Home

‘Een balletdanseres die verliefd wordt, is verloren’

Miesje Koot-Groosjohan is 100 jaar. Ze was balletdanseres in Parijs en woonde met haar gezin in Pakistan en Zuid-Afrika. Ze was een kettingroker, op haar 80ste stopte ze abrupt.

‘Ik ben danser, een balletdanser.’ Met die woorden stelt de 100-jarige Miesje Koot-Groosjohan zich voor. Ze woont nog zelfstandig, op de hoogste verdieping van een torenflat in Rotterdam-Hillegersberg, uitkijkend op het water waar ze als kind zwom en zeilde.

Hoe ervaart u de ouderdom?

‘Ik heb geen redenen om ontevreden te zijn. Niets van mijn leven had ik willen missen, het verdriet hoorde erbij. Als je zo oud bent, lever je in en voeg je niks meer toe als bewoner van deze wereld. Daar denk ik over na.

‘Ik houd graag de controle en wil zo veel mogelijk zelf blijven doen. Elke avond doe ik rek- en strekoefeningen, ik kan nog met mijn handen plat op de grond als ik voorover buig.’

U bent van ijzer, vertelde uw oudste dochter.

‘Dat is waar. Ik ben een volhouder. Professioneel balletdanser kun je alleen worden met een ijzeren discipline; veel trainen, veel laten en elke dag op je gewicht letten. Ik genoot van alles, behalve de pijn. Na een voorstelling kwam ik nooit zonder bloedende voeten van het toneel. Kijk eens naar mijn tenen: die zijn helemaal vergroeid, behalve mijn grote teen.’

Hoe kwam u in de balletwereld terecht?

‘Ik was 5 jaar toen ik op het grasveld achter ons huis in Hillegersberg vaak schooltje speelde met mijn vriendinnetjes. Ik wilde altijd de gymjuf zijn. Mijn ouders gaven mij op voor een gymclubje. Ik was net een zemen lap, zo lenig, ik hoefde mij niet in te spannen en verveelde mij er dood. De gymjuf adviseerde balletles. En zo kwam ik in het klasje op de balletschool van danseres Netty van der Valk, in Rotterdam. Vanaf dag 1 genóót ik. Het was het pure lijfelijke genieten, je kunt het vergelijken met een duik nemen in koud water op een hete dag; Aaaaah!

‘Als je ergens verguld van bent, word je er goed in. Ik was stapelgek op Netty van der Valk, ik kon haar wel opeten. Ze was rond de 30 en heel streng; als je een fout maakte, schreeuwde ze tegen je, en er werd veel gemept. Dat durfde ik thuis niet te vertellen, ik schaamde me ervoor. Dansen vond ik zo zalig, dat ik haar strengheid leerde verdragen, dat kwam mij later van pas – de danswereld is hard, keihard.

‘Toen de oorlog uitbrak, en Rotterdam werd gebombardeerd, werd ook de dansschool platgegooid. De nieuwe locatie was wel vier kilometer lopen, tussen het puin door. De lijkenlucht bleef eindeloos hangen. Als ik thuis kwam, hing mijn moeder mijn kleding in de kelder te luchten. In de loop van de oorlog mocht ik van mijn ouders niet meer naar de balletlessen van Netty. Ze bleek straalverliefd geworden op Johan Huijs, hoofdredacteur van de Nieuwe Rotterdamse Courant, die op de hand van de Duitsers was. Brúllen dat ik deed. Ik miste haar enorm.’

Hoe was de sfeer thuis in uw kindertijd?

‘Een warm bad. Mijn heerlijke jeugd komt denk ik door het goede huwelijk van mijn ouders. We hadden het goed, mijn vader had een confectiefabriek. Tijdens de oorlog zat hij bij de ondergrondse. Net als mijn broer en zus was ik veel buiten; zwemmen in het Zwarte Plasje en zeilen op de Bergse Plassen. Ik ging naar de middelbare meisjesschool. Mijn vader maakte zich zorgen om mijn fanatisme met ballet en wilde dat ik stopte. ‘Ze put zich volledig uit’, zei hij. Ik maakte er een groot drama van, dan krijg je je zin.’

Hoe raakte u als jonge balletdanseres in Parijs verzeild?

‘Na de oorlog ging ik naar de dansacademie, aan het conservatorium in Rotterdam. Yvonne Georgi, een van de beste balletdanseressen van die tijd, was een van mijn examinatoren. Ze zei het prettig te vinden als ik bij haar dansgezelschap in Amsterdam zou komen. Met andere jonge danseressen woonde ik in een prachtig huis aan de Koninginneweg in Amsterdam, wat Georgi had weten te regelen. Ik ben nog de enige van die groep die in leven is. We hadden veel aan elkaar. Georgi was heel streng; ze gaf je een flinke schop als je een fout maakte. Zulke ervaringen kunnen delen, maakte happy.

‘We dansten in theaters door heel Nederland, zoals Carmen en Het Zwanenmeer. Na 2,5 jaar kreeg ik na een auditie de kans in Parijs te dansen bij de balletgroep van Jean Weidt. Mijn vader wilde mij niet laten gaan, hij vond mij veel te jong. Ik dacht: kijken wie er wint. Ik vertelde dat ik al een treinkaartje had gekocht en een paspoort had aangevraagd. ‘Dansen is haar levensgeluk, we kunnen haar niet tegenhouden’, zei mijn moeder.’

Hoe kijkt u terug op die jaren in Parijs?

‘Een heerlijke stad om in rond te zwerven. Ik kreeg er een heel andere kijk op volwassenen, in Parijs waren ze veel losser en makkelijker. Ik bofte dat ik gratis kon wonen aan de Boulevard Edgar-Quinet in hartje centrum, in het appartement van een danser die 2,5 jaar in Amerika ging werken. Er was geen water en geen verwarming, maar ik heb het er heerlijk gehad.

‘Het waren keiharde jaren, we werden gedrild. Elke dag trainen in de studio van Jean Weidt en veel voorstellingen dansen. Het slorpte mij helemaal op, waardoor ik ook veel miste van het leven. We keken enorm op tegen Rusland, het hoge niveau daar wilden wij ook halen. Het was een boeiende tijd, er waren veel uitwisselingen van gezelschappen uit andere landen. Ballet begon te tellen in Europa.’

En toen kwam er een rigoureus einde aan uw danscarrière

‘Ineens stond een jongeman voor mijn deur. Ik had hem ontmoet op het verlovingsfeest van mijn broer. Op een geleende motorfiets was hij uit Delft, waar hij studeerde, naar Parijs gereden. Ik was helemaal niet blij, want ik was erg gesteld op mijn vrijheid, maar zei niet ‘duvel op!’ tegen hem. Er ontstond een relatie. Een balletdanseres die verliefd raakt, is verloren.

‘Ik heb vreselijk lopen twijfelen. Tijdens onze gesprekken werd duidelijk dat we alle twee graag een gezin wilden. In de balletwereld was het voorbij als je zwanger werd – dat is pas sinds kort veranderd. Abortussen kwamen vaak voor, danseressen deden het vaak zelf, want legale, veilige abortuszorg was er nog niet. Het is een grote schande dat er nog steeds landen zijn die abortus verbieden. Je lokt daarmee onveilige ingrepen uit, want het gebeurt toch, of je wilt of niet.’

Voelde het als een opoffering om te stoppen?

‘Ja, maar ik heb er nooit spijt van gehad, want ik ben altijd stapelgek op Wim gebleven. Hij was A. razendslim en had B. veel plezier in het leven. We hebben het heel goed gehad. Hij werd als werktuigbouwkundig ingenieur door Unilever naar het buitenland gestuurd, als troubleshooter in fabrieken. We hebben in België, Finland, Pakistan en Zuid-Afrika gewoond. Na vijf jaar Rotterdam, werden Wim en ik voor de laatste keer uitgezonden, naar Australië, zonder onze dochters die inmiddels volwassen waren en hun eigen leven leidden.’

Hoe ervaarde u Zuid-Afrika tijdens de apartheid?

‘De natuur was prachtig en het klimaat heerlijk, maar de apartheid was weerzinwekkend om aan te zien. Daarom tekenden we niet bij voor nóg vier jaar. We zaten er middenin. Mijn man kreeg een fikse bekeuring omdat hij onze maid Lizzy een lift had gegeven naar het station. Het was verboden naast een zwarte in de auto te zitten, zei de politieagent. Bij haltes van buslijnen speciaal voor zwarten stonden vaak lange rijen mensen te wachten. Als mijn man uren later weer langsreed, stonden ze er nog.’

In welk land heeft u zich het meest moeten aanpassen?

‘Overal woonden we in ons eigen milieu, met andere werknemers van Unilever – het was één pot nat. In Pakistan woonden we op een compound met allemaal dezelfde bungalows, met een zwembad en tennisbanen. Wim en ik waren de enigen die onze kinderen van 3 en 6 jaar hadden meegenomen. De andere expats, voornamelijk Britten, hadden hun kinderen in eigen land achtergelaten op een kostschool.

‘Ik gaf onze dochters thuisonderwijs, dat gaf mij een doel. De andere vrouwen verveelden zich dood. Ze hingen maar wat rond en hadden niks om handen, want het stond er stijf van de bediening. ‘Jij bent gelukkig, want jij hebt wat te doen’, zeiden ze tegen mij. In de woonkamer van het grootste huis ben ik ze gym- en dansles gaan geven. Na afloop sprongen we in het zwembad.’

Miste u uw leven als danseres?

‘Ja, maar ik ben altijd verbonden gebleven aan de danswereld. Waar ik ook woonde, gaf ik dansles – verrukkelijk om te doen. Na onze definitieve terugkeer naar Nederland overleed mijn man kort erna, hij was nog maar 61 jaar, ik 58. Drie jaar lang was ik total loss. Daarna heb ik mij gemeld bij de dansacademie in Rotterdam, waar ik tot mijn 80ste heb getraind.’

Heeft u altijd gezond geleefd?

‘We kwamen allemaal verzwakt uit de oorlog. In Parijs at ik heel slecht. In de danswereld werd veel gepaft, de docenten trainden ons met een sigaret in de mond. Ik rookte lang meer dan een pakje per dag. Om te minderen, ging ik halve sigaretten roken. Ik was 80 toen ik ’s nachts wakker werd van gepiep. Dat bleek ik zelf te zijn, en ben meteen gestopt. Zo moeilijk bleek dat niet. Volhouden is een kwestie van discipline.’

geboren: 21 maart 1926 in Rotterdam

woont: zelfstandig, in Hillegersberg

familie: twee kinderen, 5 kleinkinderen, 7 achterkleinkinderen

beroep: balletdanseres

weduwe sinds 1984

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next