Home

‘Flora’ van de Tsjechische Jonáš Zbořil is fascinerend vreemd

Gaat het over jonge ouders? Het klimaat? En wat wie of wat is Flora: een homp of een mens? Zbořil weet grote thema’s van deze tijd op ingenieuze wijze literair vorm te geven.

Ergens in ‘een vallei die hier door staalslakken is ontstaan’ vinden Adam en Sára een wezen. Ze zien een ‘wirwar van vormen in de duisternis’, onderscheiden ‘een paar ogen’ en zoeken naar ‘iets van een bewustzijn’.

Het lichaam is ‘klein en teer’; ze weten niet ‘waar het begint en waar het eindigt, wat erbij hoort en wat niet’. Maar: ‘Dan zien we dat het een gezicht heeft.’

Zo begint Flora, de debuutroman van de Tsjechische schrijver, dichter en journalist Jonáš Zbořil (1988). Het jonge stel bevindt zich in de buurt van een grote stad, ‘boven ons de ring van de snelweg, de spoorbrug, het prikkeldraadhek van de treinremise, overal afzettingen, verbodsborden en struikgewas’.

De beschaving is dichtbij, maar ook ver weg: in principe bevinden Adam en Sára zich tussen de bomen en planten, met slechts een paar mensen in de buurt. Gestaag breidt die Rimboe zich overigens uit: het is een ontembaar monster, doorlopend aangevuld door wat de inwoners van de stad niet willen zien. Noem deze roman dus gerust ecologisch-dystopisch.

Adam en Sára nemen het wezen mee en noemen haar Flora. Dit wezen biedt een antwoord op of oplossing voor Sára’s tot dan toe onbeantwoorde moederlijke gevoelens. Flora heeft haar nodig, meent ze: ze denkt dat Flora ‘met de juiste zorg iets zal worden zoals wij. Een kind.’ Adam houdt meer afstand: voor hem is het wezen lange tijd vooral een ‘homp’. Het leidt tot enige verwijdering tussen hen: in hoeverre kun je een mens maken?

Mysterieuze buren

Zbořil houdt zijn kaarten in Flora dicht tegen de borst. Wie of wat is Flora – hoe is ze ontstaan, waar komt ze vandaan? Wat is de Rimboe? (In de zomer merkt Adam op: ‘De Rimboe is in een nieuwe ontwikkelingsfase gekomen… Alles is gerijpt.’) Hebben Ivana en Ludvík, de al net zo mysterieuze buren, eerder een Flora-achtige vondst gedaan? Waarom gaat Sara’s gezondheid achteruit?

Je kunt dat ondoorgrondelijk vinden, en dat heb ik ook een tijdje gedaan. Zbořils beschrijvende, registrerende proza trekt je echter het verhaal in. Er zit een logica in deze wereld die de lezer nooit helemaal begrijpt – deze lezer in ieder geval niet –, maar die wel logisch en coherent voelt. Flora is een oefening in verleiding.

Zbořil lijkt voornamelijk geïnteresseerd in de verkenning van hoe het voelt om in de Rimboe te wonen. Als Flora zich krabt, is onduidelijk of ze dat zelf wil of dat de Rimboe haar dingen ingeeft. Duidelijk is dat de Rimboe leeft en een eigen wil heeft.

In de roman staat uiteindelijk een ongewoon gezin centraal, en daarmee is dit ook een teder verhaal over ouderschap. Sára probeert ‘gewoon’ wat ze kan: ‘Als ze onrustig is, doe ik mijn best om haar te kalmeren’, zegt ze over Flora. Zelfs in de ongewoonste situaties kun je leren ouder te zijn, is de suggestie.

Adam lukt het echter niet, of niet zo gemakkelijk: ‘Hoe zou ze eruitzien als ze een kindergezichtje had?’, vraagt hij zich af nadat hij in de stad onder de mensen is geweest. Misschien is zijn probleem precies dat: dat hij nog in de wereld buiten de Rimboe komt.

De Rimboe is niet eng; Flora is geen horrorverhaal. Er valt prima te leven: er groeit fruit, en groenten. Toch is er wel een continue, eerst wat vage en later steeds sterker wordende dreiging. Het is er unheimisch. Zo is de natuur met zichzelf in gevecht: ‘En Sára lijkt onherroepelijk levenskracht te verliezen.’

Een flinke scheut ecologisch bewustzijn

De wereld van Flora lijkt op de wereld die de Sovjetfilmmaker Andrej Tarkovski optrok in Stalker (1979), inclusief de suggestie dat er in de Rimboe dingen gebeuren die zich onttrekken aan wetgeving en politieke controle. Daaraan voegt Zbořil een flinke scheut hedendaags ecologisch bewustzijn toe. Adam en Sára kunnen zich slechts overgeven aan de Rimboe – of misschien ook wel niet: misschien is Flora uiteindelijk vooral een waarschuwing voor de schadelijke invloed van de mens op de aarde.

Historisch gezien staat de Tsjechische literatuur in het hart van Europa: denk bijvoorbeeld aan de manier waarop 20ste-eeuwse auteurs hebben gereageerd op de grootste politieke ontwikkelingen van die eeuw. Van Franz Kafka’s surrealistische parabels tot Václav Havels humanisme: je kunt zo’n beetje alle grote gebeurtenissen van de 20ste eeuw teruglezen in het werk van Tsjechische auteurs.

In recente jaren lijkt een jonge generatie deze mantel te hebben overgenomen. Auteurs als Marek Šindelka (1984) en Marek Torčík (1993) lieten al eerder zien de grote thema’s van deze tijd – de klimaatcrisis, migratie, klasse – op ingenieuze wijze literair vorm te kunnen geven. Jonáš Zbořil voegt zich nu met Flora met stip bij hen.

Jonáš Zbořil: Flora. Uit het Tsjechisch vertaald door Irma Pieper. Nijgh & Van Ditmar; 183 pagina’s; € 22,50.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next