De Haïtiaans-Canadese dichter en debuterend romancier Thélyson Orélien (38) baseerde het plot van C’était ça ou mourir grotendeels op zijn eigen vlucht van Haïti naar Canada. Een anonieme account op X haalde de tekst door AI-detector Pangram, die beweert dat het boek ‘100 procent AI’ is.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over Noord-Amerika, het Caribisch gebied en Suriname.
Afgelopen maandag reikten de Franse boekhandelaars hun jaarlijkse literaire prijs uit. Deze Prix du roman Fnac 2026 ging naar de schrijver van een, volgens het juryrapport, ‘diep ontroerende’ en ‘poëtisch geschreven’ roman. Op vrijdag werd datzelfde boek geschrapt van de longlist voor een andere prijs, de gewichtige Prix Goncourt, omdat het waarschijnlijk grotendeels is geschreven door AI.
Zo stortte de Haïtiaans-Canadese dichter en debuterend romancier Thélyson Orélien (38) in een paar dagen van de drempel van de literaire hemelpoort, rechtstreeks het voorgeborchte van de hel in, met dank aan een X-account dat op basis van de bevindingen van AI-detector Pangram beweert dat het boek ‘100 procent AI’ zou zijn. Herhaling van dit experiment door onder andere Le Monde en The New York Times leverde een vergelijkbare uitkomst op.
C’était ça ou mourir luidt de Franse titel, ‘Het was dit of sterven.’ In 272 pagina’s vertelt het boek het vluchtverhaal van een leraar aardrijkskunde en geschiedenis, die door bendegeweld wordt verdreven uit Port-au-Prince, de hoofdstad van Haïti. Na een lange tocht over zee en door de levensgevaarlijke Darién Gap die Zuid- en Midden-Amerika verbindt, bereikt hij, dwars door de VS, uiteindelijk Canada.
In interviews met Franse en Canadese media, afgenomen vóór de ophef, vertelde Orélien dat het plot gedeeltelijk gebaseerd is op zijn eigen levensloop. Daarnaast liet hij zich inspireren door de verhalen van andere migranten, die hij leerde kennen in Montreal. In de Franstalige Canadese metropool vond Orélien een thuis na zijn eigen vlucht uit Haïti in 2010, na de aardbeving die aan 200 duizend inwoners van de eilandstaat het leven kostte en het huis van de schrijver verwoestte. Inmiddels is hij ook Canadees staatsburger.
Orélien schrijft al sinds zijn kindertijd, geïnspireerd door de boeken die zijn vader meebracht als souvenir als hij op reis was voor zijn werk bij een Amerikaanse NGO. Leraren benoemen zijn talent en moedigen hem aan door te zetten, zo schrijft Le Monde in een profiel. Eenmaal in Canada laat Orélien al snel van zich horen in columns, essays en opiniestukken.
Al voor publicatie klonk in Frankrijk een hooggestemd geroezemoes over Het is dit of de dood. De boekhandels verkochten in de eerste paar weken na verschijning 54 duizend exemplaren. Recensies juichten en ronkten, twintig landen kochten de vertaalrechten en Orélien hengelde dit najaar alle noemenswaardige literaire nominaties binnen. Betere geboorteomstandigheden voor een internationale bestseller waren, kortom, nauwelijks denkbaar.
Tot een paar uur na de uitreiking van de Prix du roman Fnac afgelopen maandag op X het bericht verscheen dat AI-detector Pangram aansloeg op het boek. Het account dat dit onverkwikkelijke nieuws verspreidde heet Balance ton Claude, verklik je Claude, naar de AI-assistent van het bedrijf Anthropic.
Hoewel het tot dan toe anonieme account weinig volgers had, ging het balletje snel rollen. In eerste instantie werd de AI-beschuldiging vooral verspreid door radicaal-rechtse accounts die in het ontmaskeren van een zwarte, over migratie schrijvende auteur een kolfje naar hun hand zagen. Daarna sprong de grote centrumrechtse krant Le Figaro op het nieuws. Was er sprake van een lastercampagne met racistische trekjes?
Dat ontkent Samuel Fitoussi, essayist en columnist voor Le Figaro, die zich donderdag bekendmaakte als een van de mensen achter het verklikaccount. Hij zegt het te runnen uit angst dat AI ‘het lezen en schrijven doet verdwijnen’. Het idee om juist het boek van Orélien door Pangram te halen, ontstond na tips van volgers over typisch AI-taalgebruik. Het gaat daarbij om opsommingen, vooral drieslagen, en zinsnedes als ‘dit is niet a, maar b’.
Orélien heeft in een eerste korte reactie op de aantijgingen gezegd te vermoeden dat de algoritmes van Pangram aanslaan op zijn niet-Westerse stijl die meer staccato is en dat hij niets heeft gedaan waarvoor hij zich hoeft te schamen.
AI is niet onfeilbaar en de fundamentele discussie over de rol ervan in de kunsten – en wat ze doet met het auteurschap – staat nog in de kinderschoenen. Maar Pangram geldt volgens experts als de ‘goudstandaard van de AI-detectie’, zoals The New York Times schreef. Bovendien kwamen ook andere detectieprogramma’s, zoals GPTZero, tot de conclusie dat Orélien intensief gebruik moet hebben gemaakt van AI.
Zekerheden zijn er nog niet in deze kwestie die nieuw land verkent op zowel kunstzinnig als technologisch gebied. Toch ziet de zaak er voor Orélien met de dag slechter uit. Waar zijn Franse uitgever Éditions Grasset hem de hand nog enigszins boven het hoofd houdt, trekt het Canadese Boréal de handen van hem af. ‘We kunnen niet garanderen dat de aantijgingen onwaar zijn’, schrijft de uitgeverij in een verklaring.
Behalve de Franse beschuldigen van AI-gebruik, komt uit Oréliens thuisland nu een reeks verdenkingen van plagiaat op gang. Het gaat daarbij om columns voor de krant La Presse, die passages zouden bevatten uit een roman uit 1960. Daarnaast beweert Radio Canada, onderdeel van publieke omroep CBC, dat Orélien in 2012 en 2013 ten minste vier opiniestukken schreef die stukken uit al bestaande teksten bevatten.
De Académie Goncourt besloot de tot voor kort veelbelovende genomineerde daarop te offeren voor het algemeen belang en het eigen blazoen. Orélien werd geschrapt van de longlist ‘om de integriteit van de Prix Goncourt en die van de Académie te waarborgen – een Académie die als kerntaak heeft literatuur van vrouwen en mannen te bevorderen en te eren’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant