Sinds Yáng Shuāng-zi de International Booker Prize kreeg voor Reisdagboek Taiwan, komt ze aan schrijven nauwelijks nog toe. Haar agenda is volgeboekt tot 2029. Met haar historische roman wil ze de Taiwanese identiteit ter discussie stellen. Want dat is hard nodig.
is verslaggever. Ze was voorheen China-correspondent van de Volkskrant. Ze woont in België.
Toen de Taiwanese auteur Yáng Shuāng-zi afgelopen mei de International Booker Prize voor vertaalde fictie won met haar boek Taiwan Travelogue – in het Nederlands vertaald als Reisdagboek Taiwan – had niets haar kunnen voorbereiden op wat haar stond te wachten. Haar leven zou volledig op zijn kop worden gezet.
Yáng (1984) was tot haar 40ste een relatief onbekende schrijver in Taiwan, gerespecteerd in literaire kringen, maar niet doorgedrongen tot het grote publiek. Toen ze in 2020 Reisdagboek Taiwan publiceerde, een historische roman over Taiwan tijdens de Japanse kolonisatie (1895-1945), werden daar aanvankelijk vijfduizend exemplaren van verkocht. Niet slecht naar Taiwanese normen, maar ook geen enorm succes.
In 2024 begon dat te veranderen. Reisdagboek Taiwan (oorspronkelijk in het Chinees geschreven) was in het Engels vertaald, en die vertaling werd in de Verenigde Staten bekroond met een National Book Award. De buitenlandse prijs kreeg in Taiwan veel aandacht en de verkoop van het boek steeg naar veertigduizend exemplaren. Vier jaar na publicatie stond Yáng ineens boven aan de Taiwanese bestsellerlijsten.
Maar het was de wereldfaam van de Booker – een gedeelde prijs voor Yáng en haar Engelse vertaler Lin King – die Yáng in Taiwan tot een literaire superster maakte. Na de prijsuitreiking werd ze op de luchthaven van Taipei door fans met spandoeken opgewacht, en ontvangen door de Taiwanese president. Ze werd voor zo veel evenementen uitgenodigd dat ze tot 2029 een volledige stop op activiteiten in Taiwan afkondigde.
Ondertussen is Reisdagboek Taiwan in eigen land 150 duizend keer verkocht, zijn er vertalingen in 23 talen aangekondigd én een bewerking tot tv-serie. De Nederlandse vertaling, door Silvia Marijnissen en Annelous Stiggelbout, verscheen op 23 september. Dit weekeinde is Yáng te gast op het International Literature Festival Utrecht (ILFU), als onderdeel van haar internationale boektournee. Daarna reist ze door naar Duitsland.
‘Mijn leven is extreem druk geworden’, zegt ze in een hotellobby in Edinburgh, waar ze eind augustus was voor het International Book Festival. Oorspronkelijk ingepland als een standaardoptreden, op maandagavond in een kleine zaal, werd ze er na de Booker opgewaardeerd tot eregast, met tal van lezingen en signeersessies op het programma. ‘Ik ben aan het leren hoe ik tussen al die evenementen door kan blijven schrijven.’
Ik hoorde van uw vertaler Lin King dat u sinds de Booker Prize in Taiwan als een popster wordt behandeld. Waarom heeft die prijs zo’n weerklank in Taiwan?
‘De prijs heeft het idee van Taiwanese literatuur veranderd. De voorbije 35 jaar (sinds de democratisering van Taiwan, red.) is het aantal Taiwanese literaire werken sterk toegenomen, maar de meeste mensen in Taiwan waren zich daar amper van bewust. Taiwanese literatuur was iets voor experts. Nu mijn boek een grote internationale prijs heeft gewonnen, beginnen mensen te beseffen: Taiwan heeft literatuur, en die Taiwanese literatuur kan zelfs prijzen winnen.’
Reisdagboek Taiwan is bij uitstek een vertegenwoordiger van die Taiwanese literatuur, met Taiwanese geschiedenis, cultuur en identiteit als belangrijkste thema’s. Het boek is in eerste instantie een historisch reisverslag, waarin de Japanse schrijver Aoyama Chizuko in 1938 een jaar door de ‘zuidelijke kolonie Taiwan’ reist, en via haar Taiwanese tolk Ông Tshian-hók de lokale cultuur leert kennen.
Daarnaast is het een liefdesverhaal, waarin Aoyama steeds meer toenadering tot haar tolk zoekt, maar daarbij telkens op een muur van culturele verschillen en koloniale ongelijkheid stuit. Het spel van aantrekking en afstoting kan als een lesbische romance worden gelezen, maar ook als een metafoor voor een gespannen politieke relatie: die van Taiwan met koloniaal Japan, of met de Volksrepubliek China.
Maar het boek is vooral ook een literair experiment: Yáng presenteert haar roman als de zogenaamde Chinese vertaling van een historische Japanse tekst, met voorwoorden, nawoorden en voetnoten, die telkens een andere blik op het verhaal werpen, als een ui die laag voor laag wordt afgepeld. Dat metafictie-element geeft het boek een diepere lading en stelt de macht van taal – en van vertaling – ter discussie.
Het boek lijkt ten slotte ook Yángs eigen levensverhaal te reflecteren – maar daarover later meer.
In het buitenland is er vooral aandacht voor de verhouding van Taiwan met de Volksrepubliek China, maar u koos voor een boek over Taiwan tijdens de Japanse koloniale periode. Waarom?
‘Ik heb het gevoel dat de Taiwanezen heel weinig over hun geschiedenis weten. De periode van het Japanse koloniale bewind is voor veel Taiwanezen onbekend en vaag. Dat maakt dat Taiwanezen met tegenstrijdige gevoelens naar die periode kijken, met een mix van afkeer en nostalgie. Ik wilde onderzoeken hoe we die periode beter kunnen begrijpen.’
Uw hoofdpersonage reist door Taiwan en ontdekt overal Japanse, maar ook Chinese, westerse en inheemse invloeden. Is uw boek ook een onderzoek naar de Taiwanese identiteit?
‘Praten over identiteit in Taiwan is erg moeilijk. Of we het nu hebben over de Taiwanese cultuur, keuken of kleding, er ontstaan altijd zware discussies. Neem de changshan (een langwerpig gewaad, red.). Als de Taiwanese tolk in mijn boek dat kledingstuk draagt, kan dat als een vorm van verzet tegen het Japanse keizerrijk worden gezien. Alle Taiwanezen zijn in die tijd keizerlijke onderdanen, en moeten dus een kimono dragen.
‘Maar sinds de Tweede Wereldoorlog (toen Taiwan onder Chinese invloed kwam, red.) wordt de changshan, die sterk op de Shanghainese qipao lijkt, als een symbool van China gezien, en niet langer van Taiwan. En dus blijft er discussie over de vraag welke kleding Taiwan kan vertegenwoordigen. Omdat we zo veel buitenlandse heersers hebben gekend, en omdat sommigen vandaag nog steeds vinden dat we bij China horen, hebben we daar nog steeds geen antwoord op.’
U heeft het nu over kleding, maar in het boek gaat het vooral over eten. Aoyama is een zelfverklaarde ‘veelvraat’, die de diversiteit van Taiwan leert kennen via Japanse banketten in Taiwanese stijl, Taiwanees straatvoedsel met Chinese invloeden en alles daartussenin. Vanwaar die grote nadruk op eten?
‘Eten is een toegankelijke manier om mensen iets over geschiedenis te leren. Veel mensen denken dat de Taiwanese keuken simpelweg een combinatie is van de Japanse en Chinese keuken. Maar dat klopt niet. Als eiland was Taiwan vanaf de 16de eeuw een belangrijk tussenstation voor de zeevaart, en kwamen er ingrediënten en gerechten uit de hele wereld binnen. Via voedsel kan ik de complexiteit van Taiwan laten zien.
‘Het heeft ook met mijn jeugd te maken. Ik ben op mijn 15de in de horeca gaan werken: in een gefrituurde-kipzaak, een bubbeltheewinkel en daarna als leerling-bakker. Dat maakte dat ik anders naar eten ben gaan kijken. Als ik iets eet, probeer ik te begrijpen hoe het wordt gemaakt, maar ook waarom het in een bepaalde periode populair is geworden. Ik ben geïnteresseerd in de hele cultuur eromheen.
‘Sinds 2014 doe ik historisch onderzoek naar de Taiwanese eetcultuur: bronnen bestuderen, archieven doorspitten en materiaal verzamelen. En natuurlijk ook proeven. Ik heb alle gerechten gegeten die in het boek voorkomen, inclusief het banket met twaalf gangen, dat de grote finale van het boek vormt. Ik ben tijdens het schrijven heel wat kilo’s aangekomen.’
Reisdagboek Taiwan weerspiegelt niet alleen Yángs liefde voor eten, maar ook haar eigen levensverhaal. Ze werd in 1984 in Taichung geboren, aan de westkust van Taiwan, als oudste van een tweeling. De zussen hadden een zware jeugd. Hun ouders gingen snel uit elkaar en lieten de tweeling bij hun grootmoeder achter. Toen die op hun 15de overleed, moesten ze zelf voor brood op de plank zorgen. Yáng werkte daarom jarenlang in de horeca.
Op haar 18de begon Yáng yuri te schrijven, een Japans genre dat in die tijd populair was in Chineestalige landen, en dat romantische verhalen met lesbische ondertonen bracht. Yáng is openlijk gay en getrouwd met een vrouw. Die yuri-invloed schemert door in Reisdagboek Taiwan, in de directe stijl, maar ook in de relatie tussen de twee vrouwelijke hoofdpersonages, die op verschillende manieren kan worden geïnterpreteerd.
Uw boek lijkt over een lesbische relatie te gaan, maar dat blijft impliciet. Waarom die vaagheid?
‘Het gaat inderdaad om een relatie tussen twee vrouwen, maar ik heb er bewust voor gekozen dat niet expliciet te maken. Taiwan was het eerste land in Azië dat het huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht legaliseerde, maar niet iedereen in Taiwan accepteert dat. Sommige mensen willen geen lesbische boeken lezen, maar ze hebben geen probleem met een boek over de band tussen vrouwen.
‘Ik denk dat het voor buitenlandse lezers hetzelfde effect kan hebben. Doordat ik niet expliciet over lesbische liefde schrijf, krijgt het boek de kans om meer landen en culturen te bereiken.’
Terwijl Yáng als twintiger het schrijven van yuri-boeken met allerlei bijbanen combineert, volgt ze in haar avonduren ook nog een studie Chinese en Taiwanese literatuur. Na die studie besluit ze in 2014 om historische fictie te schrijven, met behoud van de lesbische thematiek. Haar tweelingzus, die geschiedenis studeerde, helpt haar met haar onderzoek, en ze werken samen onder de naam Yáng Shuāng-zi. ‘Shuāngzi’ is Chinees voor het sterrenbeeld ‘tweeling’.
De twee vormen een hecht schrijversduo, tot het noodlot toeslaat: Yángs zus overlijdt in 2015 aan borstkanker. Het is een van de redenen dat Yáng haar boek als een vertaling met tal van voor- en nawoorden heeft geconstrueerd. Dat gaf haar de kans om haar zus als auteur van een nawoord op te voeren, bij wijze van eerbetoon. Yáng, wier echte naam Yáng Jo-tzu is, behield ook hun gezamenlijke schrijversnaam.
U stelt uw boek voor als de zogenaamde Chinese vertaling van een Japanse tekst die oorspronkelijk door het hoofdpersonage Aoyama Chizuko is geschreven, en daarna verschillende keren is bewerkt en heruitgegeven. Hoe kwam u op dat idee?
‘Die constructie sluit aan bij de historische ontwikkeling van Taiwan. Het verhaal speelt zich af in 1938 en wordt zogezegd in de jaren vijftig in het Japans geschreven, in de jaren zeventig naar het Chinees vertaald, maar pas in de jaren negentig gepubliceerd. Wie die jaartallen ziet en de geschiedenis van Taiwan kent, begrijpt meteen waarom het verhaal zich op die manier ontwikkelt.
‘In 1987 kwam er een einde aan de staat van beleg in Taiwan, en aan de zware overheidscensuur van boeken. In de jaren negentig begonnen Taiwanezen op grote schaal de verhalen van hun ouders en grootouders te publiceren. Verhalen over de Japanse koloniale periode, waarover lange tijd niet gesproken kon worden, kwamen naar buiten. In die zin sluit mijn boek aan bij de werkelijkheid.’
Die constructie leidt er ook toe dat uw boek vanuit het perspectief van de Japanse kolonisator is geschreven, wat een bevreemdend effect heeft. Was dat zo bedoeld?
‘De roman is in de eerste persoon geschreven, en dat is een bewuste keuze. Ik wilde de lezer in eerste instantie op zijn gemak stellen en hem met de blik van de kolonisator het verhaal laten doorlopen. Pas gaandeweg wordt duidelijk hoeveel dingen die kolonisator als vanzelfsprekend beschouwt zonder zich daarvan bewust te zijn. Dan beseffen lezers hoezeer ze daarin zijn meegegaan.
‘Ik wilde de lezer als het ware in de val lokken en op zichzelf laten reflecteren. Zonder dat we het beseffen, kijken we vaak met een neerbuigende blik naar culturen of groepen die we als lager in rang beschouwen. Ik hoop dat veel lezers het verhaal nog een tweede keer lezen. Dan zullen ze zien dat er vanaf het begin veel aanwijzingen zijn voor die blik van bovenaf, maar dat ze daar de eerste keer overheen hebben gelezen.’
Aoyama is een genuanceerd personage. Ze is een vertegenwoordiger van het koloniale Japan, maar ze is ook vriendelijk en feministisch, en kritisch over de uitwassen van het koloniale bewind.
‘Als er in het verleden over de Japanse overheersing van Taiwan werd gesproken, ging het vaak over de onderdrukking, het geweld, het pure kwaad. Maar geschiedenis is niet zo eenvoudig. Wat ik wil laten zien, is dat zelfs als een kolonisator een goed mens is, zijn goedheid binnen het systeem machteloos staat. Zelfs als er goede kolonisatoren zijn, verandert dat niets aan het feit dat het systeem verkeerd is.’
Uw boek gaat over het koloniale Japan, maar veel lezers zien een parallel met de huidige Volksrepubliek China. Is dat terecht?
‘Toen ik deze roman schreef, was mijn eerste doelgroep de Taiwanese lezer. Ik heb het gevoel dat Taiwanezen zich er zelf niet goed van bewust zijn dat wij een samenleving met verschillende etnische groepen vormen, die het historische perspectief van elke groep moet respecteren en op zoek moet gaan naar de grootste gemene deler. Dat was mijn eerste doel.
‘Vervolgens heb ik me gericht op lezers in Japan en China. Tegenwoordig zijn er veel Japanners die Taiwan bezoeken en de Taiwanese cultuur bewonderen, maar zij hebben hun koloniale geschiedenis nog niet onder ogen gezien. Ik wil de Japanse lezers ervan bewust maken dat onze historische kwesties nog altijd niet volledig zijn opgelost en dat we daarover moeten praten.
‘Wat de Volksrepubliek China betreft: ik denk dat haar houding tegenover Taiwan volledig wordt bepaald door een koloniale blik. Chinezen lijken zich daar totaal niet van bewust. Ik wil de Chinese lezers doen beseffen: jullie houding tegenover ons lijkt sterk op de manier waarop Japan ons destijds behandelde. Als je Japan haat, dan moet je daar misschien eens over nadenken.’
Bent u in uw opzet geslaagd? Heeft uw boek geleid tot meer debat?
‘Ja, maar dat debat wordt al snel gepolitiseerd. Ik heb best veel kritiek gekregen op mijn politieke positie. Sommige mensen noemen me pro-Japans of een voorstander van Taiwanese onafhankelijkheid, of zelfs een ‘Chinese liberaal’ (iemand die de banden tussen Taiwan en het Chinese vasteland wil aanhalen, red.). Ik heb geen idee hoe al die tegenstrijdige posities waar kunnen zijn.
‘Het is een merkwaardig fenomeen: zodra Taiwanezen hun eigen verhaal proberen te vertellen, worden ze in een politiek kamp geplaatst. Daarmee verdwijnt de mogelijkheid om het over Taiwan zelf te hebben.’
Uw boek is zogezegd de Chinese vertaling van een Japanse tekst, waarin de lezer bewust wordt gemaakt van de rol van taal en perspectief. Uw boek is ondertussen ook echt vertaald. Krijgt het daardoor ook een andere betekenis?
‘Ik merk vooral dat lezers in ieder land verbanden ontdekken met hun eigen cultuur en actualiteit. In Oekraïne blijken lezers heel geïnteresseerd in mijn boek omdat ze zich herkennen in het verhaal van een klein land dat naast een enorm imperium ligt en via taal en cultuur wordt ingelijfd. Zij stellen zich dezelfde vragen: hoe vind je als klein land je plaats tussen grootmachten? Hoe bescherm je je positie en zelfstandigheid?’
Door het internationale succes is uw boek ook een politiek symbool geworden. Het is een uithangbord van Taiwanese literatuur, en daarmee van Taiwan zelf. Wat vindt u daarvan?
‘Ik denk dat het onvermijdelijk is, en het was voor een deel ook mijn bedoeling. Ik wil dat mensen begrijpen dat Taiwan noch Japan is, noch China. Ik hoop dat mensen niet alleen het politieke aspect van mijn boek zien, maar als ze dat wel doen, dan kan ik daarmee leven.’
Yáng Shuāng-zi: Reisdagboek Taiwan. Uit het Chinees vertaald door Silvia Marijnissen en Annelous Stiggelbout. Meulenhoff; 320 pagina’s; € 22,99.
Wie Reisdagboek Taiwan wil lezen maar niets afweet van Taiwanese geschiedenis, kan zich het best vooraf een beetje inlezen. Enige voorkennis is handig. In het kort: Taiwan maakte lange tijd deel uit van het Chinese keizerrijk, tot het na de Eerste Sino-Japanse oorlog in 1895 een Japanse kolonie werd. Na de Japanse nederlaag in de Tweede Wereldoorlog kwam Taiwan in 1945 in handen van de Chinese (nationalistische) regeringspartij KMT, die op dat moment een burgeroorlog met de communistische CCP uitvocht.
In 1949 won de CCP de burgeroorlog en riep de Volksrepubliek China uit. De KMT vluchtte naar Taiwan, vanwaar het de Republiek China bestuurde, met het idee ooit de rest van China te heroveren. De KMT voerde een staat van beleg in en bestuurde Taiwan met harde hand. Eind jaren tachtig begon Taiwan te democratiseren. Het eiland functioneert tegenwoordig als een onafhankelijke democratie, maar wordt door de CCP geclaimd als een afvallige provincie.
De vertaalrechten van Taiwan Travelogue zijn verkocht aan 23 landen, maar het boek stelt zijn vertalers voor een grote uitdaging. De roman is zelf opgevat als de Chinese pseudovertaling van een Japanse tekst, met voetnoten die de lezer voortdurend aan de aanwezigheid van de vertaler herinneren. Om dat effect te behouden, gaven ook de echte vertalers zichzelf een grotere rol dan normaal.
De Japanse vertaling – een terugkeer naar de zogezegde oorspronkelijke taal – wijkt het sterkst af van Yángs origineel. De inleiding werd geschrapt en Yáng schreef een nieuw nawoord, speciaal voor de Japanse lezers. Ook de bekroonde Engelse vertaler Lin King vertaalde naar eigen zeggen ‘maximalistisch’. Zij schrapte enkele stukken uit de inleiding en het eerste hoofdstuk, en voegde haar eigen voetnoten en nawoord toe.
De Nederlandse vertalers Silvia Marijnissen en Annelous Stiggelbout bleven trouwer aan het origineel, al voegden ze ook eigen voetnoten en een nawoord toe. ‘Normaal probeer je voetnoten te vermijden’, zegt Marijnissen. ‘Maar in dit geval presenteerde Yáng haar tekst zelf als een vertaling, inclusief voetnoten. Als zij zelf voetnoten gebruikte, konden wij er nog wel wat toevoegen.’
Yáng zelf zegt geen problemen te hebben met de ingrepen. ‘Over het algemeen worden de veranderingen met mij besproken’, zegt ze. ‘Ik kan aanvaarden dat mijn boek, als het in verschillende landen wordt gepubliceerd, moet worden aangepast aan de lokale omstandigheden. Ik ben vooral nieuwsgierig om te zien wat vertalers in verschillende landen willen schrappen en wat ze willen behouden.’
Lees hier het volledige interview met de Nederlandse vertalers.
10 juli 1984 Geboren in Taichung, Taiwan, als deel van een tweeling.
1999 Gaat na de dood van haar grootmoeder in horeca werken, studeert bedrijfskunde op een avondschool.
2003-2006 Publiceert vier yuri-romans onder haar eigen naam, Yáng Jo-tzu.
2008 Bachelor Chinese literatuur, als werkstudent.
2009-2014 Publiceert vijf yuri-romans, samen met haar zus.
2012 Master Taiwanese literatuur.
2014-2015 Academische publicaties over yuri-cultuur in Taiwan.
2015 Overlijden tweelingzus.
2016 De maanvisser, debuutroman onder de naam Yáng Shuāng-zi.
2017 Seizoen van bloei, historische fictie.
2018 Bloeiende meisjes van Formosa, historische fictie.
2020 Reisdagboek Taiwan (Taiwan Travelogue), historische fictie.
2021 Golden Tripod Award (Taiwan) voor Reisdagboek Taiwan; Aan tafel! Oud Taichung: De culinaire verkenning van een historisch romanschrijver, non-fictie.
2023 Siwei Straat Nr. 1, roman.
2024 National Book Award for Translated Literature (VS) en Best Translation Award (Japan) voor Reisdagboek Taiwan.
2026 International Booker Prize voor Reisdagboek Taiwan.
Yáng Shuāng-zi is op zaterdag 26 september te gast op het International Literature Festival Utrecht.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant