‘Waarom werk je eigenlijk nog in het onderwijs?’ Die vraag krijg ik bijna wekelijks. Meestal met een blik die het midden houdt tussen lichte afkeuring en verbazing. Alsof ik ergens halverwege een afslag heb gemist. Want als je tot de happy few behoort die van schrijven kan leven, waarom zou je je dan vrijwillig voor een klas pubers werpen die bij het woord boek al collectief beginnen te zuchten?
Ik heb me die vraag natuurlijk ook weleens gesteld. Meer dan eens zelfs. Want laten we eerlijk zijn: het onderwijs is niet bepaald een 9-tot-5-baan waarbij je rustig met je havercappu achter je computer wakker wordt. Zodra je een voet in het schoolgebouw zet, sta je aan. Het is vechten voor je lunchpauze waarin je je door een jungle van rugtassen, lege boterhammenzakjes en stuiterende hormonen naar de lerarenkamer manoeuvreert. Om nog snel iets te printen, je collega te spreken en een handjevol leerlingen te woord te staan met vragen die écht niet kunnen wachten. Op weg naar het lokaal sla je snel je koffie achterover en heb je nog precies een halve minuut om je boterham te verorberen.
Met respect kijk ik naar mijn collega die steevast om vijf uur zijn laptop dichtklapt. Die niet snel een mailtje beantwoordt terwijl hij bij de zelfscankassa een diepvriespizza scant. Die zichzelf iets kan voorstellen bij een gezonde werk-privébalans. Dat lukt mij al twaalf jaar niet. Aan het einde van de dag ga ik steevast naar huis met een volle inbox en een lijstje met ouders die het liefst nog dezelfde avond gebeld willen worden.
Over de auteur
Marijn Ruhaak is freelancejournalist en docent Nederlands op een middelbare school. In de maand september is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Bovendien is het onderwijs de perfecte voedingsbodem voor het impostersyndroom. Als leraar sta je altijd op een podium. Je moet enthousiast, deskundig, geduldig en vooral in control zijn. Er wordt verwacht dat je weet wat je doet. Ook al ben je zelf ook maar een mens die soms van een grammaticaregel of een vergezochte beeldspraak geen kaas kan maken. Die af en toe ook liever de hele dag in foetushouding op de bank ligt dan uitlegt waarom een komma daar wel of niet hoort.
We leren leerlingen dat ze vooral fouten mogen maken. Dat proberen belangrijker is dan meteen alles goed doen. Zelf vraag je je regelmatig af hoelang het duurt voordat iedereen ontdekt dat jij eigenlijk ook maar wat doet.
En toch teken ik elk jaar bij. Sterker nog: ik gun iedereen een baan als leraar. Dat is natuurlijk makkelijk praten. Ik sta er geen vijf dagen en heb een ander werkleven om op terug te vallen. Maar die paar dagen heb ik keihard nodig. Want voor de klas zit je niet opgesloten in je eigen hoofd of achter je eigen scherm. Je moet jezelf elke dag opnieuw uitvinden en wordt elke seconde geconfronteerd met wie je bent en wat je doet.
Als mens willen we allemaal het verschil maken. Iets bijdragen aan de wereld, iets achterlaten. We dromen ervan om president te worden, goud te winnen bij de Olympische Spelen, een internationale bestseller te schrijven of gewoon een steengoed artikel te schrijven dat de wereld doet schudden. Maar als je met jongeren werkt, hoef je daar niet op te wachten. Je krijgt iedere dag de kans om iets in beweging te zetten.
Je kunt achter je scherm zitten en zien hoe de wereld langzaam naar de klote gaat. Hopeloos of cynisch worden van wat klimaatverandering, oorlog, polarisatie, sociale media en AI aanrichten. Of je kunt met jongeren gaan werken die nog niet zijn vastgeroest in hun eigen denkbeelden. Die tijdens een debatles over Gaza leren dat je het met elkaar oneens kunt zijn zonder de ander direct af te keuren of uit te sluiten.
Die ongemerkt een bredere kijk op de wereld ontwikkelen door dat ene boek waar ze zich met een flinke portie tegenzin doorheen worstelen. Die net wat meer zelfvertrouwen krijgen, simpelweg omdat er een leraar is die naar ze luistert en ze het gevoel geeft dat ze ertoe doen.
Dus nee, ik heb niet ergens halverwege een afslag gemist. En natuurlijk zijn er dagen waarop ik liever ongedoucht met een koffietje achter mijn laptop aan de dag begin. Maar ik heb het onderwijs net zo hard nodig als het onderwijs mij. Want die paar dagen voor de klas houden me wakker. Ze sleuren me uit mijn eigen bubbel en geven me het gevoel dat ik soms, al is het klein, van betekenis kan zijn. En dat gevoel gun ik iedereen.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant