Home

Nu te zien in Rotterdam: stoelen waar je niet op kunt zitten

Wat is een stoel? Die vraag roepen de vaak onbruikbare stoelen op van de verzamelzieke familie Barbier-Mueller, nu te zien in de Kunsthal.

Classroom Chair (Stefan Wewerka, 1971), roodgelakt hout, editie 17/40

Niet alle stoelen zijn gemaakt om op te zitten. Neem de meubels die Thierry Barbier-Mueller verzamelde. De Zwitserse zakenman, die drie jaar geleden op 62-jarige leeftijd aan een hartaanval overleed, was gefascineerd door stoelen om naar te kijken, stoelen als artistiek statement of als vorm- of materiaalexperiment. Hij verzamelde honderden door designers, architecten en kunstenaars ontworpen stoelen. Sculpturale stoelen waarop zitten soms zelfs onmogelijk is, bijvoorbeeld omdat de zitting scheef staat of omdat hij van prikkeldraad is gemaakt.

Zijn eerste aankoop deed Barbier-Mueller eind jaren negentig: de Paire-La-Chaise (1990), een ontwerp van de Franse kunstenaar François Morellet en zijn zoon Friquet. Een stoel van massief esdoornhout die uit twee stoelen lijkt te zijn samengesteld, eentje staat rechtop, de andere scheef. De ingenieuze constructie is gebaseerd op de geometrische en humoristische principes waarmee François Morellet bekend werd. Zoals hij abstracte kunstwerken krankjorume titels gaf als Huilende gek, zo benadrukten vader en zoon Morellet ook de humoristische bedoelingen van hun stoel: Paire-La-Chaise verwijst zowel naar ‘een paar stoelen’ als naar de grote Parijse begraafplaats Père-Lachaise.

De liefde voor onderscheidende stoelen begon onschuldig bij Barbier-Mueller. Maar al snel viel hij ten prooi aan het familievirus, collectionitis zoals zijn vader het ooit noemde, de drang om op museumschaal kunst te verzamelen. Van zijn aanvankelijke voornemen om met de familietraditie te breken kwam niets terecht: als 25-jarige kocht hij een groot schilderij van de Duitse neo-expressionistische ‘op-zijn-kop’-schilder Georg Baselitz. Niet lang daarna zat hij vast aan allerlei afbetalingsrekeningen bij kunsthandelaren.

Naast een groot verzamelaar van hedendaagse kunst zou Barbier-Mueller uitgroeien tot een serieuze verzamelaar van curieuze stoelen. De laatste 25 jaar van zijn leven deed hij gemiddeld elke twee weken een nieuwe aankoop. Toen de curator van zijn privé-verzameling hem eens vroeg of hij wist hoeveel stoelen hij bezat, had hij geen flauw idee. Meer dan driehonderd? Doe normaal! Het bevestigde een psychologische wet, schreef Barbier-Mueller in een artikel dat hij vlak voor zijn dood publiceerde: een echte verzamelaar raakt nooit verzadigd.

Kunsthal

Toen hij in 2023 overleed, omvatte zijn verzameling meer dan 650 bijzondere stoelen. Daarvan stelt Kunsthal Rotterdam er dit najaar ruim 150 tentoon onder de titel A Chair and You. Deze expositie, die eerder te zien was in Lausanne en Leipzig, is geen historisch verantwoord designoverzicht, eerder een ontdekkingsreis die laat zien wat een stoel óók kan zijn. Stoelen die de designgeschiedenis hebben veranderd, zoals de Weense koffiehuisstoel van Thonet of de Aluminium Chair van Eames, zitten er niet bij: die zijn te gewoon. Wel de gehaakte Knotted Chair (1996) van Marcel Wanders en de Rover Chair uit 1981 van Ron Arad, een fusie van een autostoel uit een Rover P6 en het gebogen frame van een melkbox. De collectie van Barbier-Mueller is een amalgaam van hoogst merkwaardige creaties, stoelen die soms zelfs niet direct als stoel herkenbaar zijn maar wel bijna altijd voor verbazing en een glimlach zorgen.

Grand confort, sans confort, dommage à Corbu (Stefan Zwicky, 1980), beton en staal, editie 32/25

Hairy Chair (Charles Kaisin, 2011), hout, lijm, papiersnippers, editie 8/20;

Double Headed Snake Chair (Niki de Saint Phalle, 1999), beschilderd hout met keramiek en spiegels

Veel van de unieke stoelen die Barbier-Mueller verwierf, zijn nergens anders te zien. Dat maakt A Chair and You aantrekkelijk, maar zeker zo’n grote attractie is de samenstelling en inrichting door Robert Wilson (1941-2025). De Amerikaanse theaterregisseur, kunstenaar en lichtontwerper werd in de jaren zeventig wereldberoemd met zijn experimentele voorstellingen en hij deelde met Barbier-Mueller de liefde voor zonderlinge stoelen. Met licht, geluid en scenografie creëerde Wilson voor de tentoonstelling een hem kenmerkende totaalinstallatie met vier sterk verschillende ruimtes waarin de stoelen thematisch opgesteld staan.

De bezoeker komt binnen in een helder verlichte zaal, de Bright Room. Op eilanden staan stoelen met extravagante rondingen, kleuren en vormen. Bijvoorbeeld de uit houten speelgoedblokken opgebouwde Brick Chair (2009) van de Nederlandse ontwerper Pepe Heykoop. Net zo veelkleurig en verrassend is de Post-Steltman (2000) van de Italiaanse ontwerper Alessandro Guerriero, een plexiglazen vertaling van de klassieke Steltman-stoel van Gerrit Rietveld. Het tingeltangel-pianolied ‘Happy Chappie’ van Paul Reeves versterkt de vrolijke atmosfeer in deze ruimte.

In de tweede zaal is de verlichting gedempt en de sfeer zacht, met grijze wanden en half doorzichtige schermen. Hier klinken industriële klanken en staan minimalistische ontwerpen opgesteld, zoals de Grand confort, sans confort, dommage à Corbu (1980) van de Zwitserse architect Stefan Zwicky. Bij deze hommage aan de Grand Confort-fauteuil van Le Corbusier, een luxueuze designklassieker, zijn de grote leren kussens vervangen door vijfhonderd kilo beton.

De derde zaal, de Dark Space, heeft zwarte wanden en is verduisterd. Begeleid door de ingetogen noten van Arvo Pärts ‘Spiegel im Spiegel’ worden de opgestelde stoelen stuk voor stuk uitgelicht. Hier gaf Wilson onder andere plek aan Zig Zag Chair (2004), een halfverbrande Rietveld-Zigzagstoel afkomstig uit het geruchtmakende pyromanenproject Smoke, waarmee Maarten Baas in 2004 afstudeerde aan de Design Academy Eindhoven. Een hoogtepunt in de donkere kamer is de spectaculaire kroonluchter Gio Ponti in the Sky with Diamonds (2004) van Ingo Maurer. De Duitse lichtontwerper maakte een sculptuur van drie exemplaren van de Superleggera, de beroemde vederlichte houten stoel van Ponti, en bedekte die met kristallen en leds.

Voor Where There’s Smoke… (2004) verbrandde en lakte Maarten Baas een Zig Zag Chair van Rietveld, editie 20/25

Amadeus Chairs (Robert Wilson, 1991), staal, editie 1/3

Paire-La-Chaise (François en Friquet Morellet, 1990), esdoornhout, editie 18/50

De vierde en laatste ruimte is een grote, aan de binnenzijde met spiegels beklede kijkdoos. Door kijkgaten zijn in deze kaleidoscopische juwelendoos metaalkleurige stoelen te zien, terwijl er gekmakende noise te horen is van Lou Reeds album Metal Machine Music.

Duizend schilderijen

Barbier-Mueller kwam uit een kunstminnende familie die dankzij een groot, door grootvader Josef opgericht vastgoedbedrijf de middelen had om het beste van het beste te kopen. Josef Mueller bracht vanaf de jaren twintig tot aan zijn dood in 1977 een immense collectie moderne en niet-westerse kunst bijeen, zo’n duizend schilderijen van grootheden als Cézanne en Picasso en een immense collectie etnografische voorwerpen. Zijn dochter Monique Barbier-Mueller en haar man Jean Paul, de ouders van Thierry, bouwden de collectie uit en openden eind jaren zeventig in Genève een particulier museum voor niet-westerse kunst met een van de indrukwekkendste collecties dansmaskers, voorouderbeelden en andere traditionele gebruiksvoorwerpen uit Afrika en Oceanië.

Dankzij tientallen wereldwijd rondreizende tentoonstellingen is de betekenis van Musée Barbier-Mueller voor de emancipatie van de niet-westerse kunst moeilijk te overschatten. Wat vroeger ‘primitieve’ dan wel ‘tribale’ kunst werd genoemd, kreeg mede dankzij het Zwitserse familiemuseum vanaf de jaren tachtig een volwaardige plek in de kunstgeschiedenis.

In de tentoonstellingscatalogus is een artikel opgenomen dat Thierry Barbier-Mueller schreef voor de catalogus bij de eerste presentatie van zijn stoelenverzameling, in 2022 in Lausanne. Daarin vertelt hij uitgebreid over de collectionitis van zijn familie. Zijn moeder en haar vader Josef wilden niet te veel woorden gebruiken als het om kunst ging, een eigenschap die Thierry met hen deelde – over de betekenis van zijn stoelenverzameling is hij altijd zeer terughoudend geweest. Zijn vader Jean Paul daarentegen had een dringende behoefte om te communiceren. Vaak zei hij: „Het publiek wil niet ontdekken, het wil herkennen.” Een veelzeggende uitspraak, vond de zoon: „Inderdaad, hoeveel van ons worden naar een tentoonstelling getrokken door wat we al weten, in plaats van door wat er nog voor ons te ontdekken valt?”

A Chair and You is tot 31 januari 2027 te zien in Kunsthal, Rotterdam.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next