Haar solo mislukte, maar na een ijzersterke sprint tegen Kasia Niewiadoma doet wielrenster Demi Vollering toch wat bijna iedereen van haar verwachtte: ze wordt wereldkampioen op de weg.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
De laatste 4,6 kilometer van het WK zijn voor Demi Vollering onbekend terrein. Voor het eerst is ze op weg naar een finish die na 180 kilometer en een beetje getrokken is. Maar de kilometrage speelt niet in haar gedachten. De Nederlandse probeert uit alle macht te bedenken hoe ze de regenboogtrui uit handen van de Poolse Kasia Niewiadoma kan houden nadat haar eerdere solo onverwacht niet tot de finish had standgehouden.
Schakelen, dat moet ze. Plannen overboord gooien en opnieuw beginnen. Als het niet met een lange solo kan, dan moet ze het in een eindsprint proberen. Ondertussen komen in de laatste honderden meters ook Elisa Longo Borghini en Marlen Reusser akelig dichtbij.
Vollering, op kop voor Niewiadoma, ziet het, maar blijft koel. Ze wacht tot de Poolse de sprint opent, reageert en stoomt met krachtige pedaalslagen naar de wereldtitel. De eerste uit haar loopbaan, de vijftiende voor een Nederlandse renster in de wielergeschiedenis.
Iedereen die in de Canadese ochtend aan de start van het wereldkampioenschap verscheen wist wie ze in de gaten moesten houden. Als het woord topfavoriet op iemand van toepassing was, dan was het op Vollering. Na haar zeges in de Tour en Giro, haar overwinningen in de Ronde van Vlaanderen en Luik-Bastenaken-Luik, was wel helder dat zij de beste renster van de World Tour is. Maar goed, die status had ze in eerdere jaren ook en toch werd ze nog geen wereldkampioen.
Wie zo overduidelijk de beste is, weet dat het druk wordt aan het achterwiel. Ook Vollering wist dat haar concurrenten hun wedstrijdtactiek op haar rijden zouden afstemmen. En daarmee was ook wel duidelijk welke strategie de Nederlandse equipe moest volgen. Ze dienden de wedstrijd te controleren, het tempo in het peloton te bepalen om een verrassing als vorig jaar, toen de Canadese Magdeleine Vallieres de regenboogtrui veroverde vanuit een vlucht, te voorkomen. Voorspelbaarheid, dat was het plan.
En voorspelbaarheid kreeg de toeschouwer. Een kleine kopgroep kreeg een paar minuten voorsprong omdat er van het viertal geen dreiging uitging. Erachter kleurde de kop van het peloton oranje. Dat bleek ook uit veiligheid een goede keuze. Toen halverwege de koers een grote groep rensters tegen het asfalt klapte, zaten, op Femke de Vries na, de Nederlanders er keurig voor. De zes in het oranje bleven in de kilometers na die massale crash de gangmakers, haalden de kopgroep terug en sorteerden voort op wat het plan voor de finale was.
Puck Pieterse was de bom die de koers werkelijk liet ontploffen. Karlijn Swinkels had net haar positie op kop afgegeven toen Pieterse het tempo opvoerde op de Voie Camillien-Houde, het steile zwaartepunt in het parcours. In feite was er maar één vrouw die de versnelling kon volgen, en dat was precies degene voor wie Pieterse deze inspanning deed: Vollering. Na afloop vertelde de wereldkampioen in het flashinterview met van emotie dichtgeknepen keel hoe trots ze op haar ploeggenoten is. ‘Wat zij allemaal voor me gedaan hebben, terwijl ze hier zelf ook kansen hebben.’
Op het moment dat Pieterse haar kracht voelde wegvloeien en alleen nog de Italiaanse Elise Longo Borghini min of meer in de buurt was, ging Vollering zelf. Een paar stevige trappen en de solo leek een zekerheid, een alleingang op weg naar de regenboog en een kilometerstand die Vollering nog niet eerder in koers op haar fietscomputer had gezien.
Anders dan bij de mannen, waar de maximale lengte van wielerkoersen niet in de reglementen is vastgelegd, voert de internationale wielerunie UCI bij de vrouwen een restrictiever beleid met een toegestane bovengrens voor wielerkoersen. In meerdaagses ligt de grens op 150 kilometer, al is in grote rondes als de Tour de France wel één uitzondering per editie toegestaan. Eendaagse koersen mogen in de World Tour niet boven de 160 kilometer uitkomen, maar sinds vorig jaar heeft de UCI een uitzondering gemaakt voor WK's en Olympische Spelen: daarvoor ligt de grens op 180 kilometer.
Vorig jaar, in Rwanda, was de parcoursbouwer nog voorzichtig met het benutten van de nieuw gecreëerde ruimte. Toen reden de vrouwen 164,6 kilometer. Zo lang was dat nog niet. In de Tour de France Femmes van 2022 had Vollering al eens een etappe van 175,6 kilometer gereden, een sprintersrit die door Lorena Wiebes werd gewonnen. Maar in Montréal was de organisatie ambitieuzer, nam zelfs de vrijheid om de officiële bovengrens met 100 meter te overschrijden en een parcours van 180,1 kilometer uit te tekenen.
Ruim 180 kilometer met een WK-peloton en het leeuwendeel van het parcours door de steile heuvels van Montréal was echt iets nieuws. Werkelijk nieuw terrein. Na 160 kilometer wedstrijd reed Vollering met een ogenschijnlijk comfortabele voorsprong op kop, al twijfelde ze wel, vertelde ze. Was ze niet te vroeg gegaan?
En dan, na 165 kilometer, sluiten Longo Borghini, Niewiadoma en ook de Franse Juliette Berthet weer bij haar aan. Vollering vloekte binnensmonds, maar hield zichzelf voor dat het nog niet voorbij was. Dat ondanks haar mislukte aanval de regenboogtrui nog voor het grijpen lag. ‘Ik moest er tot in mijn kleine teen aan toe in blijven geloven.’
Wat volgde waren 15 kilometer met steeds wisselende kansen. Longo Borghini ging een tijd alleen op kop, Vollering kwam met Niewiadoma terug. Berthet verdween uit beeld en Zwitsers wereldkampioen tijdrijden Reusser kwam juist weer dichterbij. Maar de Nederlandse kopvrouw hield het hoofd koel, rekende af met Longo Borghini, accepteerde het samenzijn met Niewiadoma. En toen het tot een sprint à deux met de Poolse kwam, was er geen twijfel meer. ‘Nee, ik dacht: deze is voor mij.’
Source: Volkskrant