Home

Apollo of Dionysus: Friedrich Nietzsche wist wel bij wie zijn voorkeur lag

Een nieuwe vertaling van Friedrich Nietzsches filosofische klassieker De geboorte van de tragedie maakt voortreffelijk duidelijk waar de oorsprong ligt van de dynamiek tussen de rede en de extase.

Toen er in oktober 1872, tien maanden na publicatie, nog altijd stilte heerste rond zijn eerste boek, Die Geburt der Tragödie, schreef een diep teleurgestelde Nietzsche in een brief aan zijn studievriend Erwin Rohde: ‘Het is alsof ik een misdaad heb begaan.’

Op dat moment was Nietzsche hoogleraar klassieke filologie in Basel, een aanstelling die hij al op 24-jarige leeftijd had gekregen. Gaandeweg had hij een groeiende weerzin gekregen tegen die studie van taal en cultuur aan de hand van oude geschriften, maar die werd enigszins gecompenseerd door een geestdriftige ideeënuitwisseling met zijn idool Richard Wagner en diens vriendin Cosima von Bülow, die hij vaak lange bezoeken bracht in hun villa op de landtong Tribschen, nabij Luzern.

Nietzsches vermoeden klopte in zekere zin, want veel van zijn vakgenoten lazen zijn eerste boek als niets minder dan een misdaad tegen de wetenschap. De eerste daadwerkelijke recensie was dan ook vernietigend.

In een spottend pamflet met de titel Zukunftphilologie! stelde Ulrich von Wilamowitz-Moellendorff, een oud-schoolgenoot van Nietzsche, dat het boek niet serieus te nemen viel, aangezien het op geen enkele manier aan de maatstaven van de filologische methode voldeed. Nietzsche – ‘deze dionysische profeet’ – kon geen wetenschapper worden genoemd.

Zowel zijn werkwijze als zijn schrijfstijl moest het ontgelden: ‘De wijsheid die via intuïtie is verkregen wordt deels in preekstijl en deels in een denkwijze gepresenteerd die maar al te veel lijkt op die van een journalist, ‘de inktkoelie van de dag’.

Wilde speculaties

Achteraf bezien blijken het juist de filosofische overdenkingen, de wilde speculaties en de suggestieve poëtische kracht te zijn die collega-filologen zoals Wilamowitz-Moellendorff tegen de borst stuitten en die juist van De geboorte van de tragedie een filosofische klassieker hebben gemaakt.

Er is onlangs een nieuwe vertaling verschenen bij uitgeverij Boom. Maarten van Buuren, die zich de laatste jaren heeft toegelegd op het vertalen van Nietzsches volledige oeuvre, heeft een uitmuntende vertaling afgeleverd. Daarbij maakte hij andere keuzen dan Hans Driessen dat deed in diens vertaling uit 2000. Bij van Buuren is Nietzsches taal vloeiender en melodieuzer dan bij Driessen; tegelijkertijd neemt hij soms iets meer vrijheid dan Driessen ten opzichte van het Duitse origineel. Ook verzorgde hij een nawoord, dat op een heldere en informatieve manier de historische en filosofische context schetst waarin Nietzsches eerste boek is ontstaan.

Van Buuren noemt De geboorte van de tragedie ‘Nietzsches moeilijkste, maar tevens belangrijkste werk’. In het boek, dat sterk onder de invloed van Wagner en Schopenhauer staat, wordt de kiem gelegd voor zijn latere werk. Twee elementen uit dit boek blijven hem zijn hele denkende leven begeleiden: de dynamiek tussen ‘het dionysische’ en ‘het apollinische’ en een kritiek op de pretentie van het moderne rationele denken om het wezen van de dingen te kunnen doorgronden.

Voor Nietzsche waren de oude Grieken door en door bekend met de gruwelen van het menselijke bestaan, en was hun wereldbeeld wezenlijk pessimistisch. Dat staat haaks op het beeld dat zijn tijdgenoten van de oude Grieken hadden: dat van een nobel en onbevangen volk dat werd gekenmerkt door griechische Heiterkeit, ‘Griekse sereniteit’.

Hij veronderstelt een tegenstelling tussen enerzijds de god Apollo, die staat voor de beeldende kunst, het woord, de schijn en de orde, en anderzijds de god Dionysus, die staat voor de muziek, de roes en de extase. In de Griekse tragedie – zoals bij Aeschylus en Sophocles – kwamen deze twee polen volgens Nietzsche op een unieke wijze samen. Dat bood de oude Grieken ‘metafysische troost’, door te tonen ‘dat het leven in de grond van de zaak, ondanks de voortdurende wisseling van verschijningen, onverwoestbaar machtig en wellustig is’.

Maar hieraan komt met Euripides een einde, omdat deze met zijn naturalistische en rationele benadering de tragedie wilde zuiveren van het dionysische element. In zijn theater ziet Nietzsche ‘de doodsstrijd van de tragedie’.

Maar er is iemand die een nog grotere tegenstander van Dionysus is dan deze tragediedichter: Socrates. Deze filosoof is voor Nietzsche niets minder dan ‘een spil en keerpunt van de zogenaamde wereldgeschiedenis’. Maar in plaats van hem te vereren als de stamvader van de westerse filosofie, zoals ook nu nog gebruikelijk is, zet Nietzsche hem neer als een decadent en destructief figuur.

Invloedrijke kritiek

Socrates introduceert een vorm van steriel rationalistisch denken dat tot doel heeft ‘het bestaan als begrijpelijk voor te stellen en daardoor te rechtvaardigen’, waardoor er weinig van het dionysische mysterie overblijft, en daarmee van de kunst.

Nietzsche ging hiermee ver voorbij aan een specialistische historische of esthetische discussie over de Griekse tragedie; hij leverde een invloedrijke kritiek op de moderne cultuur en wetenschap. Ontelbare denkers en schrijvers in de 20ste eeuw werden hierdoor beïnvloed, onder wie Martin Heidegger, Michel Foucault, Gilles Deleuze, Thomas Mann, André Gide en Jack London.

Vanwege de werkingskracht die hij toeschrijft aan de kunst is hij populair bij kunstenaars: ‘want de wereld en het bestaan worden alleen als esthetisch verschijnsel voor eeuwig gerechtvaardigd’, zo luidt een beroemde zin uit het boek.

De geboorte van de tragedie was in eerste instantie ook bedoeld als een lofzang op Wagner. Nietzsche spreekt tegen het einde de hoop uit dat de muziek van de Meister de dionysische geest kan doen herleven en zo tot een vernieuwing van de Duitse cultuur kan leiden. Maar zoals bekend kwam Nietzsche bedrogen uit. Na het spectaculaire Bayreuth-festival in 1876, waar Der Ring des Nibelungen integraal werd opgevoerd, nam hij geleidelijk afstand van zijn idool.

Hoezeer Nietzsche verwantschap zou blijven voelen met zijn eerste boek valt alleen al op te maken uit een aantal van zijn brieven uit 1889, de laatste die hij verstuurde voordat hij zijn verstand verloor. Die ondertekende hij simpelweg met ‘Dionysus’.

Friedrich Nietzsche: De geboorte van de tragedie. Uit het Duits vertaald door Maarten van Buuren. Boom; 200 pagina’s; € 21,90.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next