De wereldtitel op de weg gaat dit jaar in elk geval niet naar Tadej Pogačar; de Sloveen is nog herstellende van zijn val in de Vuelta. In Montréal ligt de strijd zondag daardoor volledig open. Wie zijn de favorieten?
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Meer en meer nam Tadej Pogačar de afgelopen jaren het wielrennen in een houdgreep. Op welk terrein de 28-jarige Sloveen ook aan de start verscheen, hij was overal de favoriet en maakte die status zo vaak waar dat de concurrentie er haast moedeloos van werd.
Maar Pogačar ontbreekt, na zijn val in de Vuelta van vorige maand, bij het WK op de weg in Montréal. Dat is, hoe cru dat ook klinkt, goed nieuws voor de wielerliefhebber, want nu zijn er plots meer mannen met kans op de titel.
Mathieu van der Poel is niet de topfavoriet voor de wereldtitel, vindt hij zelf. In de weken voor het WK probeerde hij de verwachtingen in toom te houden. Het parcours door Montréal, met als zwaartepunt twaalf keer de beklimming van de Voie Camillien-Houde, is voor hem nu eenmaal wat te zwaar. De klim van 1,6 kilometer lengte, met een gemiddelde stijging van 7,5 procent, wordt naar het einde toe steeds steiler.
Met 4.000 hoogtemeters lijkt het parcours in grove lijnen op dat van het WK van 2024 in Zürich. Toen eindigde Van der Poel als derde achter Tadej Pogačar en de Australiër Ben O’Connor. Maar de Nederlander vertelde in Het Nieuwsblad wat het verschil tussen het Canadese en Zwitserse WK-parcours voor zijn kansen betekent.
‘Ik denk dat het parcours nog net iets anders is. Zürich was heel veel klimmen, maar niet met één lange beklimming zoals nu in Montréal. Dat Pogačar nu niet meedoet, verandert ook niet veel; ik denk dat het voor mij nog steeds een tikkeltje te lastig zal zijn.’
Maar terwijl hij in woord probeerde de gemoederen tot bedaren te brengen, deed de 31-jarige in daad het tegenovergestelde. In de Ronde van Luxemburg won hij vorige week de slotetappe na een solo van 174 kilometer, de langste succesvolle ontsnapping van deze eeuw.
Op papier klopt het dat hij, met zijn lichaamsbouw, op het rondje in Montréal niet het best uit de voeten kan. Maar iedere wielervolger weet – zeker sinds zijn overwinning in de slotrit van de Tour de France – dat Van der Poel soms een energiebron kan aanwenden waarmee hij wat in theorie onmogelijk is toch mogelijk maakt.
Tweede achter Tadej Pogačar in de Tour de France van dit jaar, tweede achter de Sloveen bij het EK en het WK van vorig jaar: Remco Evenepoel weet hoe het is om de beste van de rest te zijn. Nu Pogačar ontbreekt, zit hij in poleposition om voor de tweede keer in zijn loopbaan wereldkampioen op de weg te worden. Hij deed het al in 2022 in Wollongong.
De 26-jarige Belg steekt in goede vorm, zo bewees hij vorig weekend. Als eerste renner in de geschiedenis slaagde hij erin om zich voor de vierde keer op rij tot ’s werelds beste tijdrijder te kronen. Tegelijkertijd is de vraag hoe zijn tijdritvorm zich vertalen zal naar de wegwedstrijd.
Bij de generale repetitie voor het WK, de Grand Prix Cycliste de Montréal, kwam Evenepoel twee weken geleden niet bijster overtuigend voor de dag. Die wedstrijd voerde over exact dezelfde omloop als het wereldkampioenschap en Evenepoel eindigde als vijfde. ‘Een mooi resultaat na een goeie trainingsdag’, concludeerde hij in Het Laatste Nieuws. Kortom, geen paniek.
Mocht Evenepoel na zijn tijdrittitel ook wereldkampioen op de weg worden, dan is hij de eerste man die erin slaagt om in hetzelfde jaar die twee regenboogtruien te veroveren.
Donderdag vierde Paul Seixas zijn 20ste verjaardag. Piepjong is de Fransman dus nog, die geldt als de kroonprins van het wielrennen. Misschien kan hij koning worden, nu hij het niet direct tegen Pogačar hoeft op te nemen.
Seixas weet al hoe dat is: bij afwezigheid van de Sloveen toeslaan. In het voorjaar liet Pogačar de Waalse Pijl aan zich voorbijgaan en was het de Fransman die de verwachtingen waarmaakte en op de Muur van Huy won. Een paar dagen later was Seixas in Luik-Bastenaken-Luik de enige die op La Redoute mee kon met de onverslaanbare Pogačar. Zo bleef hij in de uitslag onder anderen Evenepoel ruim voor.
Het parcours door Montréal ligt hem in elk geval, al zal hij geconcentreerd moeten blijven als hij zondag als eerste over de finish wil schieten. Bij de GP Montréal van twee weken geleden liet hij zich in een sprint à deux om de zege verrassen door Isaac del Toro.
Als iemand van Pogačar heeft kunnen afkijken hoe het moet, dan is het Isaac del Toro. De 22-jarige Mexicaan is ploegmaat van de Sloveen bij UAE Team Emirates. In diens kielzog reed hij in de Tour de France naar de derde plaats op het eindpodium en kreeg hij onderweg ook nog een ritzege cadeau in Barcelona.
Maar hij kan het ook zonder kruiwagen. Dit seizoen alleen al won Del Toro de UAE Tour, de Tirreno-Adriatico, de Tour Auvergne-Rhône-Alpes (voorheen Dauphiné) en de Ronde van Duitsland. En hij was de beste op het pre-WK tijdens de Grand Prix Cycliste in Montréal. Lastig voor de Mexicaan is dat hij het, anders dan Seixas en Evenepoel, zondag zonder een sterke ploeg moet stellen. Hij zal dus zijn eigen koers moeten varen.
Remco Evenepoel is een van de twee Belgische kopmannen voor dit WK. De ander is, zoals al zo vaak, Wout van Aert. De 32-jarige coureur deelt de beperking die ook Van der Poel voelt op het bergachtige rondje door Montréal: afgezet tegen de dunne klimmers is hij wat te zwaar gebouwd.
Maar Van Aert deelt met Van der Poel ook de karaktertrek dat hij zich van beperkingen niets aantrekt. Hij kan zijn fiets over elk terrein jagen, hij won in zijn loopbaan massasprints en bergetappes. En hij is de enige die dit seizoen Pogačar werkelijk wist dwars te zitten.
Na zeges in de Strade Bianche, Milaan-San Remo en de Ronde van Vlaanderen was de Sloveen veruit favoriet voor Parijs-Roubaix, maar het was Van Aert die hem te snel af was op het velodroom in Noord-Frankrijk en heel België in een staat van euforie bracht.
Door een blessure reed Van Aert, die in 2020 en 2023 WK-zilver pakte, dit jaar niet de Tour de France. Maar hij gebruikte de Ronde van Spanje van vorige maand om zich in vorm te fietsen; en dat deed hij met verve, met twee ritzeges en de puntentrui.
Tadej Pogačar mag dan ontbreken op het WK bij de mannen, bij de vrouwen zal hij meerijden: in de gedachten van Demi Vollering. De kopvrouw van de Nederlandse ploeg heeft de Sloveen namelijk als voorbeeld genomen; die werd vorig jaar tijdens de tijdrit ingehaald door Remco Evenepoel, maar was een week later, tijdens de wegkoers, onklopbaar.
Vollering overkwam vorig weekend, tijdens de tijdrit, het eerste deel van de vergelijking: ze werd ingehaald door de latere winnaar Marlen Reusser. Ze eindigde als achtste, op bijna twee minuten van de Zwitserse. Dat was het moment om aan de wereldtitel van Pogačar te refereren. ‘Dus dit zegt allemaal nog niks’, aldus de 29-jarige Vollering.
Ze trok ook de vergelijking met haar eigen prestaties bij het WK van vorig jaar. Toen had ze zich voor haar gevoel te zeer mentaal op de tijdrit gericht, waar ze knap als derde eindigde. Op de weg kwam ze er vervolgens niet werkelijk aan te pas en moest ze toezien hoe de vrijwel onbekende Canadese Magdeleine Vallieres naar de wereldtitel soleerde. Dus ditmaal nam Vollering de tijdrit in haar voorbereiding al minder zwaar op, en probeerde ze de teleurstelling over haar achtste plek vlot af te schudden.
Zaterdag wil de vrouw die dit seizoen onder andere de Tour, de Giro en Luik-Bastenaken-Luik won met een frissere geest de wegwedstrijd aanvangen, op een parcours dat haar in principe goed ligt. De vrouwen leggen in Montréal na een vlakke aanloop de heuvelachtige omloop door de stad achtmaal af. Dat biedt Vollering genoeg tijd om de wedstrijd naar haar zin vorm te geven, en om voor het eerst in haar loopbaan de regenboogtrui te veroveren.
Terugveren van een teleurstelling is niets nieuws voor Vollering. Juist in de belangrijkste wedstrijd van dit jaar, de Tour de France, moest ze ook al een tegenslag incasseren. Ze had zich voorgenomen om op de Mont Ventoux, die voor het eerst was opgenomen in het vrouwenparcours, een dubbelslag te slaan: de ritzege en de gele trui. Maar het werd geen van beide: de Poolse Kasia Niewiadoma was haar op beide fronten te snel af. In de twee Tour-dagen die haar daarna nog restten, wist Vollering met gedurfd koersen en machtige pedaalslagen de Ronde van Frankrijk alsnog naar zich toe te trekken.
In de straten van Montréal treft ze in Niewiadoma opnieuw haar belangrijkste concurrent. En niet alleen de Poolse, die na de Tour niet meer in actie kwam, maar ook medaillekandidaten als Paula Blasi, Elisa Longo Borghini en tijdritkampioen Reusser zullen zich die twee slotdagen in Frankrijk herinneren. Zij weten dat Vollerings incasseringsvermogen kan leiden tot het uitdelen van een dreun waar zelfs Pogačar jaloers op zou zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant