Kookboekenmaker Yvette van Boven maakt een seizoensrecept en geeft suggesties om iets met de restjes te doen. Deze week: courgetteparmigiana met citroen en venkelzaad.
is kok, presentator en kookboekenschrijver. Voor Volkskrant Magazine bedenkt ze wekelijks een seizoensrecept.
Zoals ik vorige week al zei, had ik dit jaar niet overdreven met het planten van groente. Daardoor had ik veel verschillende soorten, maar nergens een idiote hoeveelheid van. Mijn moestuin leek eerder op een groentewinkel dan op een plantage van hetzelfde gewas, dat je bovendien met z’n tweeën toch niet op krijgt.
Dat teveel van alles, het maar hebben om het hebben, staat me steeds meer tegen. Het lijkt wel of iedereen maar blijft graaien, terwijl er allang genoeg is. Noem me ouderwets – ik ben natuurlijk ook bejaard – maar luister maar eens naar me als je jonger bent dan ik: je hebt het niet nodig. Het gras is zelden groener aan de overkant, dat lijkt maar zo. Als je eenmaal bent overgestapt, moet je maar eens omkijken, dan zul je denken: het was eigenlijk hartstikke prima waar ik zat.
Tel je zegeningen.
Enfin, ik dwaal af: in een week spaarde ik vanzelf een tritsje courgettes bij elkaar. Soms geeft de plant me er drie in een paar dagen en soms moet ze weer even wat zeilen bijzetten. Prima, want wie wil er elke dag courgette eten.
Overigens zou ik dat prima kunnen. Jonge courgettes (maar eerlijk gezegd ook iets grotere van de supermarkt) zijn rauw nogal fantastisch. Dungeschaafd, met een scherpzurige dressing even laten staan zodat ze slinken, kunnen ze zo op tafel. Perfect hoor. Daar hoef je niet al te culinair voor onderlegd te zijn.
Dat geldt ook voor dit gerecht. Dit kan iedereen maken. En, misschien belangrijker: dit eet iedereen heel erg graag. Wachtend op mijn aubergines maakte ik eens zucchini parmigiana. Gaat ook. Gaat heel goed zelfs. Zo goed dat ik het nu voor de derde keer maak in een maand.
De eerste keer liet ik het broodkruim achterwege. Mijn moeder maakt melanzane parmigiana altijd mét broodkruim, maar ik niet per se. Bij courgette voeg ik het nu juist wel toe. Courgette is wat minder vlezig dan aubergine en kan die extra structuur goed gebruiken.
Lekker is dit.
Nu heb ik spijt dat ik niet nóg een courgetteplant heb gezet.
Het is ook nooit goed.
Voor 4 personen, bereiding: 30 min., oven: 50 min.
1, 2 kilo courgettes (3-4 stuks)
5 eetl. olijfolie
zeezout en versgemalen zwarte peper
1 grote ui, gesnipperd
3 tenen knoflook, fijngehakt
1 theel. venkelzaad, gekneusd
½ theel. chilivlokken
2 blikken (à 400 gram) tomatenstukjes/polpa
2 handenvol (ca. 50-70 gram) panko of broodkruim
1 biologische citroen
1 bos (à 20 gram) basilicum
250 gram mozzarella
75 gram Parmezaanse kaas, geraspt
Verwarm de oven voor op 220 graden. Snijd de courgettes in de lengte in plakken van ongeveer een halve centimeter dik. Verdeel ze over twee met bakpapier beklede bakplaten, bestrijk ze aan beide kanten met 3 eetlepels olijfolie en bestrooi met zout en peper. Rooster ze zo’n 15 minuten, tot ze net gaar zijn en aan de randen kleuren. Keer ze halverwege.
Neem ze uit de oven en verlaag de temperatuur naar 180 graden.
Verhit de resterende olijfolie in een pan en bak de ui op laag vuur in zo’n 7 minuten zacht. Voeg de knoflook, ¾ van het venkelzaad en de chilivlokken toe en bak 1 minuut mee. Voeg de tomatenpulp toe en laat de saus zonder deksel 25 minuten op middelhoog vuur inkoken.
De saus mag flink dik zijn, omdat de courgettes straks nog wat vocht afgeven. Rasp de citroenschil fijn en roer de helft door de saus. Breng op smaak met zout en peper. Scheur de basilicumblaadjes grof en roer door de saus.
Scheur de mozzarella in stukken en dep ze droog als ze erg nat zijn. Schep een dunne laag tomatensaus in een ovenschaal van ongeveer 20 x 30 centimeter. Bedek met courgette en verdeel er wat panko, mozzarella, Parmezaanse kaas en basilicum over. Herhaal de lagen en eindig met tomatensaus, mozzarella en Parmezaanse kaas.
Meng de resterende citroenrasp met het achtergehouden venkelzaad en strooi over de bovenkant. Bak de parmigiana 25 tot 30 minuten, of tot de saus langs de randen borrelt en de bovenkant goudbruin is. Laat hem minstens 10 minuten rusten voor het aansnijden.
Opmaakrecept
Koud of lauwwarm is dit de volgende dag misschien nog wel lekkerder, bijvoorbeeld tussen twee sneden stevig brood.
Dit is een rubriek in Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant