Mathieu van der Poel gaf met zijn niet-aflatende strijdlust smoel aan het WK wielrennen in Montréal. De Amerikaan Brandon McNulty plukte er de vruchten van, de Nederlander werd derde.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Wie in het peloton zal het hebben gezien? Dat Mathieu van der Poel met nog 108 kilometer te rijden eerst zijn rechterbovenbeen vastgrijpt en stevig heen en weer schudt. Daarna volgt hetzelfde procedé voor zijn linkerbovenbeen. Omringd door ploeggenoten zal het zijn concurrenten zijn ontgaan dat hij de spieren losmaakte voor wat komen zou: shock and awe.
Het was niet zijn parcours, had Van der Poel van tevoren een paar keer herhaald. Te lastig voor iemand van zijn gewicht. En inderdaad, aan de finish is het niet de Nederlander die de handen in de lucht kan steken. Maar dat het de Amerikaan Brandon McNulty is, valt niet los te zien van de verrichtingen van Van der Poel, die in Montréal met zijn offensieve rijden de wedstrijd richting gaf en die zijn eigen voorspelling lang leek te logenstraffen.
Op het WK rijden de renners zonder ‘oortjes’, zonder elektronische communicatiemiddelen. Ze voelen nu eens niet de ratelende stemmen van ploegleiders tegen hun trommelvliezen stuiteren, krijgen geen informatie over het koersverloop. De strijd om de wereldtitel komt aan op eigen initiatief, inzicht en koersgevoel. En laat Van der Poel dat nu precies in overvloed hebben.
Niet lang na Van der Poels fietsende massage probeert de Franse ploeg met Alex Baudin een zogenaamde satellietrenner voor hun kopman Paul Seixas te lanceren. Ze doen het op de Voie Camillien-Houde, de scherprechter in de omloop die door Montréal is getrokken: dik anderhalve kilometer lang en met een gemiddeld stijgingspercentage van meer dan 7 procent.
Er klontert een groepje renners achter Baudin samen. Ineens zit daar Van der Poel, die heeft geprofiteerd van de kleurenchaos aan de kop van het peloton, waar de helpers aller landen een voorlopige schifting proberen te forceren. Niemand die het door een luidsprekertje ingefluisterd krijgt. Maar Wout van Aert, Primoz Roglic en Brandon McNulty hebben het gezien en weten over te steken.
Zo’n vroege aanval van Van der Poel lijkt misschien gekkenwerk, maar dat is het niet. Het is dapper en slim. De Nederlander weet dat hij op de relatief lange en steile Voie Camillien-Houde, die hij in totaal 12 keer moet overleven, nooit werkelijk weerwoord zal kunnen bieden tegen klimmers als Del Toro of Evenepoel, zeker als zij frisse benen hebben. Hij moet een buffer hebben op die beklimming en dan telkens zijn voorsprong uitbouwen op de aflopende en meer vlakke delen van het parcours. Maar daar is moed voor nodig. Van der Poel was bereid om meer dan twee uur pijn in zijn benen te accepteren, om zo vroeg in de wedstrijd al alles of niets te spelen.
Een paar rondes lang is het een opeenvolging van ineenschuiven en losbreken. Het breekwerk komt op conto van Van der Poel. Met nog 75 kilometer voor de boeg op de Chemin de la Polytechnique, een steil klimmetje van ongeveer 800 meter lang, creëert hij vanuit een groep van zes een leidend trio. Hij krijgt de Brit Oscar Onley en Amerikaan Quinn Simmons mee. Later sluit Roglic weer aan, maar dan laat Van der Poel zich met nog 50 kilometer op de teller opnieuw gelden, ditmaal op de Voie Camillien-Houde.
De 31-jarige Nederlander, in 2023 wereldkampioen in Glasgow, gunt zichzelf geen rust en biedt daardoor zijn achtervolgers en ook zijn medevluchters evenmin een moment om op adem te komen. Hij probeert iedereen te overrompelen met zijn niet-aflatende strijdlust, met zijn demarrages op momenten en plekken waar niemand het verwacht.
Ze hadden het wel kunnen weten. Van der Poel is een meester in doen wat onmogelijk lijkt. Van zijn miraculeuze achtervolging en zege in de Amstel Gold Race van 2019 tot zijn onbestaanbare overwinning in de slotrit van de Tour de France van dit jaar. En die bijna achteloze solo van 174 kilometer in de Ronde van Luxemburg, een week voor het WK in Canada.
Maar weten is niet genoeg voor wie het op twee wielen tegen Van der Poel probeert op te nemen. De benen moeten ook kunnen meedraaien op diens tempo en de longen moeten de zuurstof met vergelijkbare efficiëntie zien op te nemen. En het hoofd moet het allemaal ook maar willen: meegaan in de gekte van Van der Poel. Er zijn er toch nog wat te vinden in de straten van Montréal die dat maar al te graag doen.
En hoe wild Van der Poel ook heeft gekoerst, tegen de samengebalde snelheid van die motoren kan hij toch niet op blijven boksen. Niet lang nadat Ben Healy naar de kopgroep is overgestoken, met nog 38 kilometer te rijden, sluit ook een groep met onder anderen Del Toro en Seixas aan.
De chaos die volgt wordt niet direct door Van der Poel veroorzaakt. Hij houdt zich in de nieuwe samengesmolten kopgroep een tijdje kalm. Maar dat geldt voor de mannen om hem heen ook. Alleen McNulty, die eerder in de koers naar een kopgroep met de Nederlander overstak en daarna door hem werd gelost, heeft nog de benen en geestesgesteldheid voor een aanval. De anderen zijn volledig door Van der Poel en zijn ongeremde koerslust gesloopt, komen in de slotkilometers nog kort dicht in de buurt van McNulty, maar halen hem in het festival van kerende kansen in de achtervolging nooit meer terug.
Van der Poel doet ook nog een fenomenale tegenstoot, op zo’n 6 kilometer van de streep. Hij krijgt er niets voor en eindigt uiteindelijk, achter Australiër Michael Matthews, als derde. Geen trui, geen prijs voor de strijdlust, maar wel brons en de bewondering van de wielervolgers wereldwijd.
Source: Volkskrant