De grootste nachtmerrie van Ingrid was om in een rolstoel te belanden. Pijnstillers waren haar redding, ook toen ze wist dat het slikken daarvan heel slecht was. In deze serie spreekt Barbara van Beukering mensen die spijt hebben van een beslissing.
Barbara van Beukering is journalist. Voor Volkskrant magazine interviewt zij wekelijks mensen over spijt.
‘Ik ben geboren met een korte linkerarm. Het is opvallend en meteen zichtbaar, want hij komt ongeveer tot de elleboog van mijn rechterarm. Het is een aangeboren afwijking waarvan nooit duidelijk is geworden waardoor het is veroorzaakt. Foutje van de natuur. Maar het heeft eigenlijk geen invloed gehad op mijn jeugd. Ik heb veel aan mijn ouders te danken, die me altijd als een gewoon kind hebben behandeld. Ik kon alles, zeiden ze altijd, en als ik iets niet kon, oefenden ze net zolang met me tot ik het wel kon. Ik was de eerste die op de kleuterschool haar veters kon strikken. Ze hebben me steevast uit de gehandicaptenhoek gehouden, zoals ik dat zelf als kind noemde. Ik ben ze daar dankbaar voor, want ik wilde een ‘normaal’ kind zijn. Ik heb ook de mazzel gehad dat ik nooit ben gepest, ik had altijd vriendjes en vriendinnetjes.
Toen ik 12 was, had je op school de bekende ‘buktest’. Van de schoolarts moest je vooroverbuigen om te controleren of je een verkromming van de rug had. Ik bleek scoliose te hebben, wat inhoudt dat je een S-bocht in je rug hebt. In het ziekenhuis kreeg ik gips om mijn rug, waar een soort mal van werd gemaakt waarin ik ’s nachts moest slapen. Het hielp niet, in mijn slaap rolde ik uit dat gipsbed omdat het heel vervelend lag. Het was allemaal nogal primitief, we hebben het over de jaren zeventig. De bocht werd steeds erger.
Ik werd doorgestuurd naar het academisch ziekenhuis in Utrecht. Daar werd ik drie keer per dag in een middeleeuws martelwerktuig gelegd. Ik moest mijn voeten in blokjes zetten, waaraan een touw vastzat dat via een katrol naar mijn hoofd ging. Als ik mijn benen strekte, trok het touw mijn hoofd en lichaam omhoog. Omdat ik met mijn heupen met leren banden vastgebonden zat aan het bed, werd ik als het ware uit elkaar getrokken. Dat moest ik drie keer per dag drie weken lang in het ziekenhuis doen in de hoop dat de bocht recht zou trekken. Daarna werd ik helemaal ingegipst, van mijn heupen tot aan mijn schouders. Als ik stond, werd dat gipskorset door mijn heupen een stukje omhoog gedrukt met als gevolg dat ik hele hoge schouders kreeg. Ik liep erbij als een soort American footballspeler, met één korte arm.
Mijn hele middelbare school heb ik alle vakanties in het ziekenhuis aan dat martelwerktuig gelegen en de rest van de tijd het gipskorset gedragen. De teleurstelling daarna was groot: het had allemaal niet geholpen. Ik moest alsnog geopereerd worden. Volgens de artsen zou mijn levensverwachting 35 jaar zijn als ik me niet liet opereren, omdat mijn ribbenkast zou draaien, waardoor mijn organen, ook mijn longen, knel zouden komen te zitten. Die hele operatie had een natraject van een jaar. Toen het gips er na een half jaar afging, en na een jaar het laatste korset uit mocht, was mijn rug beduidend rechter. Ik voelde me eindelijk vrij.
Vanuit het ziekenhuis was er geen nazorg meer, geen begeleiding, niets. Ik ben losgelaten met het idee: het probleem is opgelost, je kunt nu alles weer. Ik ging de apothekersopleiding doen omdat het een korte opleiding was en ik graag wilde werken en op mezelf wilde wonen. Het leukste van het werk vond ik dat we zelf poedertjes, capsules en drankjes moesten maken. Maar wat ik me niet realiseerde, is dat je daar twee handen bij nodig hebt. En omdat ik een stuk onderarm mis, compenseerde ik dat door scheef te gaan staan. De bocht die eruit was geopereerd, heb ik er in de loop der jaren in de apotheek weer ingewerkt. Ik had dat zelf niet in de gaten, maar ik kreeg pijn. Steeds meer pijn.
Op een gegeven moment had de apotheker in de gaten dat ik veel pijn had. Hij opperde om paracetamol met codeïne te slikken. Op het moment dat dat niet meer werkte, stapte ik over op zwaardere medicijnen: tramadol, oxycodon en fentanyl. Ik was een jonge vrouw die net als iedereen uitging en wilde dansen. Naast de pijnstillers dronk ik een paar biertjes, totdat ik bijna geen pijn meer voelde en de hele nacht kon stappen. De neurochirurg had me verteld dat ik niet nog een keer geopereerd kon worden, dat zou te riskant zijn. Mijn grootste nachtmerrie was om in een rolstoel te belanden, dus pijnstillers waren mijn redding om een normaal leven te leiden. De pijn werd steeds ondraaglijker, waardoor ik op een gegeven moment aan de zware opiaten zat. Ik wist dat het heel slecht was, dat werd mij door de specialisten herhaaldelijk verteld, maar ik had voor mijn gevoel geen keus.
Drie jaar geleden wilde ik een therapieprogramma volgen omdat ik kampte met verlatingsangst. Niet zo verwonderlijk voor iemand die haar halve jeugd in ziekenhuizen heeft gelegen. Ik mocht daar niet aan meedoen omdat ik verslavende opiaten slikte. Ik zag op Facebook een groep mensen die aan het afkicken waren, waarover ik alleen maar hallelujaverhalen las. Toen heb ik iets heel doms gedaan: ik ben op eigen houtje met die medicijnen gestopt. Als eerste stopte ik met de tramadol, daarna ben ik het hele rijtje afgegaan.
Ik heb er elf maanden over gedaan en het was een hel. Ik kreeg last van ontwenningsverschijnselen, verschrikkelijke pijn in mijn rug en verloor de kracht in mijn benen, waardoor ik amper kon lopen. Toen ik van mijn medicijnverslaving af was, was ik helemaal niet meer in staat om dat therapieprogramma te volgen. Ik ging huilend van ellende naar mijn huisarts, smekend om de opiaten omdat het leven voor mij geen enkele waarde meer had.
Het heeft een jaar geduurd voordat mijn medicatie weer op het oude niveau zat. Maar het lijkt alsof de medicijnen hun uitwerking op mijn lichaam missen. Ik ben er veel slechter uitgekomen. Voordat ik was gestopt, wandelde ik elke ochtend een uur met de hond, terwijl ik het nu nog geen tien minuten volhoud. Ik heb ontzettend veel kwaliteit van leven moeten inleveren. Het liefst lig ik, als ik de kans krijg, de hele dag op de bank, dan heb ik de minste pijn. Doordat ik minder kan bewegen, ben ik in een jaar tijd tien kilo aangekomen. Mijn sociale contacten brokkelen af omdat ik niets meer kan, vaak moet ik noodgedwongen afzeggen.
Ik heb mijn hele leven gezegd: spijt vind ik zonde van mijn tijd. Ik heb vaker foute beslissingen genomen. Ik heb bijvoorbeeld altijd de neiging gehad om op verkeerde mannen te vallen. Dat is iets waar je spijt van kunt hebben, want dat is soms heel pijnlijk, zeker als de relatie eindigt. Maar daar heb ik nooit spijt van gehad omdat ik echt verliefd op die man was en het blijkbaar ergens voor nodig was. En liefdesverdriet, dat hebben we allemaal weleens, dat gaat vanzelf weer over. Maar nu heb ik wel vreselijk veel spijt omdat dit nooit meer beter wordt, ook omdat mijn leeftijd een rol speelt.
Als ik drie jaar geleden niet met die medicijnen was gestopt, had ik nu nog een relatief normaal leven geleid. Dan had ik nog met mijn hond naar het strand kunnen gaan, zoals ik altijd zo graag deed. Als ik dit van tevoren had geweten, dan had ik het echt nooit, nooit, nooit gedaan. Mijn leven is verpest. Ik heb geen makkelijk leven gehad; ik heb geen relatie en helaas ook geen kinderen, maar ik was altijd optimistisch. Ik heb ontzettend veel leuke dingen gedaan en ik heb genoten van mijn werk. Maar nu heb ik niks meer. Als ik ter plekke het leven zou laten, zou ik daar vrede mee hebben.’
Kampt u ook met gevoelens van spijt en wilt u daarover in deze rubriek praten, stuur dan een mailtje naar b.vanbeukering@gmail.com
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant