Maud ontmoet op haar nieuwe werk een collega die haar wegwijs maakt. Al snel werken ze samen aan opdrachten en vullen ze elkaar vlekkeloos aan. Ze wordt steeds nieuwsgieriger naar hem, hij geeft haar energie. ‘Al snel werd het leuk op een manier die gevaarlijk was voor ons beiden.’
is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.
‘Tijdens een van de eerste dagen van mijn nieuwe baan zat ik achter een groot beeldscherm toen ik iemand hoorde binnenkomen die een gesprek begon met een collega. Zijn stem klonk warm, intelligent en ik kon horen dat hij gevoel voor humor had. Wat precies de verrukking van dat eerste moment was, is lastig te omschrijven, zijn stem riep een wereld op die ik was vergeten en misschien zelfs nooit had gekend.
Ik was van baan gewisseld omdat het moederschap mij zwaar viel. Mijn vriend en ik hadden bewust voor een kind gekozen, maar nu het er was, was ik onzeker. Van tevoren had ik verwacht dat alles fijn zou zijn en vanzelf zou gaan, maar anderhalf jaar later voelde ik me nog steeds onwennig; het was of ik voortdurend onder water werd geduwd. Deze stem trok me daar in een keer uit. Ik hapte naar adem, keek verrast achterom, gaf hem een hand en noemde mijn naam.
‘Ah, jij bent de nieuwe collega’, zei hij, ‘wij moeten snel even iets bespreken over die ene klus.’ Nu had ik een gezicht bij de opwindend uitgesproken zinnen. Maar zijn uiterlijk deed er eigenlijk niet toe, niets had iets kunnen afdoen aan het effect van die fantastische stem.
De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Maud gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.
Al snel werkten we samen aan diverse opdrachten. We bereidden presentaties voor, waarbij we elkaar vlekkeloos aanvulden. Ik werd elke dag nieuwsgieriger naar hem; het was fijn om eindelijk weer eens ergens energie van te krijgen, ergens blij van te worden. Al heel snel werd het leuk op een manier die gevaarlijk was voor ons beiden.
In de lunchpauze begonnen we wandelingen te maken, hij kon enthousiast vertellen over zijn vakgebied, en alles wat hij zei, hoe hij bewoog, hoe hij naar me keek, nam ik in me op alsof het dat ene medicijn was waar mijn leven van afhing. Af en toe werkten we ook ’s avonds met een deel van ons team. Na afloop gingen we borrelen, en onvermijdelijk bleven we met zijn tweeën over.
De grens die ik overschreed toen ik mijn hand op zijn arm legde vanaf de andere kant van het cafétafeltje, de grens die hij overschreed door zijn arm daar te laten liggen, zag ik wel, maar zolang ikzelf de regels van dit spel bepaalde, was er niets aan de hand, dacht ik. Toen we na een paar wijntjes naar buiten liepen, nam ik het initiatief. Ik dacht niet langer na, iets veel sterkers nam het over. Zonder aarzelen zoende ik hem. Eerst een beetje aftastend, toen vol overgave.
Ik was op dat moment acht jaar samen met mijn vriend, alles was goed tussen ons. Ik was perplex dat ik ondanks mijn goede relatie zo moeiteloos toegaf aan een ander. Nooit eerder had ik iets dergelijks meegemaakt. Gebeurde dit wel echt? Misschien dicht ik mezelf nu toch te veel gedachten toe. Die zoen was het enige wat ik wilde en het moest gewoon gebeuren.
Ik had overplaatsing moeten aanvragen, ander werk moeten zoeken, me ziek moeten melden, maar de controle was ik al verloren op het moment dat ik hem voor het eerst hoorde praten. Mijn enige zwakke verweer, toen ik beschaamd naar huis fietste, was: dit is zoiets absurds romantisch, zo geweldig, zo ontoelaatbaar en verkeerd, dit kan niet voortduren, dus geniet gewoon nog even zolang het kan.
De eenmalige kus werd een affaire. Niet een waarbij je afspreekt met wijn en snacks in een Bastionhotel, maar wel een die al wandelend en zoenend met zijn tweeën door bossen en lanen steeds intenser en verwarrender werd. Want het verlangen naar elkaar was nu uitgesproken en de verliefdheid die ineens zo mocht heten, vermenigvuldigde zich.
We begonnen te mailen en te bellen en wanneer ik een paar uur niets van hem hoorde, raakte ik in paniek. Ik werd jaloers op zijn vrouw, met wie hij de meeste tijd doorbracht. Ik leefde een dubbelleven, waarbij mijn eigenlijke leven een schaduw werd, vergeleken met dat met hem. Een paar keer heb ik op het punt gestaan het thuis te vertellen, maar ik wilde mijn vriend geen pijn doen en ik kon niet zonder die dosis endorfine die het jonge moederschap draaglijk maakte. Ik wilde gewoon niet dat het ophield, de grapjes, de liedjes die we deelden. In korte tijd raakte ik ervan overtuigd dat ik deze man nodig had om mijn hoofd boven water te kunnen houden.
Het contact breidde zich uit, onze partners kwamen erachter, en heel lang hebben hij en ik geen contact gehad. Tot alles weer van voor af aan begon. Zeven jaar heeft deze affaire geduurd. Zeven jaar waarin ik altijd op twee plekken tegelijk was. Zeven jaar onrust. Regelmatig dacht ik: dit is geen leven zo, laten we voor elkaar kiezen. Maar dan zei hij: ‘Begrijp wel dat ik me in deze geheime relatie veel leuker kan voordoen dan ik ben, het is makkelijker omdat we geen dagelijks leven delen en denk ook eens aan de pijn die we onze geliefden zullen doen, en onze jonge kinderen die we nog maar de helft van de tijd zullen zien.’
Uiteindelijk raakte ik helemaal in de war en brandde ik op. Ik maakte het uit, zocht in paniek meteen daarna opnieuw contact, ik blokkeerde zijn nummer en deblokkeerde het een zwak moment later weer. Ik was uitgeput en vermagerde, belandde in een depressie en verbrak uiteindelijk voorgoed het contact toen er weinig meer van me over was.
Toen zat er nog maar een ding op: biechten. Tijdens een training had ik toevallig een vrouw ontmoet die hetzelfde had meegemaakt, ze begreep mijn eenzaamheid en moedigde me aan mijn gezin niet op te geven en radicaal al mijn aandacht te verplaatsen naar thuis.
Op een avond zaten mijn vriend en ik op de bank en ik begon zoals alle schuldbekentenissen beginnen: ‘Ik moet je iets vertellen.’ Ik zei dat ik de man van een paar jaar geleden nog steeds zag en vertelde over de vrouw die ik als mijn voorbeeld zag. En voor het eerst in al die jaren ontdooide er iets, er was weer eerlijkheid. Mijn vriend wilde niet weten wat er al die jaren was gebeurd, maar keek wonder boven wonder alleen vooruit. We zijn nu driekwart jaar verder, het ziet er vooralsnog naar uit dat we het hebben gered. Er is weer rust. Een leven tegelijk blijkt meer dan genoeg.’
Van eenmalige avonturen tot langlopende relaties: Corine Koole is voor deze rubriek en de gelijknamige podcast op zoek naar verhalen over álle soorten liefde en bijzondere ervaringen die (ook bij jongere lezers) tot nieuwe inzichten hebben geleid.
Meedoen? Mail een korte toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.
Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant