Colombia Door de burgeroorlog in hun eigen land hebben veel Colombianen een militaire achtergrond. Via sociale media worden ze gerekruteerd om mee te vechten in Oekraïne, waar het leger mankracht tekort komt. „Daar kunnen ze per maand verdienen wat ze in Colombia nog niet eens in een half jaar tijd verdienen.”
Ana María Ramírez en haar moeder houden een foto vast van hun broer en zoon, Fabián Andrés Duque, een Colombiaanse huurling die omkwam in Oekraïne.
Diana Rodríguez (40) opent een paarse koffer, haalt er een stapel camouflageshirts uit en houdt die tegen haar neus. „Ik ruik hem”, zegt ze met een gebroken stem. „De geur van mijn man hangt nog tussen zijn kleding.” Op de gang brandt een kaars naast een grote foto van haar echtgenoot Diego Hernando Alvarado. Hij draagt een legeruniform. Over zijn schouders hangt een geweer, om zijn hoofd zit een groene band. Twee jaar geleden nam ze afscheid van hem toen hij afreisde naar Oekraïne om daar te gaan vechten tegen de Russen.
„Hij was altijd iemand die zijn dromen wilde najagen. Een van zijn dromen was om ons, zijn gezin, een beter leven te geven”, zegt Rodríguez. Op TikTok had hij gezien dat er door het Oekraïense leger militairen werden gezocht. Er gingen filmpjes rond op sociale media met oproepen van Colombiaanse rekruteerders. Die proberen in opdracht van de Oekraïense regering Colombianen te vinden om te vechten aan het front.
Oekraïne heeft een tekort aan militairen en richt zich daarom op buitenlandse strijders. „Hij vertelde enthousiast dat hij wel 19 miljoen pesos zou verdienen per maand (5.000 euro). Voor Colombia is dat heel veel geld. Als oud-marinier en ervaren bodyguard kon hij ook goed met wapens omgaan. Ik smeekte hem op mijn knieën om niet te gaan. Maar 1 mei 2024 vertrok hij via Parijs en Polen naar Ternopil”, een stad in het westen van Oekraïne, vertelt ze.
Op de kast staan de trouwfoto’s van het lachende echtpaar, ze zouden nu 25 jaar getrouwd zijn. Op de bank in de woonkamer klapt Rodríguez haar laptop open en zoekt naar de laatste emails en filmpjes die ze van hem kreeg. „Kijk, dit was het laatste contact dat ik met hem had”, zegt ze en speelt een video af waarop te zien is hoe haar man tussen de brokstukken loopt. „Dit was vlak na een bombardement dat hij op het nippertje had overleefd. Hij zei dat hij door God was gered”, zegt ze.
Diana Rodríguez, wier man Diego Alvarado om het leven kwam als huurling in Oekraïne.
Rodríguez heeft een tatoeage op haar pols laten zetten, ter nagedachtenis aan haar omgekomen man.
Het verhaal van Diana Rodríguez is een van vele voorbeelden van Colombiaanse familieleden die advocaat Carlos Ramírez bijna dagelijks hoort. Met zijn non-profit organisatie La voz de los que no estan (De stem van hen die er niet meer zijn) ondersteunt hij families in de zoektocht naar informatie over hun vermiste en gesneuvelde broers, zonen of echtgenoten, nadat ze in Oekraïne zijn gaan vechten. „Onze organisatie vertegenwoordigt nu zo’n vierhonderd familieleden van Colombianen in Oekraïne”, vertelt hij.
Ramírez begon zijn organisatie nadat een familielid van hem beveiligingswerk in Saoedi-Arabië ging doen. „Daar werken veel Colombianen in de securitysector. Ik was er op familiebezoek en ontmoette Colombianen wier geliefden en familieleden in Oekraïne vochten. Ze vertelden me waar ze tegenaan liepen en hoe moeizaam het contact met de Oekraïense autoriteiten was nadat hun geliefden daar waren omgekomen of vermist. Zo ben ik op het idee gekomen om me in te zetten voor deze families.”
Volgens Ramírez vochten sinds de oorlog in 2022 uitbrak ongeveer zevenduizend Colombianen in Oekraïne. Zo’n tweeduizend Colombiaanse strijders vechten permanent mee aan het front. Ook Brazilianen en Mexicanen zijn actief in Oekraïne, maar Colombianen vormen de grootste groep. Het aantal Colombianen dat aan Russische zijde vecht, ligt volgens advocaat Ramírez stukken lager. „Er zijn meer contacten tussen de Colombiaanse rekruteerders en het Oekraïense leger. De werving gebeurt ook veel openlijker dan in Rusland. Dat is een veel geslotener systeem, aan Russische zijde vechten meer mensen uit Noord-Korea en Afrikaanse landen mee.”
De werving van Colombiaanse strijders gebeurt via diverse organisaties en bureaus, veelal online en vooral via TikTok. „De rekruten krijgen een contract van het Oekraïense leger voor een half jaar of langer en worden ingedeeld bij brigades op verschillende locaties in het land”, zegt Ramírez.
Dat Colombiaanse huurlingen actief zijn in het buitenland is niet nieuw. Maar door de oorlog in Oekraïne en het hoge aantal Colombiaanse strijders daar, is wel zichtbaar geworden hoe omvangrijk het aantal Colombianen in buitenlandse legers is. „Colombianen zijn gewild als huurling. Velen hebben een militaire achtergrond en kunnen goed omgaan met wapens, vanwege de burgeroorlog die we hier hebben gehad”, legt Ramírez uit.
Daar komt ook bij dat in Colombia een militair na twintig jaar dienst met pensioen kan. Velen zijn dan nog relatief jong, meestal rond de veertig. En de pensioenen zijn laag. „In Oekraïne kunnen ze per maand verdienen wat ze in Colombia nog niet eens in een half jaar tijd verdienen”, zegt Carlos Ramírez. Hij benadrukt dat Colombianen in Oekraïne strikt juridisch genomen geen huurlingen zijn, omdat ze onderdeel zijn van het nationale leger en niet voor een particuliere organisatie vechten. Dat ze in de volksmond toch vaak huurlingen genoemd worden, komt volgens hem omdat ze vooral een financieel motief hebben om te vechten.
Colombiaanse huurlingen zijn ook actief bij de paramilitaire groepering RSF (Rapid Support Forces) in de burgeroorlog in Soedan. Volgens Human Rights Watch zijn deze Colombianen betrokken bij schendingen van mensenrechten. Of Colombiaanse strijders in Oekraïne ook betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen is volgens Ramírez niet bewezen.
Ook oud-strijders van de FARC en andere guerillabewegingen melden zich bij het Oekraïense leger. Uit recent onderzoek van de Financial Times blijkt dat deze guerrilleros in Oekraïne kennis vergaren over de werking van de nieuwste gevechtsdrones die worden ingezet bij de oorlog. Deze kennis zetten ze bij terugkeer vervolgens in voor de eigen strijd voor territorium en drugshandel.
In de volkswijk Terron Colorado in Cali schenkt Ana Maria Ramírez (35) (geen familie) koffie in. Ook hier brandt een kaars naast een groot portret van een militair in legerkleding. „Dit is mijn broer Fabián Duque. Deze foto stuurde hij vanuit Oekraïne”, zegt ze.
Als kind was Duque, die op zijn dertigste naar Oekraïne afreisde, al geobsedeerd door alles wat met soldaten en wapens te maken had, herinnert Ana Maria Ramírez zich. Maar als diabetespatiënt bleek een carrière in het leger niet voor hem te zijn weggelegd. Hij ging bij een beveiligingsbedrijf werken. „We maakten ons grote zorgen toen hij naar Oekraïne ging, maar hij verzekerde ons dat hij niet in de voorste linie zou worden geplaatst, en eerst goede training zou krijgen”, zegt ze. Pas nadat hij was omgekomen werd het voor de familie duidelijk dat hij midden aan het front zat bij de stad Zaporizja.
Het familiehuis op de heuvel kijkt uit over vele kleine en dicht op elkaar gebouwde huisjes en smalle straatjes. Duque hoopte met het geld dat hij zou verdienen zijn twee kinderen een beter leven te geven. Hij tekende een contract voor drie jaar, met de mogelijkheid om na een half jaar terug te keren naar Colombia, mocht hij dat willen. Ramírez scrolt door haar telefoon. Foto’s van haar broer in legerkleding met een muts op in de sneeuw terwijl hij lachend in de camera kijkt. „In Oekraïne zag hij voor het eerst sneeuw”, zegt ze.
De laatste informatie over hem dateert van afgelopen maart. Hij verliet de loopgraaf waar hij met andere Colombianen in zat. Het proviand was op en Duque ging op zoek naar eten, ook al was het verboden zijn plek te verlaten. „Zijn suikerziekte kan er mee te maken hebben gehad. Zijn compagnons vertelden later dat er bij de uitgang een explosie klonk van een inslaande drone of raket. Waarschijnlijk is hij gesneuveld maar zijn lichaam is niet gevonden.”
Ana María Ramírez en haar moeder tonen foto’s van hun broer en zoon Fabián Andrés Duque in legerkleding. „In Oekraïne zag hij voor het eerst sneeuw.”
Ook Diana Rodríguez zit nog altijd in onzekerheid over het lot van haar echtgenoot. Nadat haar man op het nippertje het bombardement had overleefd, ging hij op een andere missie. Via een contactpersoon hoorde ze dat hij mogelijk om het leven was gekomen bij een aanslag op een brug. Om duidelijkheid te krijgen en in de hoop zijn lichaam te kunnen vinden, hield Diana een crowdfunding-actie en reisde ze met het opgehaalde geld naar Oekraïne. „Ik ben echt geschrokken van de behandeling die ik kreeg. De Oekraïners vond ik afstandelijk, maar misschien komt dat door de oorlog. Ik werd door sommigen vanwege mijn Colombiaanse achtergrond zelfs racistisch behandeld. Ik dacht, mijn man heeft zijn leven gegeven voor jullie strijd, en jullie doen zo tegen mij?”
Zonder zijn lichaam, maar wel met twee koffers met zijn bezittingen keerde ze terug naar Colombia. „Voor mijn rust is het belangrijk dat zijn lichaam wordt gevonden, dan pas kan ik echt afscheid nemen. Ik heb dna van onze zoon achtergelaten, zodat ze kunnen testen als er iets van zijn stoffelijk overschot wordt gevonden”, zegt ze in tranen. De beloofde financiële steun vanuit Oekraïne voor familieleden van omgekomen Colombiaanse strijders, heeft Diana nog niet ontvangen. Volgens het contract van haar man wordt er een eenmalig bedrag van omgerekend 300.000 dollar uitgekeerd, mocht hij sneuvelen.
Diana Rodríguez houdt het Oekraïense uniform vast van haar man, Diego Alvarado.
De koffer met daarin het Oekraïense militaire unform van Diego Alvaro.
Een foto van Diego Alvarado, afgebeeld op een laptop.
Volgens advocaat Carlos Ramírez zijn de ervaringen van familieleden verschillend. „Soms lukt het wel het lichaam te vinden, of as mee te nemen als de crematie daar plaatsvindt. Toch zou er op nationaal niveau veel meer gedaan moeten worden, volgens de advocaat. De vorige president Gustavo Petro veroordeelde de inzet van Colombiaanse huurlingen in het buitenland. Volgens Petro worden de Colombianen in Oekraïne ingezet als kanonnenvoer. Hij riep Colombianen op om niet te vechten in buitenlandse oorlogen omdat „het niet hun strijd is”. Via een speciaal wetsvoorstel wil de regering de werving van huurlingen aan banden leggen.
Welke positie de nieuwe, uiterst rechtse president Abelardo de la Espriella, die op 7 augustus aantrad, inneemt, is onduidelijk. Om aandacht te vragen, organiseert advocaat Ramírez binnenkort een stil protest met foto’s van Colombiaanse strijders en kaarsen. Diana Rodríguez en Ana Maria Ramírez zullen daar met andere familieleden bij aanwezig zijn. „Ik krijg hem er niet mee terug”, zegt Rodríguez, terwijl ze de koffer van haar man sluit en in de kast opbergt. „Maar het geeft troost om verdriet te kunnen delen.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie