Wie een grote erfenis ontvangt, verhuist veel vaker dan wie niets of weinig erft. De erfenis wordt vaak gebruikt voor een groter of vrijstaand huis, en erfgenamen kiezen vaak voor zonnepanelen.
is datajournalist van de Volkskrant en analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.
Dit blijkt uit nieuw onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het statistiekbureau keek naar het verhuisgedrag van personen van wie een ouder (geboren tussen 1936 en 1945) in 2018 overleed en die minstens 50 duizend euro erfden. Om andere factoren weg te nemen, zoals het opgroeien in een relatief rijk gezin, werd deze groep vergeleken met een controlegroep met een grote erfenis uit dezelfde generatie waarvan de ouder vier jaar later stierf.
Een erfenis lijkt voor velen een aanleiding voor een verhuizing te zijn: in de drie jaar na het overlijden van de ouder verhuisde 21 procent van de groep met een grote erfenis. Van de controlegroep was dat 14 procent.
De erfgenamen kozen relatief vaak voor een vrijstaande woning, terwijl het aandeel appartementbewoners juist daalde. In 2018 had 27 procent van de erfgenamen een huis van minstens 150 vierkante meter, drie jaar later was dat 46 procent. In de controlegroep woonde 39 procent in een woning van meer dan 150 vierkante meter.
Het zonnepanelenbezit heeft in Nederland een grote vlucht genomen, maar bij erfgenamen is dit een nog populairdere investering dan gemiddeld. Het aandeel zonnepanelenbezitters steeg onder de erfgenamen van 10 naar 25 procent, bij de controlegroep bleef het op 21 procent steken.
De aanleiding voor dit onderzoek is de ‘sterftegolf van babyboomers’ die nadert, meldt het CBS. Om zicht te krijgen op de gevolgen voor de woningmarkt heeft het CBS gekeken naar de erfenissen van de generatie voorafgaand aan de babyboom. Het bureau houdt hierbij wel een slag om de arm: de woningmarkt ziet er nu heel anders uit dan in 2018.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant