Vanaf 2027 gaat de MotoGP volledig over op niet-fossiele brandstof. Die technische revolutie heeft mogelijk een stevig prijskaartje. Volgens informatie van het Italiaanse gpone.com wordt in de paddock gesproken over een prijs van maar liefst 86 euro per liter. Met de nieuwe maximale tankinhoud van 20 liter betekent dat theoretisch 1.720 euro voor één volle MotoGP tank.
De MotoGP staat aan de vooravond van een ingrijpende technische reglementswijziging. Naast de overstap van 1000cc naar 850cc motorblokken wordt vanaf 2027 brandstof verplicht die voor 100 procent van niet-fossiele oorsprong is. Sinds 2024 geldt al een minimum van 40 procent.
Die overstap blijkt bepaald niet goedkoop. Volgens berichtgeving van het genoemde Italiaanse medium wordt in de paddock gesproken over een prijs van 86 euro per liter voor de nieuwe brandstof.
Ter vergelijking: de huidige MotoGP brandstof zou volgens dezelfde bron ongeveer 10 tot 15 euro per liter kosten. Een stijging naar 86 euro betekent dus een veelvoud van de huidige prijs. Het genoemde bedrag is daarbij geen door de MotoGP vastgestelde standaardprijs, maar een prijs die in de paddock wordt genoemd.
Vanaf 2027 wordt bovendien de maximale hoeveelheid brandstof voor een MotoGP hoofdrace teruggebracht van 22 naar 20 liter. Voor de Sprint geldt een maximum van 11 liter. Bij een literprijs van 86 euro vertegenwoordigt 20 liter brandstof een waarde van maar liefst 1.720 euro.
De kosten van een raceweekend vertellen echter maar een deel van het verhaal. Fabrikanten verbruiken grote hoeveelheden brandstof tijdens tests en vooral bij de ontwikkeling op de testbank.
Volgens de Italianen rekent één niet nader genoemde fabrikant met ongeveer 15.768 liter voor de Grand Prix weekenden en officiële MotoGP testdagen. Daar zou nog circa 25.000 liter bijkomen voor MotoGP testcoureurs en ontwikkeling op de testbank. Daarmee kan het jaarlijkse verbruik richting 40.000 liter gaan.
Bij een theoretische prijs van 86 euro per liter praten we dan over een brandstofwaarde van ruim 3,4 miljoen euro per jaar.
Voor Independent MotoGP teams kan de nieuwe brandstof eveneens een aanzienlijke kostenpost worden. Volgens dezelfde berichtgeving wordt daarom gesproken over een constructie waarbij de commerciële rechtenhouder de brandstofkosten voor teams mogelijk voor zijn rekening neemt. Fabrikanten willen tegelijkertijd hun bestaande samenwerking met eigen brandstof- en oliepartners kunnen behouden.
Voor de Moto2- en Moto3-teams is er inmiddels opvallend nieuws. De geplande invoering van brandstoffen van honderd procent niet-fossiele oorsprong in beide klassen is namelijk met één jaar uitgesteld. Aanvankelijk zouden Moto2 en Moto3, net als MotoGP, vanaf 2027 volledig overstappen. De Grand Prix Commission heeft nu besloten dat de verplichting in deze twee klassen pas vanaf het seizoen 2028 ingaat.
De reden daarvoor is de samenloop met belangrijke technische veranderingen. Moto2 krijgt in 2027 een nieuwe Triumph-motor, terwijl voor 2028 nieuwe Moto3-machines worden geïntroduceerd. Door de volledig niet-fossiele brandstoffen eveneens vanaf 2028 verplicht te stellen, wil de Grand Prix Commission meer continuïteit creëren bij deze technische veranderingen.
Gezien de mogelijke prijs van de nieuwe brandstoffen kan het uitstel voor de Moto2- en Moto3-teams ook financieel een geluk bij een ongeluk zijn. Waar de MotoGP in 2027 al met de nieuwe brandstof en de bijbehorende kosten te maken krijgt, worden die gevolgen voor de twee lichtere Grand Prix klassen minimaal een jaar vooruitgeschoven.