Home

Gratis geld op straat, dat doet iets met mensen: ‘Uit heel Europa komen ze naar Amsterdam om blikjes te verzamelen’

Het aantal rondslingerende blikjes is sinds de invoering van statiegeld met 70 procent gedaald. Een succes dus, maar vooral in steden veroorzaken verzamelaars veel overlast. Een Amsterdamse uitvinding moet wat verlichting brengen.

is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.

De Amsterdamse wethouder Lian Heinhuis (Pro) moet toegeven: nooit had ze gedacht met zo veel enthousiasme en hoop naar een vuilnisbak te kijken. Maar hier staat-ie dan: de Puccini Retrofit.

Gaat deze nieuwe prullenbak soelaas bieden voor de Amsterdamse afval-ellende? Zo op het eerste oog lijkt hij niet heel anders dan zijn voorganger, de ‘gewone’ Puccini. Hij is van staal, ruim een meter hoog en heeft door de gris sablé poedercoating een matte, gezandstraalde uitstraling. Toch is deze vernieuwde Retrofit, met zijn robuuste binnenwerk, zelfsluitende deur en apart bakje voor blikjes, de hoop van menig Amsterdammer.

Aandachtig kijkt de wethouder hoe stadsreiniger Kerrel Becker de bak demonstreert. Deurtje open en binnen twee seconden weer dicht. Met stevige klap, helemaal vanzelf. Vanaf maandag worden de eerste tweehonderd geplaatst. Hier, op het opslagterrein van de stadsreiniging, staat het prototype dat een einde moet maken aan de opengebroken afvalbakken en losgetrokken zakken al klaar.

Maandenlang is eraan gewerkt door ambtenaren, ontwerpers en medewerkers van de stadsreiniging. Ook Becker dacht mee. Want de frustratie is hoog. Sinds de komst van het statiegeld op blikjes stegen de jaarlijkse schoonmaakkosten in de stad met 11 miljoen euro. Desondanks is het nog altijd vies op straat. Op sommige plekken gaan Becker en zijn collega’s inmiddels twaalf keer per dag langs met de veegwagen. En zelfs dat is niet genoeg.

Becker weet: voor sommigen is het statiegeldblikje een zegen. ‘Mensen uit heel Europa komen naar Amsterdam om blikjes te verzamelen.’ Maar voor hem en zijn collega’s is het inmiddels een vloek. En ook wethouder Heinhuis heeft ‘weleens gedacht: schaf die regeling maar weer af, het veroorzaakt zo veel problemen. Maar ja, is dat dan de oplossing?’

Vloek of zegen?

Is het statiegeldblikje een vloek of een zegen? In 2023 werd de maatregel ingevoerd en in grote delen van het land werkt die goed, blijkt uit de Zwerfafvalmonitor. Het aantal blikjes op straat daalde met ruim 70 procent.

Maar vooral in grote steden hoor je andere verhalen. ‘Eigenlijk alle gemeenten waar veel bezoekers komen, ervaren overlast’, zegt Heinhuis. ‘Zierikzee in de zomer ook.’

In Amsterdam zijn de gevolgen het grootst. Jaarlijks bezoeken meer dan twintig miljoen mensen de stad, veelal toeristen of dagjesmensen die de statiegeldregeling niet kennen of geen zin hebben een blikje of flesje in te leveren. Hierdoor belandt veel ‘gratis geld’ in de prullenbak.

Het gevolg is een dynamiek die niet was voorzien. Het statiegeldblikje is inmiddels meer dan alleen een drankverpakking. Het legt armoede bloot, biedt een groeiende groep daklozen een bron van inkomsten en verslaafden een manier om zichzelf van drugs te voorzien.

‘Hier kost een pijpje crack 5 euro’, zegt Peter Hoogland, beleidsmedewerker Dakloosheid en Toegang van de Amsterdamse GGD. ‘Laatst was ik in Zwitserland, daar kost het 20 euro. Het is dus aantrekkelijk om vanuit Europa naar steden als Amsterdam of Rotterdam te komen. Zeker als je weet dat je hier met het verzamelen van blikjes 80 à 90 euro per dag kunt ophalen.’

Vuilnis op straat

Het is een perfecte storm, zegt Pim van Burk. Eentje waarin meerdere maatschappelijke ontwikkelingen samenkomen en elkaar versterken. De raamexploitant woont en werkt in een van de drukste delen van de stad: de Wallen. Daar verhuurt Van Burk, die sinds kort ook raadslid is namens Volt, 39 ramen aan sekswerkers. Vanwege de veiligheid heeft hij meerdere camera’s hangen, op één ervan is een nabijgelegen vuilnisbak te zien.

Om een beter beeld te krijgen van de ‘dynamiek van het blikje’ mag de Volkskrant meekijken in zijn kantoor in de Boomsteeg. Daar speelt hij met versneld tempo meerdere dagen aan beeldmateriaal af. Soms stopt hij even. ‘Kijk hier, maandagochtend, het zonnetje schijnt, prachtige dag, prachtige grachtenpanden. Maar zoom je in op de straat en het water, dan is het één grote gore zooi.’

En toch: wie de beelden bekijkt, ziet dat de stad ook schoon kan zijn. Zelfs op een drukke zaterdagavond. Er komen wel blikjesverzamelaars langs, maar de meesten openen de vuilnisbak, graaien in de zak en sluiten het deurtje. ‘Ik wist wel dat er keurige verzamelaars zijn’, zegt Van Burk. ‘Toch verbaas ik me: de meesten doen het netjes.’

Maar dan verschijnen er twee mannen in beeld, wankel op de benen. Ze trekken het vuilnis uit de bak, gooien het op straat en in de gracht. ‘Ze zijn boos dat er niets in zit. Zo te zien zijn ze onder invloed. De vuilniszak zit nu los in de bak. Het deurtje sluit niet meer.’

En deze vrouw, vervolgt de raamexploitant even later, ‘zien we vaker in de buurt’. Hij laat een opname van donderdagochtend zien. Een vrouw met een lange rok en een capuchonvest duwt een oude buggy met daarop een gigantische tas vol blikjes en flesjes. Routineus trekt ze afvalzakken open of kiepert ze leeg. Ze graait erin, haalt er statiegeldverpakkingen uit en laat de rest achter. ‘Ze heeft overal schijt aan. Kijk nou, wat een zooi.’

Geld om te eten en douchen

Wie ’s ochtends een rondgang maakt over de grachten, ziet aanvankelijk veel ratten wegschieten. Maar rond zeven uur, in de ochtendschemer, zijn het de meeuwen die de dienst uitmaken. Luid gekrijs klinkt over het water. ‘Ik háát die beesten’, zegt een buurtbewoner terwijl hij zijn vuilniszak wegbrengt. Voor zijn grachtenpand heeft een groepje vogels zich verzameld, ze pikken in de opengescheurde zakken en verspreiden de lege vleesverpakkingen, verlepte slablaadjes en uienschillen verder op straat.

Iets verderop staat een man, zijn ogen gericht op een zak. Eerst voelt hij van buiten, dan scheurt hij hem open. Waarom hij dit doet? ‘No father, no mother, no sister, no money’, reageert hij in gebrekkig Engels. Hij spreekt geen Nederlands, maar wil via Google Translate wel praten.

‘Ik recycle blikjes’, verklaart hij. Over de troep op straat wil hij niet veel zeggen. Hij heeft andere dingen aan zijn hoofd, maakt hij duidelijk. Negen maanden geleden kwam de man uit Roemenië, sindsdien leeft hij op straat.

Hij heeft geld nodig, benadrukt hij. Om te eten en te douchen. ‘Als mensen mij zien, keren ze zich van me af.’ Dat begrijpt hij wel. Kijk naar me, gebaart hij. Zijn kleren zijn vies, zijn vettige haar is ongekamd en uit zijn slippers steken voeten met smotsige sokken. ‘Ik walg ook van mezelf. Ik ben dit leven zat. Help me gewoon.’

Vier categorieën

Je hebt vier soorten blikjesverzamelaars, zegt Lamin Kinteh later die ochtend. Een paar minuten geleden bungelden zijn benen nog uit een grote container voor restafval op het Raamplein, hij wilde voordoen hoe je daar op een veilige manier inspringt. ‘Met je bovenlichaam door de gleuf naar binnen, eenmaal daar moet je je hoofd hoog houden’, legt hij uit.

Kinteh verzamelt dagelijks blikjes en flesjes. Volgens de Regenboog Groep, een organisatie die daklozen ondersteunt, is hij een expert. De Gambiaan weet precies wanneer je wat kunt halen en hoe elke vuilnisbak opengaat.

Eerst langs de verhuurder van boten aan de Nassaukade. ‘Daar vind ik makkelijk 10 euro aan blikjes per keer.’ Dan door naar de andere afvalbakken. ‘Deze deur moet je eerst even naar boven trekken, wil je hem goed dichtdoen.’

Kinteh is 37, woont ruim een jaar in Nederland en schaamt zich – in tegenstelling tot veel anderen – niet. Hij weet dat erop neer wordt gekeken, soms reageren mensen zelfs boos. Maar dat deert hem niet. ‘Ik kies ervoor gelukkig te zijn.’

Volgens hem verzamelt de eerste groep statiegeldblikjes om eten te kunnen kopen. De tweede groep zijn de verslaafden, zij zetten de opbrengst meteen om in drank of drugs. ‘De derde categorie zijn de groepen of families. Zij zijn georganiseerd en weten precies waar ze moeten zijn. Zij verdienen veel geld.’

Kinteh valt in de vierde, kleinste categorie: de mensen die het doen voor een betere toekomst. Trots pakt hij zijn telefoon. Op het scherm is een filmpje te zien van een ruimte met een glimmende tegelvloer, zorgvuldig uitgestalde verzorgingsproducten en een rek vol kleding.

‘Mijn zus is in Gambia onlangs een winkeltje begonnen met het geld van de blikjes.’ Afgelopen jaar haalde hij naar schatting acht- tot tienduizend euro op. Het meeste daarvan stuurt Kinteh, die ook in een restaurant werkt, naar zijn familie.

Op ogenschijnlijk luchtige toon vertelt hij zijn levensverhaal. Over hoe hij als minderjarige door zijn neef werd meegenomen, via de woestijn in Libië belandde en in een gammele boot naar Italië vertrok. ‘Met ruim honderd man op de boot, vijftien verdwenen er in het water’, zegt hij terwijl hij de ene na de andere afvalbak controleert.

Wat opvalt: in bijna elke vuilnisbak zit wel een blikje of flesje. Maar, waarschuwt Kinteh: ‘Kijk goed hoe je een bak opent, en inspecteer de zak. Gisteren nog brak mijn vriend zijn vinger.’ Bovendien zitten er regelmatig luiers, kattenbakkorrels en zakjes hondenpoep in. ‘Veel mensen knopen dat zakje niet dicht. Je wilt niet weten hoe vaak ik in een hondendrol heb gegraaid.’

Onvoorziene gevolgen

‘Doet dit pijn?’, vraagt straatarts Loïc de Jongh aan de vrouw tegenover hem. Voorzichtig haalt hij pus weg uit een diepe snee in haar duim. Hij zit in zijn spreekkamer aan de Valckenierstraat in Amsterdam-Oost. Het is spreekuur, speciaal voor dak- en thuislozen. Ook hier hebben de artsen te maken met de ‘dynamiek van het blikje’. ‘Sinds er statiegeld op zit, zien we meer mensen met nare wonden en sneeën in hun handen.’

Hoe vaak het gebeurt, vindt De Jongh lastig te zeggen. Soms ziet hij het een paar keer per week, dan weer een tijdje niet. ‘In afvalbakken zitten dingen waaraan mensen zich kunnen snijden.’

Het begint vaak met een klein sneetje. ‘In combinatie met dakloosheid, een slecht immuunsysteem en een onhygiënische levensstijl kunnen die wonden snel ernstig worden.’ Zo had hij een patiënt wiens peesweefsel was aangetast door een infectie. ‘Dan moet de wond operatief worden schoongemaakt. Maar na de operatie moet de hand ook worden schoongehouden. Hoe doe je dat als je op straat leeft?’

De vrouw tegenover hem heeft haar handen duidelijk al een tijdje niet gewassen: er zit een zwarte rand rond haar nagels en haar huid heeft een donkere waas. Met zijn vingers veegt De Jongh wat zand weg. ‘Dit valt nog mee’, zegt hij nadat hij het pus heeft weggehaald.

En hoewel de vrouw een andere verklaring heeft voor haar diepe snee – ‘Ik dronk bier, viel en haalde mijn hand open aan glas’ – zijn haar handen wel exemplarisch voor wat de straatartsen tegenkomen. ‘Meestal komt er meer pus uit en is de ontsteking ernstiger.’

De Jongh is niet de enige hulpverlener van de GGD die de onvoorziene gevolgen terugziet in zijn werk. ‘We zien het ook bij de dagbesteding’, zegt zijn collega Peter Hoogland. Voor dagbesteding, bijvoorbeeld een paar uur werken op een zorgboerderij, krijgen daklozen een kleine vergoeding. Het haalt hen niet alleen even van de straat, maar biedt hulpverleners ook een kans om een vertrouwensband op te bouwen. ‘Steeds minder daklozen willen ernaartoe, ze verdienen meer met statiegeldblikjes. Dat maakt het werk voor ons lastiger, we kunnen hen minder goed helpen.’

150 jaar geschiedenis

Natuurlijk, zegt wethouder Heinhuis. Zij weet ook dat de Retrofit niet de oplossing is voor álle problemen. En, benadrukt ze, het is niet het enige wat de gemeente eraan doet. Toch hoopt ze dat de nieuwe bak een verschil zal maken.

Stadsreiniger Becker is daarvan overtuigd. ‘In de oude bak valt de afvalzak er bijvoorbeeld makkelijk uit. Maar straks’, zegt hij terwijl hij een zak in de nieuwe bak plaatst, ‘kun je hem steviger vastmaken.’

Van een afstandje kijkt Riny de Jong toe. Hij werkt ook op het opslagterrein. Niet als reiniger, maar als beheerder van de erfgoedcollectie van de stadsreiniging. Mooi, zegt hij over de Retrofit: ‘Toch weer een stukje innovatie.’

Dit prototype zal hier straks blijven staan. ‘Hij wordt opgenomen in onze collectie’, zegt De Jong, wijzend op ‘150 jaar geschiedenis’ die achter hem staat uitgestald. Schitterend materiaal, vindt hij de oude veegwagens, bezems en afvalbakken. ‘Alles heeft een eigen verhaal. Neem deze hondenpoepzuiger bijvoorbeeld’, zegt hij over een motor een paar meter verderop.

Ergert de Amsterdammer zich nu vooral aan het afval op straat, in de jaren tachtig was hondenpoep hét grote probleem. ‘Die stond met stip bovenaan als irritatiepunt. De gemeente schafte zeven poepmotoren aan waarmee je drollen kon opzuigen.’ Het voertuig was geen onverdeeld succes. ‘De poepmotor reed op de stoep, op zoek naar een drol. Dat vonden mensen niet fijn.’

Maar hoe het ook zij, vervolgt De Jong, hij wil er vooral mee zeggen: elk tijdsgewricht kent zijn eigen afvalprobleem. ‘Het is aan ons om dat te tackelen. Hopelijk speelt deze Retrofit daar ditmaal een mooie rol in.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next