Home

‘Reisdagboek Taiwan’ is een wereldwijd succes. Maar hoe vertaal je zo’n complex boek?

Silvia Marijnissen en Annelous Stiggelbout vertaalden Reisdagboek Taiwan, waarvoor Yáng Shuāng-zi de International Booker Prize kreeg. ‘Als de vertaler altijd onzichtbaar blijft, zullen mensen nooit snappen hoe belangrijk een goede vertaling is.’

is verslaggever. Ze was voorheen China-correspondent van de Volkskrant. Ze woont in België.

De Nederlandse vertalers van Chinese literatuur Silvia Marijnissen en Annelous Stiggelbout hadden eigenlijk geen tijd. Ze hadden het druk met andere projecten. Maar toen ze hoorden dat de vertaalrechten van Yáng Shuāng-zi’s Taiwan Travelogue aan uitgeverij Meulenhoff waren verkocht, meldden ze zich meteen. Een bekroond boek van een Taiwanese auteur, zelf opgezet als een fictieve vertaling, dat wilden ze niet missen. De Nederlandse vertaling Reisdagboek Taiwan verscheen op 23 september.

‘Ik probeer al lang om Taiwanese schrijvers in Nederland te pitchen, maar meestal wordt er afhoudend gereageerd’, zegt Silvia Marijnissen, die gespecialiseerd is in de vertaling van Taiwanese poëzie en meewerkte aan de bekroonde vertaling van de Chinese klassieker De droom van de rode kamer. ‘Als er dan zo’n goede roman komt, die internationaal veel aandacht krijgt, dan wil je dat heel graag doen.’

‘Het is een heel interessant boek, en het zet Taiwan mooi op de kaart’, zegt Annelous Stiggelbout, die eerder de iconische Taiwanese schrijfster Sanmao vertaalde, en dit jaar samen met Marijnissen drie verhalen- en essaybundels over Taiwan redigeerde. ‘We vonden het ook heel belangrijk dat als dit boek naar Nederland kwam, het goed zou landen en niet zomaar gauw uit het Engels zou worden vertaald.’

Gebeurt het nog steeds dat boeken via het Engels uit het Mandarijn worden vertaald?

Marijnissen: ‘Er zijn nog steeds uitgeverijen die denken dat het niet uitmaakt of je een boek via een tussentaal of direct vanuit de oorspronkelijke taal vertaalt. Maar wij vertalers weten dat dat onzin is. Iedere vertaling is interpretatie. In dit geval was er ook heel veel achtergrondkennis nodig, niet alleen over Taiwan, maar ook over Japan en China.’

Stiggelbout: ‘Wat in dit geval meespeelde, is dat de Engelse vertaler Lin King een eigen nawoord en voetnoten had toegevoegd. De uitgeverij zei: dat extra laagje vinden wij heel belangrijk, dat willen we ook in de Nederlandse vertaling. Waarop wij natuurlijk zeiden: waarom zou je er een Engelse laag aan toevoegen? Wij kunnen dat ook in het Nederlands.’

Jullie hebben als vertalers inderdaad zelf voetnoten toegevoegd. Dat is niet gebruikelijk bij een roman.

Marijnissen: ‘Normaal probeer je voetnoten te vermijden, om lezers niet te storen in hun leeservaring. Maar in dit geval presenteert Yáng Shuāng-zi haar tekst zelf als de Chinese vertaling van een Japans boek, inclusief voetnoten. We volgden de gedachte van de Engelse vertaler Lin King: als er dan toch voetnoten in staan, kunnen wij er nog wel wat toevoegen.’

Jullie hebben met zijn tweeën in totaal zeven maanden aan deze vertaling gewerkt. Wat maakte het zo ingewikkeld?

Marijnissen: ‘Ik vond het vooral moeilijk vanwege al het eten dat erin voorkomt. Ik had onderschat hoeveel naslagwerk dat zou vergen. Als je in een ander boek een woord niet kent, dan zoek je het op en weet je wat er staat. Maar in dit geval heb je niets aan de naam van een gerecht. Je moet echt weten wat het is. Dan zit je al snel YouTube-filmpjes van een of andere kok te bekijken, om te snappen wat het is.’

Stiggelbout: ‘Bij elk gerecht ging ik op Google Images kijken: hoe ziet het eruit? En dan op YouTube: hoe maak je het dan? Dan ben je zo tien of twintig minuten verder. Als je dan een alinea hebt waarin heel veel eten wordt opgesomd – we gingen aan tafel en we aten dit, dit, dit en dit – dan ben je zo een halve dag bezig.’

Het boek is in het Mandarijn geschreven, maar bevat ook veel, soms historische, Japanse en Taiwanese termen. Hoe gingen jullie daarmee om?

Marijnissen: ‘Wij zijn allebei vertalers die normaal alles naar het Nederlands toe trekken. Maar als je die Japanse en Taiwanese woorden ook allemaal naar het Nederlands vertaalt, dan gaat de diversiteit verloren. Terwijl die juist belangrijk is om te laten zien wat nou eigenlijk uniek en eigen is aan Taiwan. We hebben dus ook veel woorden getranscribeerd (omgezet van Chinese karakters naar Latijns alfabet, red.).’

Stiggelbout: ‘We hebben eindeloos gediscussieerd over die transcripties. Maar ik vond het ook heel mooi. De naam van de tolk wordt in onze vertaling op drie verschillende manieren gespeld, want afhankelijk van tijdperk en sociale context wordt haar naam in het Japans, Taiwanees of Mandarijn getranscribeerd. In het Chinees blijven dat gewoon dezelfde karakters, dus in zekere zin komt de diversiteit in onze vertaling soms nog meer tot uiting dan in het origineel.’

Jullie gebruiken ook toontekens (ā, á, ǎ en à) in die transcripties, wat heel uitzonderlijk is in populaire teksten. Waarom wilden jullie die graag behouden?

Marijnissen: ‘Dat wordt inderdaad weinig gedaan in Nederlandse vertalingen. De gedachte is dat die tekens moeilijk zijn voor Nederlandse lezers en dat we ze daarom beter weglaten. Maar het gevolg is dat de gemiddelde Nederlander niet weet dat het Chinees een toontaal is, omdat die Nederlander daar nooit mee te maken krijgt. Het is heel westers om die tekens dan maar te schrappen.

‘Dit boek gaat over machtsongelijkheid, en over taal als een manier om macht uit te oefenen. Macht is de reden dat wij in Nederland het Engels zo belangrijk vinden, en dat we het Chinees liever negeren. Maar de wereld ziet er tegenwoordig heel anders uit dan vijftig jaar geleden. Als je dan een boek hebt dat over die thematiek gaat, vinden we het logisch om die streepjes te gebruiken.’

De voetnoten en het nawoord maken jullie zichtbaar als vertalers. De Engelse vertaler Lin King ging nog verder en schrapte bepaalde stukken uit de tekst. Hoe kijken jullie daarnaar?

Stiggelbout: ‘Ik heb het idee dat het in de Engelstalige vertaalwereld gebruikelijker is om flink te schrappen in een boek. Dat zag je ook met Het drielichamenprobleem van Liu Cixin. In de Nederlandse vertaaltraditie is het toch meer het idee dat we vertalen wat de schrijver heeft geschreven en niet wat wij denken dat de schrijver geschreven had moeten hebben. Wij zijn zelf veel dichter bij het origineel gebleven.’

Marijnissen: ‘Lin King heeft veel overlegd met Yáng Shuāng-zi, en die heeft gezegd dat ze achter de vertaling staat. Maar ik vind dat de Engelse vertaling wel erg simplificeert. Een van de weggelaten delen – in het voorwoord van een fictieve Japanse onderzoekster – is inderdaad moeilijk. Dat zullen ze in het Engels niet aantrekkelijk hebben gevonden. Terwijl ik denk: je moet er even doorheen, en het voegt ook heel veel toe.’

Doordat Yáng Shuāng-zi de rol van de vertaler in haar boek centraal stelt, wil ze principieel dat de naam van haar vertalers ook op het omslag staat. In het Verenigd Koninkrijk duurde het twee jaar voor een uitgever daarmee akkoord ging. Hoe ging dat in Nederland?

Marijnissen: ‘Het hangt af van de uitgever, maar ook in Nederland is het niet evident. Bij Meulenhoff wordt de naam van de vertaler standaard aan de binnenkant van het omslag gezet. Maar Yáng Shuāng-zi heeft voet bij stuk gehouden, en wij ook.’

Stiggelbout: ‘Het wordt langzaam beter. Het is nu ook een voorwaarde van het Nederlands Letterenfonds: als je een werkbeurs krijgt voor een vertaling, zoals wij meestal krijgen, moet de naam van de vertaler op de cover.’

Marijnissen: ‘Het gaat er niet om dat wij zo graag met onze naam op de voorkant willen prijken, maar wel dat mensen begrijpen wat voor werk er achter zo’n vertaling zit. En dat dit dus een geïnterpreteerde Yáng Shuāng-zi is. Je kunt het vergelijken met klassieke muziek. Als iemand een album met muziek van Bach uitbrengt, zal daar altijd op staan wie de uitvoerder is. Als de vertaler altijd onzichtbaar blijft, zullen mensen nooit snappen hoe belangrijk een goede vertaling is.’

Jullie pleiten al lang voor meer aandacht voor Taiwanese auteurs. Denken jullie dat die er nu ook komt, na de International Booker Prize voor Yáng?

Stiggelbout: ‘Ik heb het eens opgezocht: tussen 1978 en 2025 zijn er acht Taiwanese prozaboeken in het Nederlands vertaald. Dit jaar zijn het er vijf. Ik hoop dat die trend doorzet. Taiwan besteedt er de laatste jaren zelf steeds meer geld en aandacht aan. Er is een website opgetuigd, Books From Taiwan, en er is een literair agent, The Grayhawk Agency, die er veel werk in steekt. Ik denk dat dat zich nu begint uit te betalen.’

Marijnissen: ‘Ik denk ook dat er meer aandacht voor Taiwan is sinds de Russische invasie in Oekraïne. Als ik het vroeger over Taiwan had, verwarden mensen dat soms met Thailand. Dat gebeurt nu niet meer. Nu weten mensen wel: o ja, dat eiland dat niet bij China hoort. Maar ik vind dat Taiwan meer aandacht voor zichzelf verdient, in plaats van altijd als het kleine broertje of zusje van China te worden gezien.’

Yáng Shuāng-zi: Reisdagboek Taiwan. Uit het Chinees vertaald door Silvia Marijnissen en Annelous Stiggelbout. Meulenhoff; 320 pagina’s; € 22,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next