Arbeidsmigranten Kenia In Kenia werden buitenlandse straatverkopers en winkeliers onlangs door president Ruto tot ongewenste concurrenten bestempeld. Daarmee probeert hij zijn verkiezingsbelofte om op te komen voor arme Kenianen alsnog waar te maken. „Het is puur populisme.”
In Nairobi vormen Burundezen de grootste groep kleine handelaren en straatverkopers.
Terwijl hij op straat aan het werk was, werd Liévin Niyumwungere (28) opeens verbaal aangevallen door een Keniaanse motortaxichauffeur. „Wat doe je hier nog?”, riep de man. „Waarom ben je nog niet naar je ambassade gegaan?”
Niyumwungere komt uit Burundi en kwam tien jaar geleden als vluchteling naar Kenia. Veel problemen heeft hij er nooit gehad. Niyumwungere heeft werk, in een nagelstudio in Nairobi, waarvoor hij op straat klanten werft. Maar sinds kort is hij bang. Begin september kondigde de Keniaanse president William Ruto in een televisietoespraak aan dat buitenlandse straatverkopers en eigenaren van kleine winkels hun activiteiten min of meer per direct moeten stoppen. Zij zouden voor oneerlijke concurrentie zorgen.
Vrijwel meteen daarna werd Niyumwungere belaagd. „Wegwezen, werd er tegen me geschreeuwd”, vertelt hij, terwijl hij een trouwe klant een witgelakte nepnagel opplakt. „Gelukkig kwamen vrienden me te hulp.”
Burundezen in Nairobi verkopen vaak thee, pinda’s en tweedehands kleren, of ze runnen kleine eetgelegenheden. Ze vormen de grootste groep kleine handelaren en straatverkopers en gaan het meest gebukt onder de nieuwe maatregelen. Na Ruto’s toespraak werden ze bedreigd en soms beroofd van hun spullen.
Honderden Burundezen haastten zich in paniek met al hun hebben en houden naar hun ambassade in Nairobi. Sommigen vroegen reisdocumenten aan om direct de bus te nemen, terug naar hun land. Anderen wilden liever in Kenia blijven, maar hadden geen geldig paspoort, werkvergunning of verblijfsdocument.
Met zijn maatregel wilde Ruto tegemoetkomen aan Keniaanse handelaren, die deze zomer protesteerden tegen de hogere belastingen op ingevoerde goederen, vooral goedkope spullen uit China, en tegen de concurrentie van buitenlandse handelaren. Maar na een storm van kritiek uit de hele samenleving, waaronder van politicologen, mensenrechtenorganisaties en ambtenaren, besloot de president zijn maatregel aan te passen. Migranten krijgen nu negentig dagen om hun verblijfs- en werkvergunning op orde te krijgen. Daarna zullen de regels „streng” worden gehandhaafd, aldus de regering. Ook riep de regering op buitenlandse straathandelaren niet te bedreigen.
Kenia is de grootste economie van Oost-Afrika en trekt veel arbeidsmigranten en vluchtelingen uit de regio aan. Volgens het Keniaanse Nationale statistiekbureau werkt ruim 83 procent van de beroepsbevolking, ongeveer achttien miljoen mensen, in de informele economie.
Mary Nyokabi (37) verkoopt jeans op straat, vlak bij het winkelcentrum waar Liévin Niyomwungere werkt. Zij is Keniaanse en steunt de nieuwe maatregel, want ook Kenianen hebben te maken met corruptie en handhavers die vergunningen controleren. „Ook wij betalen steekpenningen, worden gearresteerd en moeten boetes betalen”, zegt ze terwijl ze een broek omhooghoudt voor een klant. Dat zou volgens haar ook voor buitenlandse handelaren moeten gelden. „Iedereen moet gelijk worden behandeld.”
De vraag is alleen of sprake is van gelijke behandeling. Een coalitie van mensenrechtenorganisaties noemde de oorspronkelijke maatregel die Ruto voorstelde ongrondwettelijk en waarschuwde voor discriminatie en xenofobische profilering. „Kenia mag natuurlijk de informele economie reguleren”, zegt Victor Nyamori van Amnesty International aan de telefoon, „maar niet door migranten en vluchtelingen als zondebok aan te wijzen of hun mensenrechten te schenden, want zij zijn extra kwetsbaar.”
Amnesty schat dat er ongeveer zestienduizend Burundese vluchtelingen en asielzoekers in Kenia wonen. Burundi is armer dan Kenia en kent politieke repressie. Sommige mensen vluchtten vanwege geweld of omdat familieleden banden hadden met de vroegere oppositie of het leger.
Liévin Niyumwungere komt uit Burundi en kwam tien jaar geleden als vluchteling naar Kenia. Hij werkt in een nagelstudio in Nairobi.
Dat geldt ook voor zijn familie, vertelt Niyumwungere. In het oude winkelcentrum leidt hij een jonge vrouw door een wirwar van smalle gangen en trappen naar een kamertje dat dienstdoet als nagelsalon. „It’s time for beautiful nails. Book now”, staat er op een sticker op de muur. Terwijl hij de slanke hand van de vrouw op zijn blauwe trainingsbroek legt om haar nagels te gaan doen, vertelt hij dat zijn oom in het leger diende onder de voorganger van de huidige president. Na diens overlijden, werd Niyumwungere’s hele familie vervolgd en moest ook hij vluchten.
„Juist daarom maakt het dreigen met uitzetting vluchtelingen extra kwetsbaar”, zegt Nyamori van Amnesty. „Anders dan arbeidsmigranten kunnen zij niet zonder gevaar terug naar hun land.” Ze hebben recht op bescherming die hun wettelijke status biedt. „Voordat autoriteiten een bedrijf sluiten, iemand arresteren of immigratiemaatregelen nemen, moeten zij eerst vaststellen of die persoon een geldige vluchtelingenstatus of andere verblijfsstatus heeft.”
Volgens de Keniaanse politicoloog Ahmed Hashi bedrijft Ruto „vuile politiek”. De president won de verkiezingen van 2022 mede met de belofte dat hij zou opkomen voor arme Kenianen. Hij was de kandidaat van de zogenaamde ‘hustlers’: Kenianen die niet behoren tot de politieke en economische elite en leven van kleine handel, losse banen en informeel werk. „Ze hebben op hem gestemd”, zegt Hashi tijdens een gesprek in een café in Nairobi. „Maar hij heeft hen verraden.”
Ruto beloofde banen te creëren en de kloof tussen rijk en arm te verkleinen. Maar de kosten van levensonderhoud zijn gestegen, de corruptie is toegenomen, en veel mensen vinden geen werk. Volgens Hashi heeft de president zich na de verkiezingen juist verbonden aan grote bedrijven, internationale investeerders en rijke Kenianen.
Met de verkiezingen van augustus 2027 in zicht probeert de impopulaire Ruto de belofte aan de kiezers alsnog waar te maken. Door buitenlandse straatverkopers voor te stellen als concurrenten van arme Kenianen, probeert hij kiezers een zichtbare verklaring voor hun problemen te geven. „Het is puur populisme”, aldus Hashi. „En dat is gevaarlijk.”
Kenia is de grootste economie van Oost-Afrika en trekt veel arbeidsmigranten en vluchtelingen uit de regio aan. In Nairobi verkopen Burundese straatverkopers vaak thee, pinda’s of tweedehands kleren.
De kritiek daarop betreft niet alleen de xenofobe retoriek. Kenia is lid van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap, die vrij verkeer van personen, werknemers, diensten en kapitaal moet bevorderen. Ruto’s boodschap botst met deze regionale afspraken. Een nationalistische campagne gericht tegen Oost-Afrikaanse handelaren ligt daarmee politiek en juridisch gevoelig.
Burundi’s minister van Buitenlandse Zaken en Regionale Integratie, Edouard Bizimana, bracht de zaak ter sprake binnen de Oost-Afrikaanse Gemeenschap. De Burundese regering wees erop dat Kenianen in Burundi vreedzaam leven en dat Kenia verantwoordelijk is voor de veiligheid van Burundezen op zijn grondgebied.
Esther Nibiri hoorde het nieuws van Ruto’s maatregel op Facebook. De negentienjarige Burundese dacht in ‘Dreams Hotel’, een klein straatrestaurantje in de volkswijk Kibera in Nairobi, een veilige plek te hebben gevonden. Terwijl ze een chapati, een plat broodje, in stukken snijdt en mengt met een bonensaus, vertelt de kleine vrouw, gestoken in een zwart T-shirt met een Mickey Mouse-figuurtje erop, hoe angstig ze werd na het Facebook-bericht. Een jaar geleden stuurde haar moeder haar vanuit Burundi naar Nairobi, weg van haar gewelddadige vader.
Nibiri heeft geen werkvergunning en belde meteen haar Burundese vrienden. „Toen zij het bericht bevestigden, werd ik echt bang”, vertelt ze op zachte toon nadat ze heeft afgerekend met één van de wachtende bus- en motortaxichauffeurs. Sommige van haar vrienden hebben de bus inmiddels gepakt. Zij wil niet terug en gaat binnenkort naar de ambassade in de hoop een verblijfs- en werkvergunning te verkrijgen. Gelukkig beschermt de Oegandese eigenaresse van het restaurant Nibiri haar, ze behandelt haar als een dochter.
De negentienjarige Burundese Esther Nibiri kwam een jaar geleden naar Nairobi. Daar werkt ze in ‘Dreams Hotel’, een klein straatrestaurantje in de volkswijk Kibera.
In het Oost-Afrikaanse Tanzania koos de regering vorig jaar voor een vergelijkbare nationalistische koers. Buitenlanders mogen daar niet langer in bepaalde sectoren en winkels werken, waaronder kapsalons, kleine restaurants, geldkiosken en op markten. De regels leidden tot spanningen met buurlanden, waaronder Kenia.
Ook Zuid-Afrika laat zien hoe snel antimigratiecampagnes tegen buitenlandse arbeidsmigranten en vluchtelingen kunnen ontsporen. Daar riepen anti-migratiegroepen dit jaar mensen zonder papieren op het land te verlaten. In de praktijk werden ook mensen met geldige papieren bedreigd, uit hun winkel verdreven of aangevallen, met soms dodelijk geweld.
Voor politicoloog Hashi is dat precies het gevaar van Ruto’s aanpak. „Hij heeft geen banen gecreëerd”, zegt hij. „Dus zoekt hij nu een zondebok.”
Liévin Niyomwungere voelt zich veilig in het winkelcentrum waar hij werkt. „Hier kennen de mensen mij al jaren”, zegt hij. „Maar buiten weet je nooit wie je tegenkomt.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie