is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
De Verenigde Naties, zo maakte de Algemene Vergadering vorige week weer duidelijk, ogen niet als symbool van collectieve kracht, maar van collectief onvermogen.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
‘Wij, de volken van de Verenigde Naties, vastbesloten komende geslachten te behoeden voor de gesel van de oorlog, die tweemaal in ons leven onnoemelijk leed over de mensheid heeft gebracht (…)’ Met deze woorden opent de preambule van het VN-handvest, dat in 1945 door vijftig landen werd ondertekend.
De bijeenkomst van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York afgelopen week toonde, niet voor het eerst, een scherp contrast tussen het hoofddoel waarvoor de organisatie is opgericht en het doel waarvoor de huidige leiders van ’s werelds grootste landen haar gebruiken.
Centraal probleem is dat sommige Grote Machten die geacht werden na de Tweede Wereldoorlog toe te zien op de vrede, zelf tot de grootste schenders ervan behoren. Franklin Delano Roosevelt, die als Amerikaans president een grote rol had in de oprichting van de Verenigde Naties, wilde dat het nieuwe wereldorgaan beter zou functioneren dan de Volkenbond – waartoe de VS nooit waren toegetreden en die machteloos bleek om de opkomst van nazi-Duitsland te stuiten.
De leden van de Volkenbond konden over maatregelen tegen ‘externe agressie’ alleen unaniem besluiten – waarbij ook de agressor mocht meestemmen. Als burger lanceerde Roosevelt al in 1923 andere ideeën voor de wereldvrede: ‘Met gezond verstand valt geen procedure te verdedigen waarin een of twee weigerachtige landen de wil van de grote meerderheid kunnen blokkeren.’
Meer dan honderd jaar later is dat ook de achilleshiel van de VN. Bij de oprichting ervan kwamen Amerikaanse planners wel met alternatieve ideeën – zoals dat een bij een crisis betrokken land zich afzijdig moest houden van stemming – maar volgens hun eigen minister van Buitenlandse Zaken, Cordell Hull, maakte zo’n voorstel geen schijn van kans – niet in Moskou, maar ook niet in de Amerikaanse Senaat.
Nu de wereld, net als in het interbellum, opnieuw op drift is en er opnieuw een grote oorlog woedt in Europa en vele kleinere conflicten daarbuiten, ogen de VN – net als destijds de Volkenbond – niet als symbool van collectieve kracht – maar van collectief onvermogen. Er gaan terecht stemmen op voor hervorming van de eurocentrische Veiligheidsraad, maar de afgelopen halve eeuw is hieromtrent geen meter vooruitgang geboekt.
Beter is het daarom intussen te zoeken naar methodes om de VN en de talloze VN-instellingen weer relevanter te maken op de kernpunten. Dat is wat de VN-kenner van de International Crisis Group Richard Gowen bepleit. De aanstaande opvolging van de huidige, kleurloze secretaris-generaal António Guterres is daarvoor een goed moment, zeker als die opvolger terrein terug kan winnen op het gebied van oorlog en vrede door moreel gezag te koppelen aan diplomatieke initiatieven en discretie.
De volgende VN-chef zou volgens Gowen moeten inzetten op het ‘opgeven van sommige van de verheven ambities en het afslanken van de organisatie met als speerpunten internationale crisispreventie en conflictbemiddeling, efficiënte noodhulpverlening en realistische ontwikkelingsdoelen’. Namens de EU zei António Costa iets vergelijkbaars: ‘Het beste argument vóór multilaterale samenwerking is wat het oplevert.’
Een groeiend aantal wereldomspannende uitdagingen zal de roep om effectievere mondiale samenwerking slechts vergroten. Maar de les uit de vorige eeuw is dat al deze ambities niets uitmaken zolang de wereld afstandelijk blijft toezien hoe de huidige internationale ordening ten onder gaat in een orgie van geweld.
Source: Volkskrant