Op Sardinië wordt in de stad Nuoro de schrijfster Grazia Deledda (1871-1936) vorstelijk herdacht met een standbeeld, een straat en een tot museum ingericht geboortehuis. Dat komt ongetwijfeld omdat ze in 1926 de Nobelprijs voor Literatuur heeft gekregen voor haar oeuvre waarin ze het Sardinië van haar jeugd beschrijft. Haar romans, waarvan er in de vorige eeuw vijf vertaald zijn in het Nederlands, bruisen van het verhitte Sardijnse leven met zijn heftige hartstochten, geheimen en zinderende landschappen.
Het beroemdste boek van Deledda is Canne al vento (Riet in de wind), een roman over de ondergang van een adellijke familie en de opkomst van de nieuwe tijd. Noodlot, schuld en boete laten in dit beroemde boek de mens in al zijn zwakheden zien. „Wij zijn riet en het lot is als de wind”, is de boodschap die ze je meegeeft.
Ik lees over Grazia Deledda dolend in de vertrekken van haar geboortehuis, waar ze tot aan haar huwelijk in 1900, met een hoge ambtenaar uit Cagliari, woonde om daarna met hem naar Rome te verhuizen, waar ze in 1936 zou overlijden. In de kamers wordt haar levensverhaal verteld, dat op zich al een roman is. Behalve brieven, foto’s en meubels zijn hier ook het diploma van haar Nobelprijs en de daarbij behorende gouden penning te zien.
Als dochter van een rijke landheer krijgt Grazia Deledda als kind privéles van een onderwijzer, die haar verhalen laat schrijven. Die zijn zo goed dat hij haar aanmoedigt ze op te sturen naar kranten. Op haar zeventiende maakt ze haar debuut in een modetijdschrift, tot woede van haar patriarchale vader.
Maar ze zet door. In 1892 voltooit ze haar eerste roman Fior di Sardegna (Bloem van Sardinië). Een uitgeverij in Rome publiceert het onmiddellijk. Het is het begin van een omvangrijk oeuvre, van romans en verhalen tot poëzie en toneelstukken.
Voor haar personages raakte Deledda geïnspireerd door de vele kennissen, vrienden en zakenrelaties die bij haar ouders over de vloer kwamen, van boerenknechten en dienstmeisjes tot stedelijke notabelen en grootgrondbezitters, maar ook door de vele zonderlingen die ze door de straten van het toen middeleeuws ogende Nuoro ziet dwalen.
Op de muur van een van de kamers in haar geboortehuis, waarvan de tuin een geweldig uitzicht biedt op de in haar boeken weldadig beschreven bergen, lees ik betoverend mooie Italiaanse zinnen van haar hand, die erop neerkomen dat we, met het oog op onze onvermijdelijke dood, het leven zo intens mogelijk moeten zien te leiden en er boven moeten hangen „zoals een wolk boven de zee.”
Soms wordt een schrijver herontdekt, zoals in het geval van de Hongaar Sándor Márai (1900-1989). Van hem werd in 2000 de roman Gloed (1947) in een nieuwe Nederlandse vertaling uitgegeven. Het boek was meteen een bestseller. Vervolgens werd bijna Márais hele oeuvre in het Nederlands vertaald. Zo’n tweede leven gun ik ook Grazia Deledda. En dan niet alleen omdat ik al bijna een maand van Sardinië geniet.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie