Oorlog in Oekraïne In het operahuis van Lviv dacht Joris Luyendijk: zouden we ons zo weinig verbinden met de Oekraïners omdat zij ons confronteren met onze eigen kwetsbaarheid? Want kwetsbaar zijn we, tegenover een dictator die elke zwakte meedogenloos uitbuit.
Langs een weg bij Kramatorsk hangen netten om verkeer te beschermen tegen drone-aanvallen.
Iedere theaterliefhebber kent het: de voorstelling is voorbij, iedereen gaat staan en klappen, en jij ook. Maar dan gaat het applaus te lang door. Deze zomer had ik in het 126 jaar oude, strak uitverkochte en duizelingwekkend mooie Theater voor Ballet en Opera van Lviv in West-Oekraïne het tegenovergestelde gevoel. Zojuist had ik de première beleefd een nieuwe uitvoering van de opera Faust (1859) van de Franse componist Charles-François Gounod. En nu wilde ik juist klappen tot ik niet meer kon, tot mijn handen rood zagen en mijn armen doodmoe langs mijn lijf naar beneden zouden hangen.
En dat terwijl ik deze opera niet genoeg ken om er echt van te genieten. Mijn gedachten dwaalden toch af, bijvoorbeeld naar de avond in mei met Jevgeny – niet zijn echte naam – in Dnipro. Ik vertelde dat Nederlanders me soms ‘oorlogstoerist’ noemen, en spreken van ‘toe-eigening’. Jevgeny is een van de meest spraakzame en zachtaardige mensen die ik ken in Oekraïne. Nu was hij even stil. „Call it whatever the fuck you like, wij vechten voor ons leven hier en we hebben hulp nodig.”
Joris Luyendijk is schrijver en werkte dertig jaar als journalist.
Op het podium bracht Mefisto schaterlachend zijn psychopathische plannen ten uitvoer, en ik moest onwillekeurig denken aan die directeur van een schoenenfabriek in Loetsk. Hij mag mannelijke medewerkers aanmerken als ‘essentieel’, zodat ze niet naar het front hoeven. Maar niet allemaal. Die directeur kent de gezinnen van ieder van die mannen.
Daarom voel ik me sinds een jaar aangetrokken door opera, denk ik. Je ziet de drama’s des levens voor je. Tot nu toe lagen die bij mij bedekt onder een dikke korst luxe en ironie. Dat doet 81 jaar vrede met een mens. Maar in Oekraïne is het opeens verwarrend helder en simpel: als Rusland ophoudt met vechten, is de oorlog voorbij. Als Oekraïne ophoudt met vechten, is Oekraïne voorbij.
Ja, je moet genuanceerd blijven. Alleen zijn sommige dingen zwart-wit. Er was geen rechtvaardiging voor de Duitse invasie van Nederland. Punt. Waar twee vechten hebben niet automatisch twee schuld, en zo is er geen ‘andere kant’ aan de Russische invasie. Zeker, je moet je verdiepen in het Poetin-regime. Maar hier wordt een weerloze democratie verkracht, geplunderd en bedreigd met totale culturele vernietiging door het grootste land ter wereld.
Het lijkt wel of sommige Nederlanders zozeer gewend zijn om in alles nuances te zoeken, dat ze uit alle macht geloof hechten aan de schijnargumenten en leugens waarmee Rusland de eigen agressie rechtvaardigt.
Aldus bleven zich de hele voorstelling indrukken en angsten van het afgelopen jaar melden, tot er plots een zalige aria doorheen prikte. Dan zat ik weer te genieten te midden van duizend anderen. Die concentratie overal, de overgave bij enkelen…
Maar daar ontsnapte me het genot me weer, nu bij het besef dat de hele zaal dierbaren moet hebben liggen op het legerkerkhof Field of Mars in Lviv. Toen ik daar vorig jaar augustus voor het eerst kwam, was het halfvol. Nu is verderop een tweede geopend. Je houdt het er niet droog: ieder graf heeft een foto, jochies van achttien maar ook kerels zoals ik van midden vijftig, of zelfs ouder nog. Naast elk graf staan bankjes en daar zit soms een vrouw zo smartelijk te huilen dat er een tractor over je ziel rijdt. Of zo’n ouder echtpaar dat samen naast de foto van hun zoon zit. Je stelt je voor hoe ze die middag de stilte thuis doorbraken: ‘anders gaan we nog even bij hem langs?’
Faust duurt drieënhalf uur, met twee pauzes. Er was frisdrank, wijn, whiskey en prosecco – die tot verbazing van de cateringdames al na het eerste intermezzo op was. Bijna het hele publiek was vrouw, want de mannen zijn aan het front, gevlucht, ondergedoken of dood. De discussie over ‘mannelijk privilege’ is in Oekraïne wat stilgevallen.
Uiteraard stond een leger suppoosten klaar om ons bij luchtalarm naar de schuilkelder te krijgen. Maar verder was het een avondje uit als in Amsterdam of een andere Europese stad.
Dat had het ook daadwerkelijk kunnen zijn, indien Oekraïne net als Polen bij de EU en de NAVO had gemogen. Vijfendertig jaar geleden waren beide landen even arm. Nu heeft Polen een economie van bijna 1.000 miljard euro. Oekraïne zat voor de oorlog in 2022 op een vijfde daarvan. Dat is het verschil tussen de schaduw van Moskou en het licht van Brussel. De NAVO garandeert investeerders dat hun bezittingen niet worden geplunderd door een bezetter. De EU garandeert goed bestuur zodat bezittingen niet worden geplunderd door de eigen regering.
Oekraïners vechten om bij ons te mogen horen. Wat doen wij? Het hoopgevende antwoord: van hulporganisaties die zich inzetten voor Oekraïne, hoor ik dat elke dag meer gewone burgers in Nederland actief worden. Ze organiseren benefiets en konvooien naar Oekraïne met hulpgoederen. Zeker zo hoopgevend is dat na het verraad van Trump wij – tegen de verwachting van Poetin – Oekraïne niet lieten vallen. Dankzij ons Europeanen leven dertig miljoen Oekraïners nog altijd in vrijheid, en niet onder een gruwelijke bezetting. Hier mogen we veel trotser op zijn. Waar zijn de leiders in Europa die dit punt maken, en duidelijk maken wat hier op het spel staat?
Dit weekend is in Amsterdam een demonstratie tegen de „oorlogskoorts”, georganiseerd door progressieve mainstream organisaties als de Landelijke Studentenvakbond en de jongerentak van vakbond FNV. Zij gaan de straat op, maar niet om hun solidariteit met de vrijheidsstrijd van de Oekraïners te tonen – in het bijgaande manifest wordt het land anders dan Palestina, Libanon en Iran niet eens bij naam genoemd. Wel pleit men tegen „militarisering” en zoekt men de oplossing bij „de-escalatie en diplomatie”.
Dit klinkt natuurlijk heerlijk. Maar wie Poetin volgt, weet dat de man in het verleden de-escalatie consequent heeft opgevat als zwakte – waarna hij juist durfde te escaleren. Dit regime verstaat maar één taal en dat is de taal van de ijzeren vuist. Die moet gepaard gaan met diplomatie, zeker. Maar diplomatie zonder die vuist is een routekaart naar capitulatie.
Het zou de demonstranten sieren als ze althans duidelijk maakten of ze nu eigenlijk de militaire steun aan Oekraïne willen beëindigen. Het antwoord lijkt te vinden in de ‘eisen’ van de demonstranten: „Nog meer bewapening en verdere militaire escalatie brengen een duurzame vrede niet dichterbij, maar verlengen juist het bloedvergieten en vergroten de risico’s voor heel Europa.”
Dus laten we dit eens doordenken. De Europese steun stopt. De Oekraïense staat stort in, het front breekt en Rusland stoot door tot aan de grens met Polen, Hongarije, Slowakije en Roemenië – Poetins oorspronkelijke plan in 2022.
Trekt Europa zijn handen af van Oekraïne, dan wordt het enige leger in Europa dat kan vechten met drones vernietigd. Belangrijke delen van de drone-industrie vallen in Russische handen. Miljoenen diep getraumatiseerde Oekraïeners overspoelen de EU. Poetin beheerst de ‘graanschuur van de wereld’ en bepaalt voortaan de broodprijs in Afrika en het Midden-Oosten. Zijn entourage mag Oekraïne leegplunderen. Intussen stelt de rest van de wereld vast dat Europa echt niks kan en wil. Poetins beïnvloedingsoperaties in Europa gaan in overdrive: kijk eens, wij zijn winnaars.
Hoezo raakt dit niet direct ons nationaal belang? Hoezo zijn nu „de risico’s voor heel Europa” kleiner geworden? En wat gaan „de-escalatie” en „diplomatie” ons precies brengen, nadat Oekraine onder de voet is gelopen? Oekraïne is minder ver rijden dan Madrid of Stockholm. Het is een dominosteen: als Oekraïne valt, krijg je een levensgevaarlijke kettingreactie.
De opera vervolgde en ik dacht: zouden we ons zo weinig verbinden met de Oekraïners omdat zij ons confronteren met onze eigen kwetsbaarheid? Dan liever woede over de afschuwelijke slachtpartij in Gaza. Die gaat immers over principes, want hoe pijnlijk ook: als Gaza ten onder gaat, komen onze eigen vrijheid en veiligheid niet in gevaar. Hooguit ziet de hele wereld dat onze principes weinig waard zijn indien ze ons wat kosten. Maar dat wist de wereld al.
Afhankelijk van hoe je telt, geeft een Nederlander ongeveer 150 euro per jaar aan Oekraïne. Ter vergelijking: aan cosmetica geven we aanzienlijk meer uit. Je zou bijna denken dat we liever mooi dan veilig zijn. Of zijn we liever onwetend van gevaren dan dat we ons kwetsbaar voelen door het besef ervan? Maar hoe kun je je verdedigen tegen een kwetsbaarheid die je voor jezelf verbergt?
Terecht waarschuwen mensen voor militarisering. Terecht wijzen ze op het belang van het internationaal recht. Macht zonder recht is barbarij – kijk hoe beestachtig Rusland tekeer gaat in de bezette gebieden. Maar recht zonder macht is loze symboliek. En het ontbreekt Europa nu aan machtsmiddelen, of aan de wil om die machtsmiddelen in te zetten.
Daarom heb ik het laatste halfjaar weinig anders gedaan dan fondsen werven en spullen brengen naar Oekraïne. Dit is onze oorlog. Je hoort weleens dat de geschiedenis onze generatie hard zal veroordelen – maar dan ga je ervan uit dat er straks nog historici zijn die tot een zelfstandig oordeel kunnen en mogen komen. De rechtsstaat die zo’n zelfstandige opstelling mogelijk maakt, wordt frontaal door het Kremlin aangevallen. In Oekraïne, maar ook in Europa, met cyberaanvallen, sabotage en manipulatie van de publieke opinie. In Oekraïne staan daarom niet alleen onze principes op het spel, maar de mogelijkheid om überhaupt principes te hebben.
Nu draaien we het om: stel dat het lukt om Rusland terug te dringen, zodat Oekraïne bij de NAVO en de EU kan. Het land gaat bloeien als Polen. Wat een economische oppepper voor Europa, wat een aanwinst in militaire zin. Wat een krachtige boodschap: democratieën zijn sterker dan dictaturen. Voorwaar een signaal waar iedere democraat op aarde naar snakt. Als je de Oekraïners meerekent, zijn we met zeshonderd miljoen Europeanen – tegenover nog geen honderdvijftig miljoen Russen. Hoezo zouden wij dit niet kunnen? Het doek viel, en na het koor en de kleinere rollen greep het publiek de kans om de individuele zangers te eren. Daarop gebaarden de zangers naar dirigent Ivan Tsjerednitsjenko om uit de bak te komen. Hij klom naar boven en toen gebeurde het: bij het zien van de volle zaal schoot de goede man volledig vol.
Daarom wilde ik klappen, in het Theater voor Ballet en Opera, en blijven klappen. Dat je als land na dik vierenhalf jaar oorlog – al die doden, gewonden en getraumatiseerden, de dagelijkse terreur van Russische moordaanslagen op burgerdoelen met raketten en drones – nog steeds zo’n productie kunt neerzetten. Een vol orkest, een koor op het podium, voortreffelijke zangers, creatieve decors en lichtgebruik, drieënhalf uur lang.
Ik wilde klappen omdat Oekraïners er, overmacht of niet, in geslaagd zijn hun land te verdedigen. Omdat ze een drone-industrie van wereldklasse uit de grond hebben gestampt. Omdat ze nog steeds een rechtsstaat hebben, en anders dan de Russen niet op burgerdoelen mikken.
Of wij het in onze behaaglijke bubbels willen weten of niet, de Oekraïners laten zien waartoe Europeanen in staat zijn wanneer ze zich ergens vol voor inzetten. Niet door te capituleren voor een bullebak, maar door terug te vechten. Als er hoop is voor Europa, dan ligt die in Oekraïne.
Het honorarium voor dit artikel wordt gedoneerd aan Project Ukraine.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie