spreken, hulp te zoeken. Dat is een goede zaak, volgens mij.’
Het punt van hoogleraar psychiatrie Denys is dat de ggz verstopt raakt door alle mensen met een lichte zorgvraag: mensen die liefdesverdriet hebben of ontslagen zijn. Met als gevolg dat patiënten met complexe psychische problemen nergens terechtkunnen.
‘Dat is te gemakkelijk gezegd. Baanverlies kan voor mensen een existentieel probleem zijn, ze kunnen hun huis kwijtraken. Zij hebben juist belang bij goede ondersteuning. Natuurlijk moeten we ook zorgen voor de mensen die zwaar lijden, maar ik denk dat het een goede zaak is dat mensen hulp zoeken.’
Ook de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving sloeg deze herfst alarm over onze ‘hypernerveuze maatschappij’. Hoe kijkt u daarnaar?
‘Ik vind het goed om na te denken: wat vinden wij een goed leven? Hoe organiseren we werk en vrije tijd? Waar ik moeite mee heb, is het onderliggende pessimisme: alsof alles wat wij doen in onze samenleving alleen maar slecht is voor ons.
‘Het gevoel van: we vergiftigen onze omgeving, we vergiftigen onszelf, we gaan eraan onderdoor. Terwijl juist dat soort negatieve ideeën mentaal druk kunnen teweegbrengen, zeker als je gevoelig bent voor piekeren.’
Dus we zouden als samenleving positiever moeten zijn over onszelf, want dat helpt ons mentale welbevinden?
‘Pessimisme over hoe het gaat met de wereld is in rijke landen sterker aanwezig dan in armere landen, blijkt uit onderzoek. Als je pessimistisch naar de wereld kijkt, maakt dat angstig; je voelt je machteloos. Dat is de analyse van cultuursocioloog Frank Furedi (Canadees-Hongaarse emeritus hoogleraar sociologie, red.), die ik goed kan volgen.’
Ziet u dat ook terug in uw eigen onderzoek naar angst?
‘Mijn onderzoek gaat over hoe angst werkt in het brein, op individueel niveau. Op groepsniveau durf ik daar niets over te zeggen. Wat ik wel kan zeggen vanuit mijn eigen onderzoek is dat vertrouwen, het gevoel van controle, het beste tegengif is tegen angst.
‘Ik denk dat we daar nu behoefte aan hebben. Ik zie veel mensen om me heen die het gevoel hebben dat er allerlei rampen boven ons hoofd hangen, waar we niets tegen kunnen doen.’
Dat is niet zo gek gezien de enorme klimaatproblemen die op ons afkomen. En er zijn de afgelopen jaren ook gruwelijke oorlogen opgelaaid.
‘Dat maakt het inderdaad moeilijker om vertrouwen te houden. Maar we hebben in het verleden veel overwonnen als mensheid. We zijn de covid-periode bijvoorbeeld uiteindelijk toch goed doorgekomen, er is heel snel een vaccin ontwikkeld.
‘Of neem het klimaat. Wat ik erg vind is dat jonge mensen nu het gevoel hebben dat niks helpt, ze zijn fatalistisch. Terwijl: een jaar of zeven geleden hadden we die grootschalige klimaatmarsen van jongeren. Die hebben een gigantisch effect gehad.
‘In de EU is de Green Deal opgesteld (een pakket maatregelen met als doel Europa in 2050 klimaatneutraal te maken, red.). Daar kun je kritiek op hebben, de maatregelen hadden verder kunnen gaan, maar het effect op het klimaat is positief.’
Hoe kunnen we optimistischer worden?
‘Ik denk dat het in elk geval niet helpt als psychologen en psychiaters grote uitspraken doen over hoe de samenleving ons ziek maakt. Het is een teken van de tijd dat journalisten psychiaters interviewen over de samenleving, er moeten veel meer sociologen aan het woord komen.’
Dus ik praat met de verkeerde persoon?
‘Ik zeg het een beetje zwart-wit, maar uiteindelijk ben je als psycholoog of psychiater niet opgeleid om uitspraken te doen over de maatschappij. Ik meng mij in dit debat om tegengas te geven aan het idee dat onze samenleving ons ziek maakt.’
Uit welke ontwikkelingen binnen uw vakgebied put u zelf hoop?
‘We weten al tientallen jaren dat cognitieve gedragstherapie heel goed werkt bij angstklachten, net als blootstellingstherapie: iemand stapje voor stapje confronteren met waar hij bang voor is. Je ziet de laatste jaren dat die zorg steeds meer mensen bereikt, in België maar ook in Nederland. Ik denk dat het voor heel veel mensen een groot verschil kan maken.’
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant